Bijna helft van regionale politici ervaart agressie of geweld

Lokaal bestuur De toename van agressie en geweld tegen lokale bestuurders sinds 2014 is fors: toen stelde iets minder dan een kwart van de regionale politici te maken te hebben met agressie of geweld.
Co Engberts (PvdA) legt de eed af als nieuw raadslid van de gemeente Rotterdam.
Co Engberts (PvdA) legt de eed af als nieuw raadslid van de gemeente Rotterdam. Foto Jeroen Jumelet/ANP

Bijna de helft van de Nederlandse regionale politici heeft te maken gehad met agressie of geweld. Dat concludeert onderzoeksbureau I&O Research, dat op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken een peiling hield onder ruim drieduizend regionale politici. De toename sinds 2014 is fors: toen stelde iets minder dan een kwart van de regionale politici te maken te hebben met agressie of geweld. Deze ‘Monitor Integriteit en Veiligheid’ wordt iedere twee jaar uitgebracht.

De decentrale bestuurders – zoals burgemeesters, wethouders, raadsleden, commissarissen van de Koning of dijkgraven – hebben het vaakst te maken met verbale agressie (45 procent), zoals schelden of discriminerende opmerkingen. Dat kan zowel in het echt zijn als online. Daarnaast ervaart een deel van de politici bedreigingen en intimidatie (ongeveer 25 procent) of fysiek geweld (3 procent).

Vooral de afgelopen twee jaar zou de toename van dit soort gedrag tegen regionale politici fors zijn geweest; zo had in 2016 nog iets meer dan een kwart van de bestuurders te maken met verbale agressie. Mogelijk spelen hier de coronapandemie en de maatregelen daartegen, die onder sommigen veel weerstand opriepen, een rol. Politici stelden het vaakst geïntimideerd, bedreigd of onheus bejegend zijn vanwege „ongenoegen over een bepaalde situatie of organisatie” of vanwege het hoog oplopen van emoties bij de vermeende daders.

Aangifte

Tegelijkertijd is het aangiftepercentage van geweld en agressie onder regionale politici gedaald. In 2014 lag dit nog op 13 procent, in 2022 op 7 procent. Een kwart van de bestuurders die te maken had met zulk gedrag zegt wel het eigen gedrag op sociale media aan te hebben gepast. Zo delen ze minder berichten op socialemediaplatformen of kijken ze er überhaupt minder op.

Voorbeelden van geweld of agressie tegen politici geeft het rapport niet, maar de afgelopen jaren hebben verschillende lokale en regionale incidenten de media gehaald. Zo werden de burgemeesters van Rotterdam en Amsterdam, Ahmed Aboutaleb (PvdA) en Femke Halsema (GroenLinks) bedreigd door hooligans van respectievelijk Feyenoord en Ajax. Halsema deed aangifte, in Rotterdam opende de politie een onderzoek.

Ook in kleinere gemeenten kunnen politici te maken hebben met agressie en bedreigingen. Zo waarschuwde Breunis van de Weerd (SGP), oud-burgemeester van de Gelderse plaats Nunspeet, in NRC voor de gevolgen van de ondermijnende criminaliteit op de lokale politiek, nadat zijn eigen brievenbus werd opgeblazen. Van de Weerd: „Alle criminaliteit die in Amsterdam voorkomt, hebben wij hier ook. Misschien minder vaak, misschien minder heftig, misschien minder zichtbaar. Maar het is er wel.”

Lees ook dit opiniestuk: Sinds wanneer zijn bedreigingen tegen politici normaal?