Sancties tegen Rusland maken meer kapot dan je lief is – ook het recht op een vrije advocaat

RECHT & ONRECHT Sancties tegen Rusland lijken ook advocaten te treffen die vragen krijgen van gedupeerden. Mag een rechtsstaat wel rechtsbijstand verbieden?

Illustratie Chuan Ming Ong
Illustratie Chuan Ming Ong

Wat hebben Johma-salades (‘Oet Twente’), de rechtsstaat en Rusland met elkaar te maken? In maart kondigde Johma-eigenaar Signature Foods aan dat het zich had weten te ontdoen van z’n Russische aandeelhouders. Daarvóór wisten alleen insiders dat de omzet in zalmsalade, kip-samba of tonijnsalade ten goede kwam aan twee Russen. De oligarchen Mikhael Fridman en Petr Aven smeerden een boterhammetje mee, via Pamplona Capital Management, een beleggingsmaatschappij.

Russisch geld is overal. Het Financieele Dagblad kwam na eigen onderzoek uit op een geschat totaal van 80 miljard euroin Nederland, belegd, gestald in tussenholdings of gewoon in aandelen in Nederlands-Russische ondernemingen.

Sinds de Europese Commissie het ene na het andere sanctiepakket afkondigt zijn die belangen besmet: er gelden transactieverboden voor leveranciers, afnemers, maar ook voor dienstverleners. Het geldverkeer met Rusland ligt plat, sinds het land uit het Swiftsysteem is gegooid. Handel drijven met Moskou wordt met ieder sanctiepakket ingewikkelder. De Russische ATB in Amsterdam ging in april failliet, onder meer omdat de softwareleverancier zich moest terugtrekken.

De verstrengeling van de Russische en Nederlandse economie is aanmerkelijk. Advocaat Sebastiaan Bennink (39), zijn collega Thom Dieben (38), en de Amsterdamse deken Evert-Jan Henrichs (64) houden het op „miljarden”, als ik ze spreek op het kantoor van de plaatselijke Orde van Advocaten. Zij zijn niet tegen de sancties als zodanig, bezweren ze. En advocaten mogen ook beslist niet helpen ze te ontduiken of omzeilen. Maar in de uitvoering ervan dreigt de eigen, gekoesterde Nederlandse rechtsstaat zichzelf ook fors te beschadigen, menen de advocaten.

Oké, zo’n zware ingreep in het economisch verkeer is nieuw, vooral door z’n omvang. De asset freeze zorgt voor schokken, voor herstructurering, procedures en voor juridische vragen. Maar welke mogen advocaten nog beantwoorden?

En daar begint het rechtsstatelijk te wringen – advocaten ruiken onraad, voor zichzelf. Immers wie de sancties overtreedt is in beginsel strafbaar. Valt rechtsbijstand ook onder de sancties? Het antwoord volgens de letter van de EU-sancties zou wel eens ja kunnen zijn. Dienstverlening door een advocaat wordt gezien als het (verboden) „ter beschikking stellen van economische middelen” en is alleen toegestaan als er een ontheffing voor wordt aangevraagd. Dat dient een advocaat bij de staat te doen, graag met uitleg en toelichting. Met als gevolg dat de staat dus mee bepaalt of rechtsbijstand aan een individu mag worden verleend. Dezelfde overheid die de sanctie oplegde, aan datzelfde individu of zakelijke belang.

Dat botst met ten minste drie van de vijf kernwaarden waar een advocaat voor staat: onafhankelijkheid, vertrouwelijkheid en partijdigheid. En mogelijk ook integriteit – inzage bieden aan de staat in de positie van je cliënt voor toestemming die te mogen vertegenwoordigen? Dat klinkt toch gevaarlijk als de autoritaire staat, waar de sancties zich juist tégen richten. Het spoort ook niet met het grondrecht op een eerlijk proces, verankerd in de Grondwet en verdragen. Om van het grondrecht op toegang tot de rechter nog maar te zwijgen, waarin advocaten een sleutelrol hebben.

Bijkomend probleem. Na de schok van de invasie stoten advocaten hun Russische praktijk af, waarna in vele procedures haastig een nieuwe advocaat gevonden moest worden. Dat lukte niet altijd. Deken Henrichs moest daar op basis van de Advocatenwet dan een advocaat voor aanwijzen. Dat is in „minder dan tien maar meer dan één geval” gebeurd, zegt hij, onzeker of hij zoiets überhaupt wel mág vertellen. Henrichs was sinds de inval in Oekraïne „tientallen uren” kwijt aan toezicht, sanering en consolidatie van de juridische hulp aan Russische-Nederlandse belangen, die immers potentieel rechtmatig kúnnen zijn.

Sancties kunnen niet door de beugel als dit betekent dat geen juridische bijstand kan worden verleend

De advocaten die de deken met zulke klussen opzadelt, adviseert hij altijd zélf advies in te winnen over het mijnenveld van sancties dat ze betreden. Dát wordt dan veelal verstrekt door Thom Dieben. Als ‘advocatenadvocaat’ helpt hij bij het zoeken naar wat wel en niet mag, maar komt dan terecht in de wereld van de ‘paarse krokodil’. Een keten van instanties die naar elkaar verwijzen voor guidance bij de uitleg van de Europese sancties en vooral héél lang wachten met antwoorden. Acht tot zestien weken wachttijd komt voor. Dieben noemt de gang van zaken bizar. Cliënten met omstreden belangen in de Russisch-Nederlandse economie hebben geen tijd om te wachten of hun advocaat wel hun advocaat mag zijn. Morgen is er een zitting, overmorgen moeten ze stukken leveren.

Dieben vermoedt dat de autoriteiten de onzekerheid over het rechtsbijstandsverbod wel best vinden. Het vergroot de impact van de sancties en leidt tot een chilling effect waardoor advocaten nóg gereserveerder reageren op legitieme vragen: staat mijn bedrijf terecht op de lijst? Wat betekent deze of die sanctie precies?

En er is nóg een probleem. De bepaling die rechtsbijstand aan banden legt bij economische sancties komt ook bij andere lijsten voor – voor terreurverdachten bijvoorbeeld. Zodat daar volgens Dieben de „waanzinnige situatie” ontstaat dat een persoon die door de staat op een terreurlijst is geplaatst alleen een advocaat kan krijgen als diezelfde overheid toestemming geeft. „De kern van sancties is politiek. Je kan dus zonder enige vorm van proces op zo’n lijst worden geplaatst omdat Brussel bepaalt dat dat kennelijk gerechtvaardigd is”, zegt Bennink. In strafzaken ben je tenminste nog geruime tijd verdacht totdat je schuldig wordt bevonden, legt Bennink uit. „Maar in het sanctierecht is dat omgekeerd”. Daar ben je eerst de pineut – je krijgt een sanctie, waarna je zelf moet proberen om daar bezwaar tegen te maken.

De vraag is hoe je dat doet als je als advocaat zélf strafbaar wordt door het bieden van rechtshulp. Henrichs: „Ook Russen en terrorisme-verdachten hebben recht op bijstand zonder inmenging van de overheid”. En die rechtsstatelijke kant wordt vergeten, zegt hij. Dieben noemt de sancties zeer ingrijpend. „Klopt dit wel, kan dit zomaar gebeuren? M’n huur wordt opgezegd, m’n bankrekening bevroren. Hoe moet ik daarmee omgaan.” Soms wordt een „compleet leven plat gelegd” en „iedereen om je heen wil op geen enkele manier meer met je te maken hebben”. Sancties kunnen niet door de beugel als dit ook betekent dat geen legitieme juridische bijstand meer kan worden verleend, zegt hij. Veel advocaten vinden nu dat je „als rechtsstaat hier een streep moet trekken”. Een geknevelde advocatuur, die zich niet veilig voelt en vreest zélf gesanctioneerd te worden „vanwege het uitoefenen van het beroep”, zegt Henrichs. Dat mag niet gebeuren.

Lees ook de nieuwsbrief NRC Recht en Onrecht