Colleges zitten wéér vol witte mannen: ‘Vrouwelijke wethouders waren niet nodig, ze hadden al een vrouwelijke burgemeester’

Diversiteit In vergelijking met vier jaar geleden zijn er iets meer wethouders aangetreden. De colleges bestaan voor ruim twee derde uit mannen.

Gemeente Molenlanden
Gemeente Molenlanden Foto Ferry Verheij

Het begon eind april met een foto van het nieuwe college van het Noord-Brabantse Woensdrecht. Vier wethouders, de burgemeester en de gemeentesecretaris, voor een boom. Allemaal witte mannen.

Daarna publiceerde Nicolien Badura, die in 2018 uit eigen interesse ging volgen hoe het met de collegevorming gaat, op Twitter een foto van het nieuwe college van het eveneens Brabantse Bergeijk, wandelend over een grasveld. Met de tekst: „Alle wethouders uit het vorige college blijven aan. Zoeken naar een vrouw was echt niet nodig, want ze hebben al een vrouwelijke burgemeester. Handig!”

Of neem Vijfheerenlanden (Utrecht): vijf heren als wethouder. Dantumadiel (Friesland): louter mannen. Zoeterwoude (Zuid-Holland) idem. Meijerijstad (Noord-Brabant). Sliedrecht (Zuid-Holland). Na drie maanden foto’s herpubliceren (die eerst door de gemeenten zelf werden verspreid), zegt Badura: „Ik wilde laten zien hoe het bestuur van Nederland eruitziet.” Ze zegt: „Veel mensen zullen denken: het zal wel toeval zijn. Dat was mijn eigen ervaring ook. Je kijkt niet verder dan je eigen gemeente.”

Gemeente Vlissingen PersPectief fotografie

Doe je dat wél, dan zie je – en dat blijkt ook uit een telling van NRC – dat de nieuwe wethoudersploegen vooral uit mannen bestaan. 324 van de nu geïnstalleerde 1.145 wethouders (28,3 procent) zijn vrouw. Een lichte groei: in 2018 was het 26 procent. In 14 procent van de gemeenten wordt nog onderhandeld. Culturele achtergrond en leeftijd onderzocht NRC niet. Eén blik op de tweets die Badura plaatste, laat zien dat ook op die gebieden de nieuwe colleges van 2022 weinig divers zijn.

Veel praten en aftasten, dus duurt het allemaal veel langer met de collegevorming

Expliciet inclusief

Tilburg is een van de uitzonderingen: zes wethouders, van wie twee vrouw. En ook nog: twee wethouders met een migratieachtergrond, een nog geen dertiger en een zestigplusser. Wethouder Marcelle Hendrickx (D66), ook voorzitter van de Wethoudersvereniging, zegt: „Het heeft geholpen dat we al geruime tijd zeggen dat we een expliciet inclusieve stad zijn, en dat geldt ook voor het bestuur.”

Het college van Tilburg Foto Joris Buijs

Ook zij ziet dat de „vrouw/man-verhouding” in veel gemeenten niet in balans is. Het is aan de afzonderlijke politieke partijen wie ze naar voren schuiven als kandidaat-wethouders. „Dan hoor je vaak: ‘we hebben gezocht en dit is nu eenmaal de beste’.”

Hendrickx zegt: „Ik begrijp het tegenargument. De individuele kwaliteiten van een witte man zijn ook goed. Ik wil een pleidooi houden voor het team. Hoe zou het héle college er idealiter uitzien?” Ze verwijst naar het bedrijfsleven, waar wordt gekeken naar de samenstelling van bijvoorbeeld een raad van toezicht. „In de politiek is het nog vormvrij.”

Maakt het uit of een college divers is? Hendrickx zegt: „Het levert geen politieke winst op, maar als inwoners zich herkennen in hun bestuurders, levert dat wel wat op voor de stad.”

„Het is vrij simpel: bestuurders en politici met verschillende achtergronden brengen andere kennis in. Peters, Jannen en Johannen hebben vanzelfsprekend minder oog voor wat ze niet kennen”, zegt Liza Mügge, politicoloog aan de Universiteit van Amsterdam. Op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken keek ze een aantal jaar geleden naar maatregelen die kunnen helpen om het aandeel vrouwen in de politiek en het openbaar bestuur te vergroten.

„Diverse teams leiden tot meer discussie”, zegt Mügge. Neem een onderwerp als woningbouw. Bij de aanleg zou een vrouw eerder kunnen denken aan veiligheid op straat, of de aanwezig van een school of speeltuin. „Het gaat om geleefde ervaringen”, zegt ze.

Gemeente Valkenburg

Netwerken

Dat het aandeel vrouwen bij zowel de instroom als doorstroom van raadslid naar wethouder achterblijft, heeft een aantal oorzaken, vertelt Mügge. Bij het eerste telt het systeem: hoe zit het met de werktijden (late debatten in de avond maken het lastiger voor een gezin met kleine kinderen of mantelzorger), hoe zit het met de werkdruk, met de agressie waar 40 procent van de wethouders last van heeft? Dat geldt ook voor mannen. Maar het is, zegt Mügge, een „enorme barrière” meer vrouwen in publieke functies te krijgen.

Het argument dat ‘ze er niet zijn’, wuift Mügge weg. Bij de doorstroom gaat het om „het lijstje met namen dat klaar ligt en nu al wordt bijgehouden voor [de verkiezingen van] 2026”. Ze denkt dat er wel iets anders aan de hand is: „Mijn hypothese is dat het afbrokkelen van landelijke partijen effect heeft. Daar zijn netwerken van vrouwen of politici met migratieachtergrond en daar komen de lijstjes vandaan. Bij lokale partijen ontbreken die netwerken.”

Maar het is niet zo dat alleen lokale partijen met mannen komen aanzetten, ook landelijke partijen doen dat. De VVD in Assen had bijvoorbeeld een vrouwelijke wethouder, maar omdat zij niet in de gemeente woont, wilden de andere collegepartijen haar niet houden. De VVD schoof daarop een man naar voren. En de vrouwelijke wethouder van GroenLinks ging ook niet door, omdat die partij niet in het college terugkeerde.

Het is ook niet zo dat de colleges van alleen kleinere gemeenten uit mannen bestaan – Enschede telt er vijf. Of dat mannencolleges vooral in de Biblebelt voorkomen: Staphorst kreeg zijn eerste vrouwelijke wethouder. De colleges van Bunnik, Culemborg, Ouder-Amstel, Terschelling en Tytsjerksteradiel bestaan uit louter vrouwen.

Nicoline Badura juicht het toe. Al zou ze naast culturele achtergrond en leeftijd, nóg wel een gelaagdheid willen zien: opleiding. Voor „het invoelingsvermogen”. Al beseft ze ook dat een college „nooit helemaal een afspiegeling kan zijn van de inwoners”.