Excuses DNB voor rol in slavernij

Verleden DNB-president Klaas Knot bood vrijdag op Keti Koti excuses aan voor slavernij. De provincie Noord-Holland volgde later op de dag.

DNB-president Klaas Knot vrijdag tijdens de nationale herdenking van het Nederlands slavernijverleden bij het monument in het Amsterdamse Oosterpark.
DNB-president Klaas Knot vrijdag tijdens de nationale herdenking van het Nederlands slavernijverleden bij het monument in het Amsterdamse Oosterpark. Foto KOEN VAN WEEL/ANP

De Nederlandsche Bank (DNB) bood vrijdag excuses aan voor haar betrokkenheid bij het Nederlandse slavernijverleden. DNB-president Klaas Knot bracht die over in een toespraak op de viering van Keti Koti in Amsterdam. Op deze dag, 1 juli, wordt de afschaffing van de slavernij gevierd en herdacht.

Volgens Knot komt er geen financiële compensatie, maar worden er wel maatregelen genomen om de „doorwerking van het slavernijverleden in het heden te helpen verminderen voor de direct betrokkenen”. Een besluit over financiële compensatie is volgens de centralebankpresident aan de Nederlandse overheid.

Belangen DNB in slavernij

Eerder dit jaar bleek uit onderzoek dat bestuurders van De Nederlandsche Bank aanzienlijke belangen hadden in de slavernij. Het geld waarmee DNB is opgericht was deels verdiend met slavernij. Veel bestuurders hebben het voortbestaan van slavenhandel verdedigd.

Voormalige plantage-eigenaren, van wie een deel ook DNB-bestuurders, kregen bij de afschaffing van slavernij een financiële compensatie van DNB. Knot zei hierover: „Namens De Nederlandsche Bank bied ik hiervoor vandaag excuses aan. Excuses aan alle nazaten van slaafgemaakten in Nederland, in Suriname, op Bonaire, Sint Eustatius en Saba, op Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Excuses aan alle mensen die door de persoonlijke keuzes van mijn voorgangers herleid werden tot hun huidskleur.”

De centrale bank maakt in totaal tien miljoen euro vrij voor projecten die de effecten van het slavernijverleden helpen te verminderen. Bijvoorbeeld voor het toekomstige Nationaal Slavernijmuseum in Amsterdam. Ook komt er meer openheid over het verleden van de DNB in het gebouw aan het Frederiksplein in Amsterdam, de kunstcollectie moet diverser en inclusiever worden en ook bij werving en selectie wil DNB meer inzetten op diversiteit.

In februari zei DNB-president Knot al dat de conclusies uit het onderzoek „behoorlijk stevig” waren binnengekomen. „De mate waarin mijn ambtsvoorgangers zich hebben ingezet om de afschaffing van de slavernij tegen te gaan”, had hem „persoonlijk geraakt”. Hij beloofde toen later met een verdere reactie te komen.

DNB zegt nu door gesprekken die werden gevoerd met diverse organisaties, wetenschappers en nazaten van slaafgemaakten te kunnen zien „hoe belangrijk het is om excuses te maken”. Dat is volgens DNB „essentieel voor een heilzame verwerking van het slavernijverleden” en voor „alle mensen” die hiervan de „gevolgen dragen”, zoals de moeilijk in te halen achterstanden die door slavernij zijn gecreëerd.

Ook de provincie Noord-Holland bood vrijdag excuses aan voor de rol in het slavernijverleden. Commissaris van de Koning van de provincie, Arthur van Dijk, deed dat in het provinciehuis in Haarlem, bij de opening van een expositie over slavernij. De provincie Noord-Holland is de eerste provincie in Nederland die officiële excuses aanbiedt. Die worden aangeboden "aan de nazaten van tot slaaf gemaakten, mensen die het onrecht van toen vandaag nog ervaren.”