Recensie

Recensie Muziek

Tenor Ian Bostridge is de koning in een muzikaal schaakspel

Grote Zangers In een mierzoet Schubert-recital liet tenor Ian Bostridge horen dat je bij een echt goede liedzanger de tekst niet letterlijk hoeft te verstaan.

Tenor Ian Bostridge en pianist Julius Drake (l.) tijdens een eerder Schubert-liedrecital.
Tenor Ian Bostridge en pianist Julius Drake (l.) tijdens een eerder Schubert-liedrecital. Foto Roberto Serra

De Britse tenor Ian Bostridge is de geleerde onder de zangers; na een carrière aan Oxford en Cambridge, waar hij onderzoek deed naar hekserij, koos hij voor het zingen. Donderdag stond hij met zijn vaste begeleider Julius Drake in het Amsterdamse Muziekgebouw. Schuberts kaskrakers als Erlkönig en Gretchen am Spinnrade bleven uit; het programma was een bloemlezing van Schuberts B-kantjes.

Het programmaboekje maakte meteen excuses voor de ‘mindere’ kwaliteit van de teksten. Inderdaad: hoe vaak kan het in één programma over beekjes, ridders en ‘heerlijke vrouwen’ gaan? Bostridge’ dictie was een ander moeilijk punt. Met name de letters l en r waren soms onverstaanbaar: in legato-passages smolten ze bijna volledig samen met de klinkers.

Communicatie zonder woorden

Maar liedkunst gaat toch juist over voordracht, het samensmelten van muziek en tekst? Is uitspraak niet essentieel is voor een goed liedrecital? Niet per se, schreef musicoloog Lawrence Kramer eens: muziek is eigenwijs, en vertelt vaak haar eigen verhaal.

Bostridge gaf dat verhaal ruim baan; je kon je ogen niet van hem afhouden, niet door de woorden die hij zong, maar door zijn vaardigheid Schuberts liederen ook zonder woorden verstaanbaar te maken.

Bostridge en Drake bouwden een uitgestrekte spanningsboog, die vanuit Das Heimwehschijnbaar onvermijdelijk culmineerde in het slot Im Abendrot. Soms ging het ene lied onmerkbaar over in het volgende, soms liet Bostridge je juist wachten. Als hij een stapje zette hield je je adem in – alsof hij de koning was in een muzikaal schaakspel. Zelfs tijdens de pauze bleef dat gevoel hangen.

Bostridge’ tengere postuur maakte hem de gedroomde romantische ik-figuur uit Schuberts muziek, slachtoffer van zijn eigen fantasie. Hij keek je recht in je ogen terwijl hij zong over zijn onweerstaanbare Sehnsucht, en je geloofde iedere noot die over zijn lippen kwam.