Ministers vrezen voor steeds vaker vierdaagse schoolweek

Lerarentekort In grote steden krijgen veel scholen nu al ontheffing van de plicht vijf dagen onderwijs te geven. De ministers van Onderwijs vrezen dat meer scholen dat moeten gaan doen.

De openbare basisschool OBS De Wynwizer in Leeuwarden.
De openbare basisschool OBS De Wynwizer in Leeuwarden. Foto Kees van de Veen

De ministers van Onderwijs, Dennis Wiersma (VVD) en Robbert Dijkgraaf (D66), zetten de deur open voor een vierdaagse schoolweek op basisscholen. In de grote steden krijgen kinderen onder 31 schoolkoepels nu al 4 dagen per week les, omdat er te weinig leraren zijn. Die scholen hebben ontheffing van de plicht vijf dagen onderwijs te bieden. Wiersma vindt dat „verschrikkelijk”, maar erkent dat meer scholen dat de komende jaren misschien moeten doen.

De bewindslieden schrijven vrijdagmiddag in een brief aan de Tweede Kamer: „In de grote steden bieden we scholen de ruimte om het onderwijs één dag in de week anders in te richten. Bijvoorbeeld met bekwame vakkrachten die geen onderwijsbevoegdheid hebben. Dit betekent dat een school 20 procent minder bevoegde leraren nodig heeft. Dit blijkt scholen echt te helpen. Wanneer hier planmatig mee om wordt gegaan, biedt het meer rust dan wanneer steeds gaten gevuld moeten worden en continu noodmaatregelen genomen moeten worden.”

Het lerarentekort is nijpend (9.000 onvervulde voltijd-vacatures op basisscholen en 1.700 op middelbare scholen). „Dit laten voortslepen is onverantwoord.”

In een interview met NRC zegt Wiersma: „Op veel plekken wordt op vrijdag al geen les meer gegeven. Dat vind ik verschrikkelijk. Het druist in tegen alles wat je van het onderwijs verwacht. Maar áls het echt niet lukt om vijf dagen te vullen, moeten we zorgen dat die uren op andere dagen worden ingehaald.” En: „We ontkomen er niet aan.”

Lees ook het artikel De juf mag later beginnen en werkt een dag extra

Tegelijk willen de bewindslieden de oplossing voor het lerarentekort niet meer aan individuele schoolbesturen overlaten. De overheid gaat „meer sturen”, schrijven Wiersma en Dijkgraaf in hun Kamerbrief.

Scholen moeten beter personeelsbeleid voeren, schrijven de ministers. Dat willen ze wettelijk vastleggen en de inspectie moet erop toezien. Want nu bieden besturen kleine, onaantrekkelijke contracten om gaten in de roosters te vullen en tegelijk kapen ze leraren bij elkaar weg. „We zullen besturen verder aanmoedigen om ervoor te zorgen dat schaarste beter wordt verdeeld.” Daartoe zullen besturen moeten samenwerken en niet concurreren.

Leraren die deeltijd werken (65 procent op de basisschool) krijgen mogelijk een financiële bonus als ze meer uren per week gaan werken.

Te veel concurrentie

De ministers zijn kritisch over het stelsel dat concurrentie tussen scholen en schoolbesturen heeft bevorderd: „De bekostiging van scholen op basis van het aantal leerlingen is meer gericht op concurrentie dan op samenwerken. Ons stelsel richt de aandacht van het bestuur op het zorgen voor goed onderwijs op de eigen school en een gezonde financiële huishouding.”

Er is „geen prikkel om docenten op te leiden voor de regio in plaats van alleen voor de eigen school”, schrijven de ministers. „Er is geen prikkel om bijvoorbeeld samen contracten of loopbanen aan te bieden waarmee voor docenten een waardevoller perspectief ontstaat.”

Ook willen de onderwijsministers een eind maken aan de wildgroei van particuliere bedrijven die geld verdinen aan het lerarentekort. „De tarieven voor inhuur van leraren worden gemaximeerd, er wordt keurmerk ingevoerd.” Daarnaast willen ze verbieden dat scholen reclame maken voor de vele particuliere bijles- en huiswerkbegeleidingsinstituten waar ouders voor betalen.