Analyse

Erdogan morrelt al weer aan NAVO-deal over Zweden en Finland

Terreur De Turkse president dreigt de NAVO-aanvraag niet aan zijn parlement voor te leggen als Zweden en Finland niet 73 ‘terroristen’ uitleveren.

De Turkse president Erdogan op de persconferentie donderdag op de NAVO-top in Madrid, waarop hij de deal over Zweden en Finland op losse schroeven zette.
De Turkse president Erdogan op de persconferentie donderdag op de NAVO-top in Madrid, waarop hij de deal over Zweden en Finland op losse schroeven zette. Foto GABRIEL BOUYS / AFP

De inkt van het akkoord met Turkije over de toetreding van Zweden en Finland tot de NAVO is amper droog of het staat alweer op losse schroeven. President Erdogan zei donderdag op een persconferentie dat Zweden en Finland hebben „beloofd 73 terroristen uit te leveren” om het Turkse veto op te heffen. Als ze niet hun woord houden, zal hij hun aanvragen om lid te worden van de alliantie niet naar het Turkse parlement sturen voor ratificatie.

Nu wordt in het memorandum wel gesproken over uitlevering van terreurverdachten aan Turkije, maar er worden geen aantallen genoemd. Zweden en Finland beloven „lopende verzoeken tot uitzetting en uitlevering van terreurverdachten snel en grondig te behandelen, rekening houdend met door Turkije verstrekte informatie, bewijs en inlichtingen”. Het akkoord wordt door Turkije enerzijds en Zweden en Finland anderzijds heel anders uitgelegd.

Gebagatelliseerd

Hoe Erdogan bij het aantal van 73 komt, is onduidelijk. In de Turkse pers zongen eerder 33 namen rond van terreurverdachten voor wie Turkije een uitleveringsverzoek had ingediend. „De Zweedse en Finse ministeries van Justitie hebben dossiers uit Turkije van 33 mensen met vermeende terreurbanden”, zei de Turkse minister van Justitie Bekir Bozdag woensdag. „Na deze deal zullen we hen opnieuw aanschrijven en hen daaraan herinneren.”

Aan Zweedse en Finse kant worden de beloftes aan Turkije wat betreft uitleveringen juist gebagatelliseerd. De regeringsleiders van beide landen benadrukken dat rechters moeten oordelen over de uitleveringsverzoeken en dat hun eigen wetgeving en internationale verdragen daarbij geldig blijven. De Zweedse minister van Buitenlandse Zaken Ann Linde zei tegen de krant Dagens Nyheter dat dit niet tot problemen zou leiden.

Dus wel. Turkije ziet met name Zweden als een vrijhaven voor terrorisme. De afgelopen jaren hebben duizenden leden en sympathisanten van de Koerdische terreurbeweging PKK en van de Turkse geestelijke Fethullah Gülen, het vermeende brein achter de mislukte coup in 2016, asiel gekregen in Zweden. Turkije vindt dat Zweden te veel ruimte geeft aan deze groepen. De eerste is door Zweden bestempeld als een terroristische organisatie, de tweede niet.

Verschillende definities

Het probleem is dat Zweden en Turkije heel andere definities hanteren van terrorisme. Dat bleek al tijdens de onderhandelingen, vertelde de Finse minister van Buitenlandse Zaken Pekka Haavisto tegen persbureau AP. „Turkije heeft zijn eigen definitie, en we konden het daar niet over eens worden omdat de Turkse breder is dan de Europese of internationale definities. Onze rode lijn is dat we niet onze wetgeving aanpassen – op elk gebied.”

Een koffiepauze leidde tot een doorbaak in de onderhandelingen. Maar de definitiekwestie wordt in het memorandum vermeden. In Zweden zijn weliswaar enkele wetten en grondwetswijzigingen in de maak, die deels aan de Turkse eisen tegemoetkomen. Zo wordt lidmaatschap van een terroristische organisatie strafbaar. Maar het effect daarvan op uitleveringsverzoeken is onduidelijk. Rechters wezen eerdere verzoeken af omdat er niet genoeg bewijs was of het recht op een eerlijk proces niet is gegarandeerd in Turkije.

Zweden heeft de afgelopen jaren wel enkele verdachte PKK-leden naar Turkije gedeporteerd nadat hun asielverzoek was afgewezen. Een van hen was Resul Özdemir, die in 2020 werd uitgezet ondanks het feit dat hem een celstraf boven het hoofd hing in Turkije. Volgens Dagens Nyheter heeft de Zweedse veiligheidsdienst een lijst van tien PKK-verdachten die zouden kunnen worden uitgezet. Het is twijfelachtig dat Turkije daarmee genoegen neemt.

Om toe te zien op de uitvoering van het akkoord wordt een speciaal gezamenlijk mechanisme in het leven geroepen met experts van de ministeries van Justitie, Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken en de inlichtingendiensten van de drie landen. Erdogan zei dat hij de uitvoering van het memorandum nauwgezet zal volgen, en dat hij dienovereenkomstig stappen zal ondernemen.