Opinie

‘Dirty Harry’ lost het boerenprotest niet op

Handhaving Natuurlijk kan de politie harder optreden tegen de boeren. Maar dat zou de problemen van de politiek alleen maar groter maken. De-escalatie blijft nodig, schrijft politieonderzoeker .
Illustraties Cyprian Koscielniak

Op de dag van de boerendemonstratie in Stroe, vorige week, twitterde de Nationale Politie: „Het uitgangspunt is en blijft: tractoren niet op de snelweg. We treden op waar dat kan, maar zijn realistisch. Veiligheid op de wegen staat voorop, zowel voor medeweggebruikers als collega’s. Daar richten we ons nu op.”

En afgelopen dinsdag trok de politie zich terug toen boeren door een politieblokkade braken bij het huis van minister Christianne van der Wal (Natuur en Stikstof, VVD). Volgens de politie was de situatie zo onveilig voor agenten, dat ze niet direct konden ingrijpen: „Er is op dat moment gekozen voor de eigen veiligheid”.

Gebruikte woorden als ‘realistisch’, ‘veiligheid op de weg’ en ‘eigen veiligheid’ vallen op. Is dat genoeg tegen de achtergrond van de verharding van het boerenprotest? Politie en hulpverleners zijn doelwit geworden. Hooibalen gaan in de brand langs de snelweg, politici worden geïntimideerd, mest wordt uitgestrooid op de openbare weg.

Het is begrijpelijk dat bij zulke verstorende acties de roep om hard optreden aanzwelt. Politici, een enkele gezagsdrager, en branchevertegenwoordigers proberen elkaar af te troeven met uitspraken van verontwaardiging. Deels uit onmacht omdat zij het boerenprotest zelf hebben veroorzaakt: verschillende kabinetten-Rutte hebben de stikstofproblematiek voor zich uit geschoven, brancheverenigingen hebben jarenlang veranderingen getraineerd, provinciebesturen hebben – na het boerenprotest in 2019 – schielijk hun transitiekeutels ingetrokken. De verassingsstrategie van het kabinet, dat een paar weken terug op een vrijdag de stikstofplannen bekend maakte, verdient ook niet de Hoofdprijs Communiceren 2022.

‘Go ahead, make my day’

De stikstofproblematiek is een politiek vraagstuk, niet een politievraagstuk. ‘Realistisch’ en ‘[eigen] veiligheid’ zijn woorden die niet passen in het verontwaardigingsframe dat is ontstaan.

Lees ook: Kan de overheid het boerenprotest nog aan?

Sociale media staan bol van testosterontermen over hard optreden. De onderbuik van de samenleving, onmachtige en wat crowd control betreft ongeïnformeerde politici, mensen die electoraal garen spinnen bij het boerenprotest en de vele zelfbenoemde Twitter- en talkshowdeskundigen papagaaien Clint Eastwood in de Dirty Harry-films na: „Go ahead, make my day” – met een Magnum in de hand.

De politie bevindt zich ineens in een maatschappelijk krachtenveld waar zij niet of nauwelijks invloed op heeft. Het is ongekend wat er aan gewelddadigheden plaatsvindt. Openbare ordehandhaving is belangrijk, maar niet ten koste van alles.

Geheel in lijn met haar decennialange traditie van openbare ordehandhaving wordt voornamelijk de-escalerend opgetreden. Dat klinkt niet spannend voor menig Netflix-kijker en liefhebber van actiefilms of detectiveseries waarin in iedere aflevering binnen vijftig minuten de dader wordt gepakt. Dat is echter een fantasiewereld die niet bestaat. De politie heeft van meet af aan haar netwerk van contacten in de boerengemeenschap in geheel Nederland betrokken om in verbinding te blijven. De politie heeft een handhavingskader opgesteld voor zichzelf en de lokale driehoeken: preventie, informeren, aangeven kaders, (ingetogen) geweldinstructies en verbinding zijn de sleutelwoorden. Dit is ook afgestemd met het Veiligheidsberaad waarin de burgemeesters van veiligheidsregio’s zijn vertegenwoordigd. Regelmatig wordt in de nationale briefing van de politie de eenheid van beleid en de zorgvuldigheid in de uitvoering bewaakt.

De politie vertegenwoordigt een macht van niet geringe betekenis. Maar de inzet daarvan brengt levensgrote risico’s met zich mee

Op straat is echter sprake van een combinatie van massaliteit van tractorbewegingen, onverwachtheid van acties, beperkte capaciteit, soms lange aanrijtijden en bovenal de levensgevaarlijke kans op escalatie. Niet alleen van de boeren zelf, maar ook van kapitaalkrachtige agrarische (familie)bedrijven die protesten steunen en financieren en verdere radicalisering van de harde kern van het boerenprotest. Farmers Defence Force kondigde afgelopen dinsdag een „dag des doods” aan en vulde aan met „er moet een mannetje om in de coalitie”. Er is sprake van een geweldspiraal waarvan het einde nog niet in zicht is.

Naast de-escalatie monitoren politie en inlichtingendienst AIVD 24 uur per dag (besloten) sociale media. Ook langs andere wegen wordt informatie verzameld over incidenten en mogelijke informele regievoering van het boerenprotest via wisselende persoonlijke unies van actie- en belangengroeperingen en andere belangendragers. Daarvoor zijn nog geen harde aanwijzingen. Er is wel zorg. Die bestaat ook over mogelijke allianties tussen verschillende anti-overheidsstromingen. Dit gebeurde al tijdens de coronatijd, maar er is nu zorg over mogelijk verder sociaal protest in het najaar. Dan worden vraagstukken als de woningnood, Groningen en andere dossiers waarin de relatie tussen overheid en burger is verstoord mogelijk acuter. Denkbeeldig is ook nu al dat het boerenprotest wordt gekaapt door andere actiegroepen. De beheersbaarheid zal dan verder afnemen.

Boeren neerschieten

Er is dus een maatschappelijke roep om harder op te treden. Ook een klein beetje van de zijde van Justitie dat, waarschijnlijk vooral voor de beeldvorming, aan de politie heeft gevraagd om meer verbalen te schrijven of een opsporingsteam in te zetten voor rijden op de snelweg. Tegen dit laatste heeft de politie ‘njet’ gezegd. Dirty Harry is geen oplossing voor het boerenprotest.

Het was voor de politie een kleine moeite geweest om dinsdag voor het huis van de minister drie boeren neer te schieten. Of om ME-pelotons in te zetten om de snelwegen vrij te maken. Bijzondere bijstandseenheden hadden korte metten kunnen maken met oploopjes van boeren rond het Binnenhof. Aanhoudingseenheden zouden in een split second de meest gewelddadige figuren uit een kolkende menigte boeren kunnen halen.

De politie vertegenwoordigt, kortom, een macht van niet geringe betekenis. Maar de inzet daarvan brengt levensgrote risico’s met zich mee. Het leerstuk van de ‘politierel’ ligt op de loer. Actie is reactie: door hard op te treden kan het draagvlak voor verharding van de boerenprotesten rechtevenredig toenemen. Ook de vermenging van het boerenprotest met ander sociaal ongenoegen kan het draagvlak in de hand werken.

Illustraties Cyprian Koscielniak

De meest kernachtige beschrijving van de politiefunctie is ‘iets stoppen, wat beter niet kan gebeuren – en wel onmiddellijk’. Maar ingetogenheid is geen schuttingwoord. Dat laat onverlet dat binnen die ingetogenheid inlichtingen- en opsporingshandelingen plaatsvinden en boetes worden uitgedeeld.

Oplossingen voor de stikstofcrisis liggen buiten het bereik van de politie. Zoals gezegd: het is een politiek probleem.

Jan Wiarda – oud-hoofdcommissaris van Utrecht en Den Haag en mede-opsteller van het invloedrijke rapport Politie in verandering, waarin verbinding en de-escalatie hoekstenen zijn, maakte van zijn hart geen moordkuil toen hij zei: „Wij zijn de strontscheppers van de politiek”.

Politieke beslissingen die maatschappelijk verkeerd uitpakken, zoals bijvoorbeeld bezuinigingen op de psychiatrische zorg met als gevolg een aanhoudende stroom van verwarde personen op straat, geven de politie handenvol werk. Het boerenprotest ook. Die capaciteit kan niet worden ingezet op andere veiligheidsproblemen waar burgers last van hebben. De ironie is dat alles wat de politie wél doet – de-escalatie, begeleiden, begrenzen van excessen en daadwerkelijk optreden – geen effect heeft op de noodzakelijke transitie van de landbouw en veeteelt noch op de desastreuze aantasting van de natuur. Dat is aan de politiek en de agrarische sector zelf.

De politie heeft geen invloed op politici die op het podium in Stroe olie op het vuur gooien. Sprekers daar legitimeren niet alleen het protest maar geven indirect ook een duwtje in de rug van de radicaliserende harde kern. „Wij hebben er alle begrip voor dat de acties harder worden”, zei FVD-Kamerlid Gideon van Meijeren (FVD) in Stroe. „Wie niet luisteren wil moet maar voelen.”

Branchevertegenwoordigers spreken intussen met dubbele tong: vol morele verontwaardiging over de excessen, steevast gevolgd door ‘maar we begrijpen de emoties en er staat veel op het spel voor boeren’. Dat is een dubbele boodschap die evenzeer een legitimering is om door te gaan met acties en voor een aantal hardekern-boeren een aansporing om crimineel te handelen. Taal is niet onschuldig.

Ingetogen onvrede

Binnen de politie bestaat een zekere mate van ingetogen onvrede over ‘aanwijzingen’ vanuit Den Haag. Sinds de vorming van de Nationale Politie, in 2013, is sprake van een vrijwel onstuitbare neiging binnen de politiek om zich te bemoeien met de uitvoering. Onlangs wees de voormalige burgemeester van Groningen, Jacques Wallage, hierop in een opiniestuk in NRC.

Lees ook dit interview met politiechef Willem Woelders: Politiechef: ‘Politie kan boerenprotest niet stoppen’

Die ingetogen onvrede is er ook over de stilte bij de politiek. Waarom heeft het kabinet niet onmiddellijk belangenbehartigers aan tafel ontboden en een morele toon aangeslagen om vervolgens de stikstofcrisis te verzakelijken en in goede banen te leiden? Ingetogen onvrede bestaat, ten slotte, ook over de aanslag op de capaciteit van de politie. De boerencrisis zuigt mensen uit veel primaire politietaken. Het is mogelijk om op korte termijn twintig pelotons ME op de been te brengen, maar dan zakt de basispolitiezorg door het ijs.

De maatschappelijke opdracht van de politie is om zo veel mogelijk in verbinding te zijn en blijven met burgers, boeren en buitenlui om veiligheid te garanderen voor iedereen die direct of indirect bij de protesten betrokken is. Om zo veel mogelijk de-escalerend te handelen. Om met strafrechtelijke precisie de harde kernen te neutraliseren. Dit is in gang gezet en dit wordt geïntensiveerd. Het is allemaal veel professioneler gedrag dan menig politicus, agrarisch bestuurder of lid van de harde kern van de boeren deze dagen kan opbrengen.

Verontwaardiging en het tegelijkertijd impliciet aanjagen van het boerenprotest is geen leiderschap dat de publieke zaak dient. Daarom kijken veel burgers – en menig politiefunctionaris – naar al die partijen die de sleutel in handen hebben van de stikstofcrisis. En dat is niet de politie.