VN-missie ‘loopt op eieren’ in Mali

Blauwhelmen Ook na recente bloedbaden onder burgers blijven er blauwhelmen in Mali. Maar wat kunnen ze doen nu de regering dwarsligt?

Saga Saganla (30) uit Diawely raakte gewond bij een aanval van rebellen.
Saga Saganla (30) uit Diawely raakte gewond bij een aanval van rebellen. Foto Hamidou Saye / AP

Vertwijfeld staart het jongetje naar de soldaten, zijn blote voeten omgeven door brokstukken. Alsof hij niet weet wat hij met het gezelschap aan moet. Het is een veelzeggend beeld dat El-Ghassim Wane dinsdag op Twitter deelde. Op een andere foto is te zien hoe het hoofd van de VN-missie in Mali, gestoken in een smetteloos grijs pak, de zoveelste verwoesting in het door conflict geteisterde land tot zich neemt. De zwartgeblakerde resten, huizen zonder leven.

Bij het bloedbad dat jihadisten vorige week in de centrale regio Bankass aanrichtten, kwamen 132 mensen om. Zelfs voor Mali, waar sinds 2012 duizenden doden vielen door extremistisch en etnisch geweld, was het een wrang nieuw dieptepunt. Wane wilde met zijn bezoek zijn steun betuigen aan de lokale bevolking, schreef hij op Twitter. Het toonde ook iets anders: het onvermogen, opnieuw, van de vredesmissie burgers te beschermen.

Lees ook: ‘Wat onze missie in Mali bereikt, is nihil’

Wane’s bezoek kwam op een precair moment. Woensdag stemde de VN-veiligheidsraad er mee in de 15.000 man sterke Minusma-missie met nog een jaar te verlengen. Niet eerder gebeurde dat onder zulke gespannen omstandigheden. Na twee opeenvolgende staatsgrepen ligt het nieuwe bewind overhoop met de Westerse partners waarop de missie zwaar leunde. Terwijl deze troepen zich terugtrekken, neemt de druk op de blauwhelmen toe. Vooral nu de Malinese regering, die sinds begin dit jaar hulp krijgt van Russische huurlingen, het de blauwhelmen steeds moeilijker maakt.

Hoewel deelnemende landen het erover eens lijken dat met stopzetting van de missie de kans reëel is dat het land volledig instort, wordt openlijk getwijfeld aan wat de missie nog wél kan doen. Zonder de cruciale luchtsteun van de Fransen. En met de groeiende lijst beperkingen die de Malinese autoriteiten hen opleggen.

Geen onderzoek door VN

Meteen na de stemming woensdag – waarbij Rusland en China zich onthielden – liet Mali weten niet van plan te zijn de blauwhelmen alle bewegingsvrijheid te geven wanneer zij mensenrechtenschendingen willen onderzoeken, zoals hun mandaat voorschrijft. „We zijn een soeverein land en dit is een taak van de overheid.”

Lees ook: Leger Mali beschuldigd van ‘ergste bloedbad in tien jaar’

Het schrikbeeld van wat dit in de praktijk betekent, is er al: Moura. In april eindigde een anti-terreuroperatie in dit door jihadisten beheerste stadje in wat Human Rights Watch omschreef als het „ergste bloedbad” in Mali in tien jaar. Getuigen vertelden de ngo hoe Malinese en Russische soldaten er enkele dagen van deur tot deur gingen, huizen plunderden en zo’n driehonderd mensen executeerden, onder wie veel burgers.

Het leger zelf zegt 203 jihadisten te hebben „geneutraliseerd”.

Al snel kwam de VN-missie onder vuur. Waar waren de blauwhelmen, wier mandaat voorschrijft dat ze de burgers moeten beschermen? De missie, met een basis op nog geen vijftig kilometer van Moura, zei dat ze pas na enige dagen lucht kreeg van het drama – al ging dit al langer op sociale media rond. Wat ze niet hardop zeiden: de Malinese autoriteiten weigerden hen een team te laten sturen.

Nog altijd zijn geen VN-onderzoekers ter plaatse geweest. Wel stelde de missie dat zij een „ongekende toename” van mensenrechtenschendingen zag, begaan door Malinese en „buitenlandse” soldaten. Tot woede van de Malinese autoriteiten, volgens wie deze „ongefundeerde beschuldigingen” slechts bedoeld zijn om hun leger in diskrediet te brengen.

Lees ook: En toen waren ‘de Russen’ ineens ook in Mali

Dat punt maakte de Malinese minister van Buitenlandse Zaken Abdoulaye Diop onlangs ook toen hij in New York de Veiligheidsraad toesprak over het verlengen van de vredesmissie. Volgens Diop was het „essentieel” dat het nieuwe mandaat helder zou maken tegen wie zij burgers beschermen: jihadistische groeperingen. En niet, wilde hij maar zeggen, de Malinese soldaten die „aan het front staan om deze groepen te bestrijden”.

Daarin klonk nog een grief door: waarom doen de blauwhelmen niet hetzelfde? „Al vanaf het begin is er een mismatch in verwachtingen, waarbij de Malinezen vinden dat Minusma juist ook aan terreurbestrijding moet doen”, zegt Jaïr van der Lijn, hoofdonderzoeker vredesmissies bij het Stockholm International Peace Research Institute. „Maar dat gaat niet gebeuren, want dan haken veel landen die troepen leveren af.”

Formeel kwamen de blauwhelmen naar Mali om een vredesproces te begeleiden tussen de regering en separatistische Toearegrebellen in het noorden, wier opstand in 2012 de katalysator vormde voor de chaos van vandaag. Later kwam daar als taak bij lokaal bestuur te herstellen in het centrale deel van het land, waar de staat is verdwenen en de bevolking is overgelaten aan jihadisten, gemeenschapsmilities en criminele bendes.

Het gebruik van geweld is daarbij een lastig punt, stelt Van der Lijn. Dat geldt ook voor andere vredesmissies. „Officieel staan de VN het toe, ook pro-actief ter bescherming van de bevolking en verdediging van het mandaat.” Maar al in 2014 concludeerde een intern VN-onderzoek dat blauwhelmen „zelden geweld gebruiken om burgers te beschermen die worden aangevallen.” Een reden: de landen die troepen sturen, willen geen eigen doden.

Dat gebeurt wel. Zeker in Mali. Met tot nu 275 omgekomen blauwhelmen (ook vier Nederlanders), stond de vredesmissie lang bekend als ‘gevaarlijkste ter wereld’. Dat de laatste jaren minder doden vallen, komt volgens Van der Lijn deels doordat militairen hun kampen minder verlaten.

Het draagt bij aan het gevoel van veel Malinezen dat de blauwhelmen meer bezig zijn met hun eigen veiligheid dan die van hen. Vooral in het centrum, waar de afgelopen jaren veruit de meeste doden vielen, maar waar Minusma een veel kleinere aanwezigheid heeft. Pogingen daar iets aan te doen, stuiten op een muur van VN-bureaucratie en een onwil van landen om meer troepen te sturen.

En nu dus ook de Malinese autoriteiten. Juist in het centrum heeft het leger de operaties fors opgeschroefd. Daarbij willen ze niet dat blauwhelmen hen voor de voeten lopen. Ruslands betrokkenheid maakt het nog complexer, stelt Van der Lijn. Zo blokkeerde Moskou een oproep van de Veiligheidsraad tot een onafhankelijk onderzoek naar het drama in Moura.

Uiteindelijk is aanwezigheid het allerbelangrijkste, zegt Van der Lijn. „Dat je daar zit als ogen en oren van de internationale gemeenschap, geeft mensen vertrouwen en vermindert de kans op burgerdoden. Maar het wordt wel op eieren lopen.”