CPB: ‘eenmalige loongolf’ kan pijn van inflatie verzachten

Inflatiestudie Bedrijven houden hun winst op peil, huishoudens zuchten onder de inflatie, ziet het CPB. Een loongolf kan dit rechttrekken.

Mensen doen boodschappen op de markt in Enschede. Vooral huishoudens werden geraakt door de inflatie, zegt het CPB.
Mensen doen boodschappen op de markt in Enschede. Vooral huishoudens werden geraakt door de inflatie, zegt het CPB. Foto Emiel Muijderman/ANP

Huishoudens worden harder geraakt door de hoge prijsstijgingen dan het bedrijfsleven. Een stevige loonsverhoging kan deze scheve verdeling weer rechttrekken. Die conclusie trekt het Centraal Planbureau (CPB) donderdag in een nieuwe studie over de hoge inflatie.

Nederland is vorig jaar „collectief armer” geworden, schrijft het planbureau, vooral doordat de prijs van producten die Nederland importeert harder is gestegen dan de prijs van wat Nederland exporteert. Het bedrijfsleven had hier weinig last van. Het CPB ziet „toenemende winsten”, onder meer in cijfers die statistiekbureau CBS bijhoudt.

De pijn kwam vooral bij huishoudens terecht. Die zien hun energierekening en winkelprijzen hard stijgen, zonder dat hun loon of uitkering die stijging volgt.

Lees ook: Huismerken, dikkere truien, onbetaalde rekeningen: de hoge inflatie is nu al voelbaar

Werknemers ontvingen vorig jaar ook een kleiner deel van het verdiende geld in het bedrijfsleven. Dat laat de zogeheten ‘arbeidsinkomensquote’ zien. Die daalde vorig jaar van bijna 75 naar ruim 72 procent.

Op basis van deze cijfers concludeert het CPB dat er ruimte is voor een „eenmalige loongolf”. Die kan een „gelijkmatiger verdeling van de lasten” dichterbij brengen.

„De verhouding tussen het stijgende winstaandeel en een dalend loonaandeel lijkt uit balans”, zegt CPB-onderzoeker Yvonne Adema. „Al kan dit per sector en per bedrijf verschillen.” Er zijn ook bedrijven die het wél moeilijk hebben, benadrukt ze.

Waarschuwing van economen

Dat het CPB deze ruimte voor hogere lonen ziet, is opvallend omdat sommige economen waarschuwen voor een ‘loonprijsspiraal’. Die ontstaat als de lonen en prijzen elkaar omhoog blijven jagen, zoals in de jaren zeventig gebeurde. Bedrijven financieren hun loonsverhoging dan via hogere prijzen. En die hogere prijzen lokken weer hogere lonen uit.

Maar dat risico is klein, volgens het CPB. Vijftig jaar geleden was het nog gebruikelijk dat het cao-loon automatisch meesteeg met de inflatie, maar die afspraak is uit vrijwel alle cao’s verdwenen. Daarnaast is het aannemelijk dat bedrijven hun loonsverhoging niet volledig betalen uit een prijsverhoging. Ze hebben immers ook ruimte om in te teren op hun winst.

Recente cijfers bevestigen dat de loongroei nog beperkt blijft. In mei spraken werkgevers en vakbonden gemiddeld 3,6 procent loonstijging af in cao’s, volgens werkgeversvereniging AWVN. Dat is hoger dan het in jaren geweest is, maar nog lang niet in de buurt van de inflatie, die vorige maand bijna 9 procent bedroeg.

Eerder deze maand concludeerde het Centraal Planbureau al dat tot 1,2 miljoen huishoudens – meer dan een op de zeven – in de financiële problemen kunnen komen door de hoge inflatie. Vooral als de prijzen zo hoog blijven, of zelfs iets hoger worden.

Extreem scenario

Het planbureau kijkt in de studie ook vooruit: blijven de prijzen de komende jaren net zo hard stijgen als nu? Daarvoor schetst het CPB drie scenario’s.

In een daarvan blijft de inflatie nog jarenlang hoog en instabiel. „Maar dit scenario is zo extreem dat het minder kansrijk is”, zegt Adema.

Lees ook: De renteverhoging van de ECB is een waagstuk. Óf de inflatie daalt, óf Europa wacht een recessie

De twee andere scenario’s zijn waarschijnlijker, volgens het CPB. In de eerste stabiliseert de inflatie rond de 2 procent, precies zoals de Europese Centrale Bank dat graag ziet. In de tweede keert de inflatie terug naar het lage niveau van voor de coronapandemie, tussen de 0 en 1 procent. Dat is juist lager dan de centrale bank wil, omdat ‘deflatie’ dan op de loer ligt: een negatieve, dalende prijsspiraal.

„Het is heel lastig te bepalen welk van de twee scenario’s het meest waarschijnlijk is”, zegt Adema. Dat hangt bijvoorbeeld ook af van het verloop van de oorlog in Oekraïne, sancties tussen landen en nieuwe oplevingen van corona.