Brieven

Autisme

Mensen met autisme zijn net mensen

Brieven

Studenten met autisme doen ’t net zo goed kopte NRC op 9 juni. Prima nieuws, toch kreeg ik – autistische vrouw – een wrange nasmaak. Het lijkt zo alsof we verbaasd moeten zijn dat mensen met autisme ‘net echte mensen’ zijn, in plaats van gehandicapte/superslimme bordkartonnen karakters. Daarnaast heb ik moeite met de inhoud van dit interview. Neem het statement dat mensen met autisme dankzij hun autisme uitstekend op hun plek zijn op de universiteit, omdat ze vaak één speciale interesse zouden hebben. Veel mensen met autisme voelen zich niet „uitstekend” op hun plek op de universiteit. Daarbij hoeft de manier waarop mensen met autisme hun speciale interesses beleven helemaal niet aan te sluiten op het onderwijscurriculum. De speciale interesses zijn bovendien niet constant.

Verderop in het interview staat dat studenten met autisme alleen maar willen studeren. Dit herken ik niet bij mezelf en anderen met autisme. Deze karikatuur versterkt het vooroordeel dat mensen met autisme niet sociaal zijn. In werkgroepen en discussies ben je tijdens het studeren toch ook vaak sociaal bezig? Daarna lezen we „de studie is bijna heilig: een ticket naar een volwaardig leven”. Wat een kolder! Het doet me denken aan de repressie van Foucault: studenten met autisme moeten in de neurotypische mal geperst worden. Veel autistische mensen studeren uit intrinsieke interesse – niet voor een titel. Anderen leiden een zinvol leven terwijl ze nooit gestudeerd hebben.

Te stellen dat „wat goed is voor het succes van studenten met autisme is goed voor gewone studenten” is niet alleen kwetsend en raar – studenten met autisme zijn niet per definitie meer of minder gewoon of bijzonder dan studenten zonder autisme – maar ook veel te kort door de bocht.

Niet alles over autisme is zo zwart-wit.

Utrecht