Ik was me van geen kampsyndroom bewust – tot nu dan

Over Indië De laatste Nederlandse ooggetuigen vertellen over het leven in de kolonie. Deze week: Huib Verboeket (Bandoeng, 1930).

Huib Verboeket: „We hebben geen bevrijding gehad.”
Huib Verboeket: „We hebben geen bevrijding gehad.” Foto Frank Ruiter

‘Uiteindelijk woonde ik na de oorlog met mijn moeder en mijn broer in Blaricum. De ontvangst was niet hartelijk. Komt er een buurman langs en die zegt verbaasd: „Ik zie dat u op schoenen loopt. Mensen als jullie hoeven toch geen schoenen te kopen. Je hebt toch van die grote brede voeten om over sawahdijkjes te kunnen lopen?”

Nooit gedacht dat ik zo oud zou worden. Ik was een ziekelijk jongetje met altijd amoebe-dysenterie. Ik was geen kind voor de tropen. Ik kreeg appels en bruin brood per schip uit Nederland aangevoerd.

Mijn vader was elektrotechnisch ingenieur en het hoofd van de radio zend- en ontvangstdienst van de PTT. Tussen mijn vijfde en achtste jaar woonde ik Palembang, Sumatra. Ik was zeer bevoorrecht, werd bijvoorbeeld met taxi van en naar school gebracht. Ik had alleen Europese vriendjes van een zekere, redelijke komaf. Maar ik was geen gemakkelijk jongetje, ik kerfde in de schoolbank dus ik moest voor straf op een stoel voor een kist zitten. Ik had een twee jaar jongere broer maar die speelde als het ware in een andere straat, we hadden niet veel contact.

Gestald in Bandoeng

Mijn moeder was bijna bij de NSB gegaan omdat die voor een sterk leger waren, maar mijn vader was een verstandige man, die heel veel van zijn vrouw hield maar dat niet toeliet. Ik hoorde dat toen ik met mijn broer in Bandoeng werd gestald. Mijn moeder ging kuren in een pension in de bergen, omdat ze niet goed tegen het warme klimaat kon en wij kwamen tijdelijk bij de baas van mijn vader in huis, tot hij ook kwam. Zij was een Duitse die we Mutti moesten noemen en hij was Vati. Ik vond het vreselijk.

10 mei 1940 staat in mijn geheugen geschroefd. Ik stond in de badkamer en mijn vader schreeuwde vanuit de aangrenzende slaapkamer: „Nederland is aangevallen door de Duitsers. 10 mei!” Hij riep de datum erbij. In 1941 nam mijn oom me mee naar de bioscoop: The Great Dictator, waarin Charlie Chaplin Adolf Hitler speelt. Man, wat een sensatie!

Foto Frank Ruiter

Maar toen, in maart 1942 kwamen de Japanners op hun fietsjes de stad in. Mijn vader werd onmiddellijk opgesloten. De vader van mijn latere vrouw werd doodgemarteld en haar moeder onthoofd, omdat ze verzet hadden gepleegd. Zij had een enorm kampsyndroom, ik zelf was me nergens van bewust. Tot nu dan. Als je hoorde hoe ze haar hebben afgeranseld. Ik word zelfs een beetje emotioneel en dat heb ik normaal nooit.

Bevoorrechte positie

Mijn vader werd gedwongen alle installaties te herstellen die hij zelf had laten vernietigen. Maar door zijn werk hadden wij een bevoorrechte positie in het grote Tjihapitkamp in Bandoeng. Op een gegeven moment was dat natuurlijk ook weer afgelopen. Hij werd niet meer vertrouwd. Toen is mijn vader in Tjimahi terechtgekomen en ik in het mannenkamp van het 15de bataljon. Ik heb op een zeker moment mijn vader uit Tjimahi naar ons kamp gesmokkeld omdat hij er zo beroerd aan toe was.

Ik zat bij een soort commando, tien jongens met een vrachtauto: Ik heb alle hakpartijen in de buurt van Bandoeng gezien

Maar na de oorlog begon pas het grote kwaad. We hebben geen bevrijding gehad. We gingen van de ene ellende naar de andere. Vanaf oktober 1945 kwam de Bersiap op gang. Ik zat bij een soort commando, tien jongens met een vrachtauto. Ik heb alle hakpartijen in de buurt van Bandoeng gezien. Die Engelse klootzakken deden niks. Dus wij verkleedden ons als Indonesiërs en deden sabotage-acties om die Engelsen aan de gang te krijgen. Uiteindelijk ben ik gearresteerd. Mijn vader zorgde ervoor dat ik naar Nieuw-Zeeland werd gestuurd. Aan boord waren drie grammofoonplaten van Vera Lynn. Als die nu op de radio worden gedraaid, moet ik huilen. Net zoals nu.”

Correctie (4-7-2022): In een eerdere versie stond foutief dat de toekomstige schoonvader van Huib Verboeket werd onthoofd. Hij werd doodgemarteld. En zijn vrouw werd niet gefusilleerd maar onthoofd. Verder ging Verboekets moeder niet kuren in Europa maar in de bergen bij Bandung. Dit is rechtgezet in deze versie.