‘Hoe klein is de God die geen humor heeft’

Redacteur signaleert welke boeken er ook zijn verschenen en kiest er steeds zes om kort te bespreken. Deze week over wat keitjes op een graf doen, zwijgende forenzen en buitenlandse priesters die hier hun weg vinden.

1. Delphine Horvilleur: Leven met onze doden

De Parijse rabbijn Delphine Horvilleur krijgt regelmatig de vraag: Wat houdt het eigenlijk in rabbijn te zijn? De Joodse geestelijke leidt diensten, begeleidt, onderwijst en vertaalt teksten, maar het beroep komt voor Horvilleur het meest in de buurt van ‘verteller’. In Leven met onze doden laat zij zien hoe zorgvuldig geformuleerde verhalen over een leven of verlies dat zij van dichtbij heeft meegemaakt, ook anderen tot troost zouden kunnen zijn. Het eerste verhaal is meteen heel aangrijpend; Horvilleur leidt de begrafenis van de feministische psychoanalytica en columniste Elsa Cayat (de ‘psy van Charlie’) die op 7 januari 2015 samen met elf anderen om het leven kwam bij de aanslag op de redactie van het satirische weekblad Charlie Hebdo. Met als voorbeeld een fragment uit de Talmoed, over wijzen die bijna achttien eeuwen geleden ‘de Eeuwige’ ervan overtuigden dat de mens Gods wet mag interpreteren, verbindt Horvilleur deze vrijheid van interpretatie met het werk van de redactie van Charlie Hebdo (‘Hoe klein is de God die geen humor heeft’). Naast deze zeer persoonlijke verhalen, is de bundel vergeven van terzijdes en uitleg van tradities zoals de symboliek van het leggen van keitjes op een graf; namelijk letterlijk het meebouwen aan de nagedachtenis van de overledene. Wat Horvilleur in deze bespiegelingen benadrukt is dat de doden om ons heen blijven – vooral natuurlijk in de verhalen die we over hen vertellen. Nog mooier parafraseert ze die gedachte door 25 jaar na de moordaanslag op Yitshak Rabin, uit te leggen waarom ze een ‘rabbine’ is geworden. Absolute aanrader om schoonheid van verhalen, tradities en originele, ook politieke, gedachten.

Delphine Horvilleur: Leven met onze doden. Een essay over troost. De Arbeiderspers, 224 blz. € 21,50

2. Gerry van der List: Roomsen, dat zijn wij

En hoe staat het met de katholieke mannen die zich in dienst stellen van het geloof? EW-redacteur Gerry van der List schreef een mooi journalistiek overzicht over hoe het is gesteld met het katholicisme in Nederland en richt zich in Roomsen, dat zijn wij met name op het priesterschap: een zwaar en intensief beroep waarbij niet alleen ‘zielzorg’ en ‘ziekenzalving’ horen maar ook managementfuncties aan te pas komen zoals financiële tekorten oplossen en kerksluitingen voorkomen. Van der List maakt een rondgang langs opleidingen, ziet hoeveel buitenlandse studenten er op de seminaries zitten en hoe die hun eigen weg moeten vinden in Nederland. Van der List bespreekt ook het seksueel misbruik binnen de kerk en hoe Nederland ‘de zaken goed heeft aangepakt’, aldus bisschop De Korte van het bisdom ’s-Hertogenbosch. Opvallend daarentegen is hoe weinig mededeelzaam men is over het zogenaamde ‘exorcisme’; door middel van het uitspreken van gebeden en het verrichten van handelingen zou de priester de duivel of demonen uit kunnen drijven. Gelukkig vond Van der List een ‘hulpexorcist’ die hem ook deze taak van het priesterschap kon uitleggen. Slechts enkele voorbeelden uit het zeer evenwichtige, goed geschreven overzicht van wat priester-zijn in Nederland inhoudt met interviews, reportages en veel eigen onderzoek.

Gerry van der List: Roomsen, dat zijn wij. Priesters in Nederland. Prometheus, 222 blz. € 24,99

3. Kristien Hemmerechts: Hubertina

De streng katholieke mijnwerkersdochter Hubertina Aretz (1893-1973) had een bijzonder dubbelleven. Ze werd in Duitsland geboren, werkte jaren in Nederland als ‘pastoorsmeid’ en in de oorlog hielp ze in Antwerpen ondergedoken Joden. Tegelijkertijd gaf Hubertina zich uit voor verpleegster en werkte ze ’s nachts in het ‘Kriegslazarett’, het oorlogshospitaal van de Duitsers waar ze samenwerkte met Duitse soldaten. Dit dubbelleven van verzet en collaboratie brengt de Vlaamse auteur Kristien Hemmerechts in de roman Hubertina ingetogen in kaart. Hemmerechts baseert zich op getuigenissen van Hubertina zelf en eigen onderzoek in archieven en ‘om hiaten in te vullen is een beroep gedaan op verbeelding en empathie’. Hubertina overleeft gevangenisstraf en concentratiekamp Ravensbrück en moet na de oorlog, dan een uitgemergelde vrouw van 32 kilo, nog jaren herstellen in klinieken in Denemarken, Zweden en Zwitserland. Al holt de haat haar tijdens de oorlog uit (‘Vergeef mij Heer, zo bad ik, verlos mij van de haat, ooit, op een dag, maar nu nog niet, nu heb ik die haat nodig’), na de oorlog zal zij pleiten voor wederzijdse vergeving, voor verzoening en amnestie voor de veroordeelde collaborateurs. Enerverend en filosofisch.

Kristien Hemmerechts: Hubertina. De Geus, 352 blz. € 22,50

4. Clare Pooley: De reizigers op perron 5

De Britse schrijfster Clare Pooley besloot voor de roman De reizigers op perron 5 te breken met de ongeschreven ‘forenzenregel’ dat je geen woord wisselt met de reizigers die je dagelijks ziet in de trein op weg naar je werk. Hoofdpersonage Iona geeft haar medereizigers wel een bijnaam die past bij het uiterlijk en het station waar hij of zij in- en uitstapt: ‘Chic-maar-Seksistisch Surbiton’ bijvoorbeeld, een knappe man maar in niets een gentleman. De lichte, humoristische roman speelt zich af op het traject Hampton Court-Waterloo Station, dat Pooley vroeger zelf als kind dagelijks nam op weg naar school en terug. Vanaf het moment dat ‘Chic-maar-Seksistisch Surbiton’ dreigt te stikken moeten de forenzen wel met elkaar in gesprek gaan. Het ijs is gebroken en vanaf dan vormen ze een soort treinfamilie die lief en leed met elkaar deelt maar het achterste van de tong niet laat zien. Wie zijn zij, waar werken ze en wat is hun thuis? Er wordt gefabuleerd, gelachen en gekoppeld totdat Iona, die al dertig jaar een soort Lieve Mona-rubriek in een tijdschrift heeft, op een dag niet meer met haar hondje in de trein zit. Pooley laat de familie in actie komen. Al is het allemaal een beetje voorspelbaar, de verhalen zijn uit het leven gegrepen.

Clare Pooley: De reizigers op perron 5. (The People on Platform 5). Vertaling Hi-en Montijn. Cargo, 350 blz. € 12,99

5. Lot Vekemans: Niemand wacht op

In de serie ‘Literaire juweeltjes’ waarin elke maand een gemakkelijk leesbare tekst verschijnt in een gebonden uitgave, is het script voor de gelijknamige theatervoorstelling Niemand wacht op (2017) verschenen van toneel- en romanschrijfster Lot Vekemans. Het verhaal gaat over drie vrouwen (gespeeld door één acteur) die in het kort vertellen wat hen bezighoudt: een 85-jarige Limburgse vrouw die zich probeert niet te ergeren aan de rommel op straat, een politica die na de verkiezingen haar aftreden als partijleider bekendmaakt en een acteur die zich in het algemeen zorgen maakt over maatschappelijke ontwikkelingen. Wat hen bindt, is dat ze verandering willen om de samenleving leefbaarder te maken. Je mag onzeker zijn, je mag falen maar denk mee, toon initiatief in plaats van alleen maar kritiek te uiten vanaf de zijlijn. Vekemans bereikt dat in haar waardevolle tekst met korte beeldende zinnen en veel herhaling (Mijn ergernis/Mijn zaak/Dat heb ik geleerd/Mijn ergernis/Mijn zaak/Alles waar ik me aan erger en waar ik iets aan kan doen/is mijn zaak/En alles waar u zich aan ergert en waar u iets aan kunt doen/is uw zaak). De voorstelling werd in 2018 in verschillende raadszalen en gemeentehuizen gespeeld in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen om politici en kiezers te triggeren na te denken over hun rol in de samenleving. Dat het nu ook in boekvorm verschijnt, maakt het nog sterker want voor iedereen te lezen, te spelen en vervolgens het idealisme met elkaar te bespreken. En om er alvast in te komen: wat zegt de titel u? Een geruststellende gedachte, helemaal niets, eenzaam of alarmerend misschien?

Lot Vekemans: Niemand wacht op je. B for Books, 64 blz. € 24,90 (set van 10). In veel boekhandels ook per stuk verkrijgbaar € 2,49

6. Lia van Bekhoven: Klein-Brittannië

Toen Lia van Bekhoven in 1976 in Londen ging wonen – met haar man en wegens haar man – maar zonder werk, was prins Charles vrijgezel, werd er openlijk gediscrimineerd en had Engeland nog een kolenindustrie. ‘Van Harry Potter had zelfs J.K. Rowling nog nooit gehoord.’ Op haar eigen, humoristische en zichzelf nooit ontziende, manier weet de VK-correspondente, in Klein-Brittannië het eiland in al zijn lagen te ontleden; die zelfspot heeft zij wellicht overgenomen van de Britten (‘Het is een eigenschap die iedereen bezit, zelfs de queen’). Van Bekhoven weet zo veel, heeft zo veel ervaring dat ze in korte observaties met grote stelligheid de eigenschappen van de Britten opsomt (‘Britten zijn geen intellectuelen’), hun taal ontleedt als ook de verschillen met Nederland benoemt. In Engeland, bijvoorbeeld, klaag je niet, zoals Vekemans al zei: ‘Mijn ergernis/Mijn zaak’ en Van Bekhoven doet er nog een schepje boven op: ‘Een scène maken is uit den boze. In dit land is het het beste om te doen alsof je niet bestaat’. Natuurlijk is er ook veel ruimte voor de geschiedenis van het Verenigd Koninkrijk, de Britse politiek (‘De schijn van traditie verhult wat er echt gebeurt’) die zich afspeelt in het ‘Victoriaanse pretpark met zijn pruiken en schreeuwend gebrek aan damestoiletten’, de verschillen tussen Wales, Schotland en Engeland en natuurlijk de gevolgen van de Brexit voor de Britten zelf. Je ziet dat Van Bekhoven ook zelf heel veel plezier moet hebben beleefd aan het schrijven van deze uitnodigende bundel.

Lia van Bekhoven: Klein-Brittannië. Hoe macht en mythe elkaar verscheuren. Borgerhoff & Lamberigts, 232 blz. € 22,99