Parlementaire enquête

Annemarie Heite: ‘gedupeerde is kansloos nu overheid schade afhandelt’

In dit blog doet NRC verslag van de verhoren in het kader van de parlementaire enquête naar de gaswinning in Groningen. De eerste week van de verhoren zal een soort inleiding zijn: de commissie wil onder meer laten ziet wat de gaswinning voor Nederland heeft betekend.

Eerste verhoorweek afgelopen

De eerste verhoorweek van de parlementaire enquêtecommissie is hiermee afgelopen. Op maandag 29 augustus gaat het onderzoek naar de gaswinning in Groningen weer door. Er volgen dan nog zes weken met verhoren. In totaal worden er zo’n zeventig mensen opgeroepen. Wie er komen, zal telkens kort van tevoren bekend worden gemaakt. De redactie van NRC zal dan opnieuw een blog bijhouden over de verhoren.

Annemarie Heite: gedupeerde is kansloos nu overheid schade afhandelt

De overheid voert in Groningen een ongelijke strijd tegen de eigen burgers. Mensen die bij het Instituut Mijnbouwschade (IMG), een overheidsinstelling, proberen een vergoeding te krijgen voor aardbevingsschade aan hun huis, en die er met het IMG niet uitkomen, vinden in de rechtszaal de landsadvocaat tegenover zich. Dat zei Annemarie Heite vrijdagmiddag tegen de parlementaire enquêtecommissie die de gaswinning in Groningen onderzoekt. „Een gedupeerde is volstrekt kansloos.”

Heite kocht in 2011 een boerderij in Bedum, die een jaar later zwaar beschadigd raakte door de aardbeving in Huizinge. Haar woning moest uiteindelijk gesloopt worden. Dat was in de tijd dat de NAM, die het Groningse gasveld exploiteerde, de schadeafhandeling zelf nog deed. Heite werd met haar strijd om de schade vergoed te krijgen het boegbeeld van de Groningse gedupeerden. Ze werkte mee aan een documentaire, De Stille Beving, waarvoor het hele huis vol camera’s werd gehangen, die het gezin 24 uur per dag filmden.

Gevoelig voor beeldvorming
Die publiciteit hielp volgens Heite om een deal met de NAM te sluiten. „Ik heb het gevoel dat wij nog geluk hebben gehad dat wij het met NAM en Shell hebben kunnen afhandelen. Die waren nog gevoelig voor de beeldvorming. Maar bij de overheid zijn de mensen kansloos.” De overheid moet elke cent die wordt uitgekeerd terughalen bij de NAM, die aansprakelijk is. Veel van die facturen worden door de NAM geweigerd. Deze week werd bekend dat de rekening die openstaat inmiddels is opgelopen tot 190 miljoen euro. Staatssecretaris Hans Vijlbrief (D66, Mijnbouw) laat het er niet bij zitten: hij zet juridische stappen tegen de NAM.

Gedupeerden zijn van deze strijd achter de schermen de dupe, zei Heite in haar verhoor. „Het geruzie bij de achterdeur heeft ervoor gezorgd dat nog steeds die hele schadeafhandeling niet goed verloopt. Dat had ook anders gekund. Den Haag had gewoon kunnen zeggen: wij staat er sowieso voor.” Ze wees erop dat de Nederlandse overheid „90 procent van de meer dan 400 miljard heeft getoucheerd” die er in de afgelopen zes decennia aan de gaswinning in Groningen is verdiend. „Naar de drie noordelijke provincies is nog niet eens 1 procent gegaan.”

Annemarie Heite in de Enquêtezaal van de Tweede Kamer tijdens de vijfde dag van de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie. Foto Bart Maat/ANP

Onderzoeker Tom Postmes: ‘Geïntimideerd door NCG-adviseur Henri Kruithof’

Hoogleraar Tom Postmes, die aan de Rijksuniversiteit Groningen jarenlang onderzoek deed naar de maatschappelijke en psychische gevolgen van de aardbevingen, zegt dat hij in 2016 geïntimideerd werd door een medewerker van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG). Dat was niet zomaar iemand, maar voormalig VVD-spindoctor Henri Kruithof, die in Den Haag als adviseur voor de NCG werkte. Postmes was naar Den Haag gekomen om de resultaten van zijn onderzoek naar het psychisch welbevinden van de Groningers door te spreken voor het openbaar werd gemaakt.

Het gesprek ging over de fysieke veiligheid van gebouwen in Groningen en de veiligheid zoals mensen die ervoeren. Volgens Postmes voelt „om en nabij de 50 procent” van de Groningers zich onveilig. Veel mensen hebben daardoor gezondheidsklachten. „Ik kreeg de indruk dat ik geacht werd om de resultaten anders op te schrijven”, zei hij tegen de enquêtecommissie. Kruithof wilde volgens Postmes dat hij zou schrijven dat de veiligheid iets heel anders was dan wat er ‘tussen de oren’ van de Groningers zat.

Kruithof gedroeg zich „fysiek intimiderend”, verklaarde Postmes vrijdag onder ede tijdens zijn verhoor door de parlementaire enquêtecommissie die de gaswinning in Groningen onderzoekt. „Hij stond als een alfa-aap over mij heen gebogen en zei: je moet één ding heel goed weten. Groningen is veilig.” Postmes zegt dat hij zijn tekst iets aanscherpte, maar niet wezenlijk aanpaste. Hij liet Kruithof achteraf per mail weten dat hij niet gediend was van deze bejegening en deed ook zijn beklag bij de toenmalige NCG, Hans Alders.

Kruithof zegt, gevraagd om een reactie, dat hij zich het incident niet meer kan herinneren. „Het is zes jaar geleden.” Hij weet nog wel dat hij Postmes een keer heeft ontmoet, maar „ik herinner me die ontmoeting niet als heel schokkend”.

Postmes is inmiddels gestopt met het onderzoek, hij voelde zich machteloos en gefrustreerd omdat er weinig met de resultaten werd gedaan. Hij stelt een „integrale aanpak” voor waarbij huis aan huis aan mensen wordt gevraagd: wat is hier gebeurd? Zodat er een aanpak op maat kan worden verzonnen die ook het psychisch welbevinden van de Groningers verbetert.

Lees ook: Stress en somberheid door bevingschade in Groningen

Tom Postmes, Hoogleraar Sociale Psychologie, Rijksuniversiteit Groningen, in de Enquetezaal van de Tweede Kamer tijdens de vijfde dag van de openbare verhoren van de parlementaire enquetecommissie aardgaswinning Groningen. Foto Bart Maat / ANP

NAM-manager: schadeafhandeling was te groot voor ons

NAM-manager Johan de Haan zegt dat hij „het beste heeft gegeven wat hij had” om oplossingen te vinden voor de aardbevingsschade die in Groningen is veroorzaakt door de gaswinning. De Haan was donderdag de tweede die werd verhoord door de parlementaire enquêtecommissie. Hij erkende daarin onder meer dat de NAM de schadeafhandeling van de verzakte Groningse woningen beter eerder had kunnen uitbesteden, omdat dit „misschien wel te groot” was voor het bedrijf zelf.

De Haan, die van 2004 tot aan zijn pensioen in 2019 bij de NAM werkte, vertelt dat hij na de aardbeving in Huizinge, in 2012, door burgemeesters werd opgebeld omdat ze niet wisten wat ze aan moesten met de vele schademeldingen. Na eerdere, lichtere bevingen kwamen er ook wel meldingen, maar dat waren er honderd tot tweehonderd. Na Huizinge stond de teller al snel op 2.400 meldingen, en dat steeg door naar 9.500 meldingen in 2013 en 18.000 in 2014.

De NAM zette eerst enkele tientallen eigen mensen op de klus maar kwam al snel handen tekort, en had ook niet de benodigde expertise in huis. Dat was de reden dat in 2014 het Centrum Veilig Wonen werd opgericht, dat de schades moest opnemen en beoordelen. Als een schade werd beoordeelde als veroorzaakt door een aardbeving, moest de NAM die vergoeden. Hoewel het CVW ‘op afstand van de NAM’ zou opereren, zat de Haan naar eigen zeggen „regelmatig” aan tafel. Hij wees „op wat we van ze verwachtten en wat ze niet goed deden”, verklaarde hij daarover.

De parlementaire commissie hield hem voor dat het CVW steeds meer schades beoordeelde als zogenoemde C-schades: die waren niet door een aardbeving veroorzaakt. De NAM hoefde ze dan niet te betalen. Volgens De Haan had dat niets te maken met de kosten, maar ging het in de meeste gevallen om verzakkingen of een zwakke constructie.

Hij erkent wel dat er „veel dingen” zijn misgegaan bij de schadeafhandeling. „En dat spijt mij ook.” Nu hij terugkijkt vindt hij dat de NAM de schadeafhandeling eerder had moeten uitbesteden. „Het was een taak die misschien te groot was voor de NAM.”

Johan de Haan, voormalig asset-manager van de NAM, tijdens de vierde dag van de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen. Foto Lex van Lieshout/ANP

Voormalig Shell-topman Dekker: beving Huizinge was ‘gamechanger’

Oliemaatschappij Shell was er na de zwaarste aardbeving tot nu toe, in 2012 in het Groningse Huizinge, van overtuigd dat het verlagen van de gasproductie niet zou bijdragen aan het voorkomen van nieuwe bevingen. Het zou hooguit de periode tussen de bevingen langer maken, maar er zouden niet minder bevingen komen en een productieverlaging zou ook de zwaarte van de bevingen niet beïnvloeden, meende men op basis van onderzoek van onder meer het KNMI en TNO.

Shell deelde die mening met gasexploitant NAM, waarvan het samen met het Amerikaanse bedrijf ExxonMobil aandeelhouder was. Daarom vonden Shell en NAM dat de gaswinning in het jaar na Huizinge gewoon door kon gaan, en dat het advies van het Staatstoezicht op de Mijnen (Sodm) om de gaswinning te verlagen niet moest worden gevolgd. Dat zei Pieter Dekker, die van 1997 tot 2016 bij Shell verantwoordelijk was voor Gasterra en de NAM, joint ventures met oliemaatschappij ExxonMobil. Hij was donderdag de eerste die verhoord werd door de parlementaire enquêtecommissie.

Voor Huizinge waren er ook al aardbevingen in Groningen, en ook in Drenthe. Er werd toen uitgegaan van een maximale zwaarte van 3,9, vertelde Dekker. Men ging ervan uit dat er wel schade aan gebouwen zou zijn, maar alleen lichte schade. Het risico op letsel aan personen werd klein geacht. Die veiligheidsrisico’s werden „aanvaardbaar” geacht, zei Dekker. De beving bij Huizinge, met een kracht van 3,6 de zwaarste gemeten in Groningen, had meer schade tot gevolg dan verwacht werd. „Dat was een gamechanger wat ons betreft”, zei Dekker. „Opeens realiseerden wij ons dat die bevingen veel sterker konden zijn en een veel groter effect konden hebben dan waar we tot die tijd mee leefden.”

Niet minder, maar meer gas
Toch betekende deze ‘gamechanger’ niet dat de gaswinning werd stopgezet of zelfs maar verminderd. Integendeel. In het jaar na de beving bij Huizinge werd bijna 53 miljard kuub gewonnen, meer dan in de dertig jaar ervoor gemiddeld werd opgepompt. „Verlagen van de productie droeg niet bij aan het oplossen van het probleem”, zei Dekker. „Als je dezelfde bevingen krijgt maar iets dichter op elkaar, dan is er materieel geen verschil.” Hij vergeleek het met het versneld afspelen van een film: „aan de inhoud van de film verandert dat niets.” Toenmalig minister van Economische Zaken, Henk Kamp (VVD), besloot evenmin de gaswinning een halt toe te roepen. In plaats daarvan stelde hij een besluit daarover een jaar uit. In de tussentijd stelde hij veertien onderzoeken in naar verschillende aspecten van de gaswinning.

Volgens Dekker werd er door Shell en de NAM wel op een andere manier actie ondernomen om de veiligheid van de Groningers te verbeteren. Er werd nieuw onderzoek in gang gezet naar de bevingen en er werd een rondgang door het aardbevingsgebied gemaakt om de schade af te handelen en kwetsbaarheden aan gebouwen preventief te versterken.

Dekker erkende dat er destijds uitsluitend op basis van ratio werd besloten. Het was een koud voorjaar, er kwam weinig gas uit de zogenoemde kleine velden elders in het land, en een grote buitenlandse klant nam dat jaar extra veel gas af. Dat de gasproductie hoger uitviel in 2013 was „ongelukkig” erkent hij nu, en hij beseft dat het de gevoelens van onveiligheid en woede bij de Groningers heeft versterkt. „Ik denk dat wij onvoldoende beseften hoe de gevoelens bij de bevolking lagen.”

Achteraf gezien vindt hij dat de partijen die betrokken waren bij de gaswinning te weinig hebben gedaan om de Groningers te betrekken bij de besluitvorming over de gaswinning, en dat Groningen ook meer van de winst had moeten profiteren. „Een license to operate is een belangrijk begrip voor Shell. Dat betekent dat er steun is bij de bevolking voor een operatie, dat onze afwegingen worden begrepen. Dat hebben we in Groningen verloren, dat is niet goed gegaan.”

Pieter Dekker, vice-president van Shell, in de Enquetezaal van de Tweede Kamer tijdens de vierde dag van de openbare verhoren van de parlementaire enquetecommissie aardgaswinning Groningen. De commissie onderzoekt de jarenlange gasboringen in de provincie. Foto Lex van Lieshout / ANP

Oud-minister Jorritsma: de gedachte was niet dat het zo’n groot probleem zou worden

Op de derde dag van de parlementaire enquête naar de gaswinning in Groningen kwamen twee mensen aan het woord: George Verberg, oud-topambtenaar van het ministerie van Economische Zaken en oud-directeur van de Gasunie, en VVD’er Annemarie Jorritsma, oud-minister van Economische Zaken. Terwijl Verberg tot in de kleinste details wist te vertellen over de gesprekken en onderhandelingen over de gaswinning, waar hij vanaf 1974 tot 2004 bij betrokken was, legde Jorritsma er juist de nadruk op dat het voor haar lang geleden was dat ze als minister verantwoordelijk was voor dit dossier.

Jorritsma was van 1998 tot 2002 minister van Economische Zaken en vice-premier van het tweede kabinet-Kok. In die tijd werd de energiemarkt geliberaliseerd. Het zogenoemde gasgebouw dat in de jaren zestig was opgetuigd om het grote gasveld in Groningen te exploiteren, en waarin de Staat samenwerkte met de oliebedrijven Shell en Esso, moest opnieuw worden ingericht. De nieuwe verhoudingen werden vastgelegd in de Gaswet van 2000. Volgens Jorritsma waren de oliebedrijven er niet blij mee. Vooral aandeelhouder Exxon verzette zich hevig. „Zij wilden liever doorgaan met de privaatrechtelijke afspraken uit de jaren zestig.” Maar die waren „niet transparant” en druisten in tegen de Europese afspraken.

Zware aardbevingen
In de periode dat Jorritsma minister was, deden zich verschillende zware aardbevingen voor bij het Drentse dorp Roswinkel. Het „malle” is, zegt Jorritsma, dat ze nooit naar de Tweede Kamer is geroepen om te debatteren over die aardbevingen, en ook niet over bodemdaling, waar in die tijd wél over werd gesproken. „De gedachte was niet dat het zo’n groot probleem zou worden.” Er was wel schade, maar dat „was een probleem dat we gewoon snel moesten oplossen”.

Jorritsma vertelt dat ze de Technische commissie bodembeweging (Tcbb) opdracht gaf onderzoek te laten doen naar de schademeldingen. Die rapporten konden de mensen dan gebruiken als ze de schade wilden verhalen op de NAM. „We hebben gedaan wat we konden zodat mensen hun recht konden halen.”

Flinke ruzie achter de schermen
Eerder op de dag werd Verberg verhoord door de commissie. Hij vertelde nauwgezet hoe de Staat en de oliebedrijven vanaf de jaren zestig samen optrokken om de enorme gasvondst in Groningen te gelde te maken. Dat vergde grote investeringen in pijpleidingen door het hele land. Achter de schermen werd er soms flink ruzie gemaakt, maar naar de buitenwereld toe hielden de partners een „stiff upper lip”, zegt Verberg. Dat was simpelweg nodig omdat de financiële belangen zo groot waren.

Verberg maakte zich kwaad over het rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV), uit 2015, waarin het verwijt stond dat bij de gaswinning de veiligheid van de Groningers decennialang van ondergeschikt belang is geweest. Het kabinet en de Tweede Kamer hebben daarop spijt betuigd. Maar volgens Verberg heeft de OVV heeft er niks van begrepen. Er was in Nederland voor gekozen om van aardgas de belangrijkste brandstof te maken, en daarom gingen de kolenmijnen in Limburg dicht. Het was een enorme omslag die grote investeringen vergde, en die moesten snel terugverdiend worden met het gas. Alles was dáárop gericht zegt hij.

George Verberg tijdens de parlementaire enquête, waarin hij zich de kleinste details nog wist te herinneren. Foto Bart Maat

Onafhankelijk geoloog Van der Gaag: ‘Ik werd gezien als wijsneus’

Als laatste getuige werd dinsdag de onafhankelijke geoloog en hydroloog Peter van der Gaag gehoord. Om de Groningse gedupeerden bij te staan, richtte hij al in 1993 het Onafhankelijke Geologen Platform op, omdat „we zoveel onzin hoorden”.

Na de eerste beving in het Groningenveld, in 1991, bezocht hij een vrouw in het dorp Middelstum. „De scheuren in haar huis waren zo bizar, je kon echt door de buitenmuren kijken.” Maar de verklaring die zij kreeg van het KNMI en het SodM was dat een vliegtuig waarschijnlijk door de geluidsbarrière was gevlogen, waardoor haar buitenmuur was gescheurd, vertelde Van der Gaag. „Dat kwam er bij mij niet in.” Daarop besloot hij het Platform op te richten.

Maar de adviezen van Van der Gaag werden hem niet in dank afgenomem. „Als éénpitter is het moeilijk je te verdedigen.” Ook hij constateert, als derde spreker van de dag, dat er decennialang veel te weinig kennis was over de relatie tussen gaswinning en aardbevingen in Groningen. En als deskundigen informatie naar voren brachten, zoals hij, dan „werd je gezien als wijsneus”.

Beeld van een versterkingsoperatie in het Groningse dorp Ten Post. Foto: Kees van de Veen

Academicus Roest: ‘Jarenlang was niemand wakker’

De tweede spreker dinsdag is mijnbouwkundig ingenieur Hans Roest, 25 jaar werkzaam voor de TU Delft, daarna als buitengewoon opsporingsambtenaar voor het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM).

Na de eerste gemeten zware beving, in 1986 bij Assen, kreeg Roest hoofdpijn. Niet van de beving, maar van de bevindingen van het Drentse Statenlid Meent van der Sluis. Die kwam met een rapport waarin voor het eerste de link werd gelegd tussen de gaswinning en de beving. „Hij had gelijk dat de bevingen te maken hadden met de gaswinning, maar zijn theoretische onderbouwing was heel zwak.”

Van der Sluis werd niet serieus genomen, maar Roest vond het zijn academische plicht om het verder uit te zoeken. Maar bij zijn werkgever, de TU Delft, liep hij tegen muren op: „Er kwam geld van de NAM voor onderzoek bij de TU Delft, maar niet voor onderzoek naar aardbevingen.” Hij wilde onafhankelijk zijn als academicus, maar dat leidde tot spanning bij zijn werkgever.

Ook het KNMI, dat als enige Nederlandse instituut seismologische kennis had in de beginjaren van de bevingen, wilde geen verder onderzoek doen. „Terwijl er voldoende bevindingen waren om je zorgen te maken.” Het algemene geloof was in de jaren vanaf 1990 tot aan 2012 dat de bevingen geen risico voor de veiligheid van de Groningers zouden hebben.

Hijzelf bleef als opsporingsambtenaar bij toezichthouder het SodM aan de bel trekken, vooral toen vanaf 2007 de bevingen toenamen. Maar continu, bij verschillende organisaties, overheden en de NAM kreeg hij nul op rekest. Tot de beving in Huizinge in 2012. „Daarvoor was niemand wakker.”

Lees ook: Feiten en cijfers over de aardgaswinning in Groningen

Roest in de zaal van de parlementaire enquête. Foto Lex van Lieshout/ANP

Toezichthouder: alle voorspellingen over de bevingen klopten niet

Tijdens de tweede dag van de parlementaire enquête naar de Groningse gaswinning zijn de geologen aan de beurt. Dinsdagochtend trapte Hans de Waal af, expert op het gebied van bodemdaling. Vanaf 1977 werkte hij voor Shell en deed daar onderzoek naar de bodemdaling in Groningen vanwege de gaswinning, later werd hij toezichthouder bij het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM).

Tot de beving in Huizinge van 2012 zat de kennis in Nederland over bevingen als gevolg van gaswinning in een „tunnel”, zegt De Waal. Alle betrokken partijen en instanties, van gaswinner NAM tot aan het KNMI zagen decennialang geen risico’s in de gaswinning. „Het veroorzaakte wel schade aan woningen, maar dat moest gewoon worden vergoed.”

Achteraf vindt hij dat merkwaardig. „Als je ergens een fabriek wilt starten en zegt dat duizenden huizen beschadigd raken, dan moet ik nog zien of dat zou mogen.” Het probleem was dat er „volstrekt onvoldoende expertise” was in Nederland over de gevolgen van de gaswinning: „Het was de tijd van de liberalisering, eigen verantwoordelijkheid en alles aan de markt overlaten.”

Voorspellingen klopten niet
Maar daar kwam door de beving in Huizinge, met een kracht van 3.6 de zwaarste tot nu toe, verandering in. De Waal, toen werkzaam voor toezichthouder SodM, ging zelf met een collega berekeningen maken over de relatie tussen de gaswinning en de bevingen. „In twee weken kwamen we erachter dat bij alles wat in de twintig jaar erover gezegd of gedaan was, vraagtekens konden worden gesteld.”

Door de voorspelling van het KNMI dat in Groningen maximaal een beving met een kracht van 3.9 kon plaatsvinden, ging direct een streep. „Hun analyse was niet valide – je kon niks zeggen over een bovengrens.” En ook de aanname dat de snelheid waarmee je gas uit de grond haalt geen effect zou hebben op de bevingen klopte niet. „Je zag juist dat als de productiesnelheid toenam, een jaar later de bevingen toenamen. En als de productie afnam, de bevingen binnen een jaar ook afnamen.”

Daarom is het volgens De Waal heel merkwaardig dat de gaswinning in 2013 werd verhoogd. Die ging van 47 miljard kubieke meter aardgas naar 53 miljard, nog geen jaar na de beving in Huizinge.

Lees ook: Hoe ontstaat een Groningse beving

Hans de Waal op archiefbeeld tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer. Foto Lex van Lieshout/ANP

Secretaris Gasberaad: ‘Er is helemaal geen oog voor de bewoners’

Na twee bewoners sprak de enquêtecommissie maandag als laatste met Susan Top. Jarenlang was ze als secretaris van de maatschappelijke organisatie het Groninger Gasberaad betrokken bij onderhandelingen met de overheid en de NAM over de problemen in Groningen. Ruim drie uur ondervroeg de commissie Top, die dankzij haar jarenlange betrokkenheid een enorme dossierkennis heeft.

Na ruim twee uur praten over verschillende protocollen en besprekingen met ministers en bestuurders, verheft Top opeens haar stem als de commissie vraagt naar de samenwerking met de overheid. Ze noemt acht adviezen op die het Groninger Gasberaad schreef. „Niet één keer heeft dat geleid tot gesprek met de overheid.” Dat de maatschappelijke organisaties, zoals het Gasberaad, aan tafel zaten bij belangrijke besluiten was „alleen voor de legitimatie van de minister”, aldus Top. „Als ik terugkijk vraag ik me af: hoe naïef ben ik geweest?”

Jarenlang sprak ze met bestuurders, politici en professionals over ‘de bewoner centraal stellen’. „Maar dat is altijd symboolpolitiek en beeldvorming geweest”, zei Top. „Er is helemaal geen oog voor de bewoners.” ‘De bewoner centraal’, ze kan de drie woorden niet meer horen. „Sorry hoor, ik klink heel cynisch en gefrustreerd, maar ik ben dat ook.”

Lees ook het afscheidsinterview met Susan Top: ‘Deze mensen hebben niet om de bevingen gevraagd. Het is ze aangedaan’

‘Machteloos’
Vorig jaar besloot ze te stoppen met haar werk voor het Gasberaad. De uitzichtloosheid eiste haar tol. Nadat tien jaar geleden de problemen in Groningen bekend werden, zijn ze nog steeds niet opgelost. „Ik voelde me heel machteloos, dat gevoel is heel heftig en niet vol te houden.”

In haar laatste week ging ze wandelen met professionals, onderweg ging ze op de koffie bij vijftig gedupeerden. „Dat viel me zo tegen. Het heeft de bewoners jaren van hun leven gekost en ook al was nu alles geregeld en woonden ze in een versterkt huis, ze waren nog niet blij. Ze voelden zich schuldig naar anderen toe en moesten zich verantwoorden voor vrienden en familie.” En de professionals? „Niemand zei: ik neem mijn verantwoordelijkheid en ga wat aan de problemen doen. Niemand.”

Foto: Kees van de Veen

Paardenboer Sijbrand Nijhoff: de overheid wantrouwt de Groningers, ze komen alleen voor de centen

De tweede Groningse gedupeerde die maandagochtend aan het woord komt bij de parlementaire enquête is de Groningse paardenboer Sijbrand Nijhoff (81). Hij openbaarde jaren geleden geheime stukken, waaruit bleek dat niet alleen de gasbedrijven juridisch aansprakelijk waren voor het gasveld, maar ook de overheid. Maandag vertelde hij voor het eerst hoe hij aan die stukken kwam.

Al bij het afleggen van de eed schiet Sijbrand Nijhoff vol. „Maakt de eed afleggen verschil als ik altijd oprecht en eerlijk ben?”, vraagt hij aan Tom van der Lee, voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie. Hij ziet op tegen het verhoor: „Hoe kan ik zestig jaar gaswinning samenvatten in een uur?”

Nijhoff voelde al een beving in 1985. „De paarden stonden toen rechtop in de box.” De bevingen bleven komen, met in 2012 de zwaarste klap. „Alsof een trein onder de grond denderde. Schilderijen vlogen heen en weer, kopjes vielen van tafel, de badkamertegels scheurden doormidden. Mijn vrouw hield de diepvries vast met een spierwit gezicht. Dat koppie vergeet ik nooit meer.”

Hun boerderij, sinds 1847 in de familie, had flinke schade. Maar erkenning dat het door de bevingen kwam, kreeg hij niet. In die tijd hoopte hij op een nog zwaardere beving. „Zo zwaar dat de schoorsteen door het dak valt, op mij”, vertelde Nijhoff maandag aan de commissie. „Dan was er tenminste een dooie gevallen. Dan was Den Haag tenminste wakker geworden.”

De geheime stukken van Nijhoff
Een rechtszaak volgde om de schade aan zijn boerderij vergoed te krijgen. Daar bracht hij geheime stukken in, de Overeenkomst van Samenwerking uit 1963, waaruit bleek dat de overheid mede-exploitant was van het gasveld in Groningen. En dus niet alleen de NAM verantwoordelijk was voor de gevolgen ervan. Stukken die Tweede Kamerleden tot dan nooit onder ogen waren gekomen.

„Die stukken komen uit het Nationaal Archief in Den Haag”, vertelde Nijhoff maandag. Als ergens de contractuele afspraken moesten liggen tussen de gaswinningsbedrijven en de Staat, dan moest dat wel in het Nationaal Archief zijn, dacht hij. „Ik stuurde mijn advocaten erheen en die vonden de stukken.” Boerenverstand, noemt hij het. De NAM sommeerde hem naderhand de stukken te vernietigen. Maar dat deed hij niet.

Lees ook het verhaal van Sijbrand en Richtje Nijhoff: Hoe een Groningse paardenboer en zijn vrouw de overheid ontmaskerden

Het doel van die openbaring was om de Groningers te laten weten dat de overheid zich verschuilde achter de NAM, zei Nijhoff. „De NAM is de arbeider, maar de overheid is verantwoordelijk.” Dat de problemen in Groningen tien jaar na de beving in Huizinge nog niet zijn opgelost, zit hem nog dwars.

„Hoe kan het dat wij als Groningers zo lang niet zijn gehoord? Den Haag kent ons niet. Ze komen alleen als er centen te halen zijn.”

En daarmee waarschuwt hij de commissie ook voor een verhoging van de gaswinning in Groningen: „Als u meer gas gaat winnen in Groningen is er geen vertrouwen meer. De klappen [bevingen] blijven. Het houdt niet op. Maar wat de overheid doet is steeds een blik juristen opentrekken. De overheid wantrouwt de Groningers. Waarom? Zijn wij in Groningen niet eerlijk? Ik vraag het u.”

Maar een antwoord van de commissie blijft uit.

De Groningse boer Sijbrand Nijhoff vertelde maandag tijdens de parlementaire enquête over de schade aan zijn boerderij in Zijldijk. Foto Kees van de Veen

Bakkerszoon Herman de Muinck zag de gaswinning komen en decennia later de scheuren

De parlementaire enquête over de gaswinning in Groningen trapte maandagochtend af met het verhoor van Herman de Muinck (73). De bakkerszoon die ooggetuige was van de eerste boringen naar gas in Groningen en later ook de gevolgen van de bevingen merkte.

Dat het gas uit de Groningse grond kwam, was een „wereldwonder”, volgens Herman de Muinck. De bakkerszoon had in het voorjaar van 1959 bij het rondbrengen van brood naar een familie in Kolham medewerkers van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) aangetroffen. Ze waren aan het boren naar olie, maar vonden gas. In de jaren erna kon hij ’s avonds de hele Kameleon-boekenreeks lezen dankzij de afvakkelvlammen van de gastorens.

Dat de Groningse gaswinning tot problemen zou leiden, kwam toen nog niet op bij de meeste Groningers. „Er bestonden toen nog geen pinautomaten, maar de gaswinning werd wel gezien als pinautomaat”, zei De Muinck. Alleen niet voor de Groningers. „Industrie verdween uit gebied, studenten vertrokken na hun studie uit Groningen, alles trok naar het Westen. We bleven als gebied achtergesteld.”

De beving die Nederland wakker schudde
Hij woonde in Slochteren waar hij decennia later, zo rond 1990, scheuren in de muren bij boeren zag. Met zijn Kodak-fototoestelletje legde hij al die boerderijen vast. Het was hem duidelijk dat er iets aan de hand was. Ook zijn eigen woning bleek in die tijd schade te hebben: de zware stenen schoorsteen was losgescheurd. „Maar dat was niet zo toen we het pand kochten.” Hij klopte aan bij de NAM. „Die zei dat het niks met de gaswinning te maken had.”

Pas na 2012, toen het gebied opschrok van de zware beving in Huizinge, werden de gevolgen van de gaswinning serieus genomen. De Muinck voelde de beving op twintig kilometer afstand van het epicentrum. „Het was intens verdrietig, maar het moest maar eens gebeuren.” De beving van Huizinge zou Nederland wakker schudden.

Maar tot zijn ontsteltenis werd de gasproductie in het jaar 2013 juist verhoogd. „Dat kon ik niet volgen”. De waarde van zijn huis daalde met 10 procent bij de verkoop ervan in 2013. En ook zijn nieuwe huis in Noord-Drenthe kreeg schade. „Maar dat was volgens de experts die ingehuurd werden door de NAM nauwelijks gerelateerd aan aardbevingen.”

Zouden de aardbevingen plaatsvinden in hartje Den Haag of Amsterdam dan zouden de problemen zo opgelost zijn, denkt De Muinck. Maar tien jaar na de beving in Huizinge heeft hij – en volgens hem vele Groningers – nog steeds het gevoel niet te worden gehoord. „Het is maar Groningen.”

Wat hij hoopt dat de parlementaire enquête oplevert? „Gerechtigheid.”

Welkom in dit blog

Welkom in dit blog over de parlementaire enquête naar de gaswinning in Groningen. NRC doet hier verslag van het belangrijkste nieuws uit de verhoren van de enquêtecommissie. Vanaf maandag 27 juni zal de zevenkoppige commissie in een dépendance van de Tweede Kamer bijna dagelijks (met onderbreking van het zomerreces) betrokkenen ondervragen. In zeven weken tijd zullen zo’n zeventig mensen aan het woord komen, onder wie Groningse gedupeerden, wetenschappers, ambtenaren, bestuurders en oud-ministers. Deze eerste week fungeert als inleiding: de commissie wil laten ziet wat de gaswinning voor Nederland heeft betekend en hoe technisch en organisatorisch complex die is.

De enquête trapt maandag af met twee bewoners. Eerst komt Herman de Muinck aan het woord, die in 1959 als 10-jarig jongetje aanwezig was bij de eerste gasboring op het land van boer Boon in Kolham. Daarna luistert de commissie naar paardenboer Sijbrand Nijhoff, wiens boerderij grote schade opliep door de aardbevingen. Voor de erkenning ervan moest hij jarenlang procederen tegen de NAM en de Staat. Tot slot zal Susan Top vertellen over haar ervaringen als secretaris van het Groninger Gasberaad. Zij vertegenwoordigde de gedupeerde Groningers bij onderhandelingen met de ministeries en regionale bestuurders over een betere aanpak van de schade en de versterking van huizen.

Lees ook: Het onderzoek naar de gaswinning in Groningen begint, waar moet je op letten?