Reportage

‘Wij Soedanese jongeren zijn gedoemd om hekken te bestormen’

Spaanse exclave Vrijdag kwamen 23 migranten, meest Soedanezen, om bij een bestorming van de Spaanse exclave Melilla. Maar het hoge grenshek níét nemen is na een voettocht vanuit Soedan geen optie, zeggen lotgenoten die het wel lukte. „Je moet springen als Spiderman.”

De Spaanse grenspolitie sluit migranten in die het grenshek bij de Spaanse exclave Melilla beklommen hebben. Zeker 23 migranten kwamen om bij de massabestorming.
De Spaanse grenspolitie sluit migranten in die het grenshek bij de Spaanse exclave Melilla beklommen hebben. Zeker 23 migranten kwamen om bij de massabestorming. Foto Javier Bernardo/AP

‘Het is jullie gelukt! Wat een feest. Gefeliciteerd vanuit Ceuta!”, roept Salah Ahmed (20) in een video op TikTok, waarin hij zijn lotgenoten gelukwenst die het vrijdag wél klaarspeelden de grenshekken in het zo’n driehonderd kilometer oostelijker gelegen Melilla te bestormen. Salah, met een groene bandana en vlechtjes, wordt omringd door zijn juichende medebewoners van het migrantencentrum in de Spaanse exclave Ceuta.

„Er zijn vijf broeders omgekomen, moge God hun ziel hebben. Maar we bidden voor jullie”, zegt hij lachend terwijl hij zijn duim omhoogsteekt.

Er vielen vrijdag geen vijf, maar uiteindelijk 23 doden toen zo’n 500 migranten, afkomstig uit een groep van meer dan 1500, het tien meter hoge grenshek bestormden in een poging om met Melilla EU-grondgebied te bereiken. Bestormingen in de exclaves Ceuta en Melilla gebeuren tientallen keren per jaar, maar sinds afgelopen maart niet in deze omvang én met deze fatale gevolgen. Tijdens een twee uur durende confrontatie tussen migranten, de Marokkaanse en Spaanse politie en beveiligingspersoneel, kwamen migranten door verdrukking en vertrapping om het leven. 63 migranten zouden gewond zijn geraakt, net als meer dan 100 politiemensen. Uiteindelijk slaagden 133 migranten erin om in Melilla te raken, vooral Soedanezen.

Niemand die beter weet wat de overlevende migranten doorstaan hebben dan Ayoub Mohamed (21) en Safir Dima (20). Ook zij komen uit Soedan. Ze komen de steile helling opgelopen waar afgelegen het migrantencentrum CETI is gevestigd, op een uur lopen van het centrum van Ceuta. Het gebouw is omringd door hoge hekken. De groene omgeving is vervuild met rondslingerend afval, van plastic stoelen tot kapotte oortjes.

„Ik ben hier nu twee maanden, twee weken en drie dagen”, zegt Safir terwijl hij, met zijn ontbloot, gespierd bovenlichaam en witte korte broek, tegen een vangrail aan leunt. Zijn vriend Ayoub kwam twee weken later aan, na een reis van ruim twee jaar die hij merendeels te voet aflegde. „Ik heb een jaar in Libië gezeten, zes maanden in Algerije en nog eens zes maanden in Marokko”. Het lukte Ayoub, die in zijn rood-wit gestreepte T-shirt verlegen naar de grond kijkt, al bij zijn tweede poging om over het met prikkeldraad versterkte hek in Ceuta te klimmen.

Ayoub Mohamed (21) uit Soedan. Het lukte hem bij een tweede poging om de hekken over te komen. Foto Javier Fergo

„Deze gast heeft geluk gehad. Mij is het pas met bloed, zweet en heel veel tranen na 21 keer gelukt”, grinnikt Safir. Hij wijst naar de littekens op zijn linkerarm. „Kijk, dit komt door de klappen die ik heb gekregen van de Spaanse grenspolitie.”

„We zijn lopend vanuit Soedan gekomen. Dat metershoge Europese hek is de laatste zware stap van een intense reis”, zegt Safir. Ondanks de confrontaties met de Marokkaanse en Spaanse grenspolitie, ondanks de risico’s, is opgeven dan ook geen optie, bezweren de drie. Safir: „Iedereen blijft het net zolang proberen tot ze óf voet zetten op Spaans grondgebied óf de dood vinden. Dat zijn de twee mogelijkheden.”

De pijn van het prikkeldraad neem je voor lief

Yahya migrant uit Guinee-Bissau

„Je moet springen zoals Spider-Man”, lacht opeens de 20-jarige Yahya uit Guinee-Bissau die stilletjes, met oortjes in, op een vangrail zat tegenover de hekken van het CETI. „Je moet met alle kracht en snelheid jezelf omhoogtrekken. De pijn van het prikkeldraad neem je maar even voor lief. Door de adrenaline voel je de pijn sowieso later pas. Eenmaal boven, moet je je naar beneden laten vallen. Tijd om naar beneden te klimmen is er haast niet, omdat de grenspolitie inmiddels al door heeft dat we over het hek zijn”. „Maar al te veel jongens hebben hier hun enkel of been gebroken bij die val”, voegt Safir toe.

Jahya (20) uit Guinee Buissau: „Door de adrenaline voel je de pijn van het prikkeldraad later pas.” Foto Javier Fergo

Band met de politie

De jonge Soedanees vertelt hoe ze bij al hun pogingen zelfs iets als een band ontwikkelden met de politie. „Vooral de Marokkaanse grenspolitie. Als we dan weer eens over het hek probeerden te klimmen en we opnieuw gepakt werden, lachten ze altijd en zeiden ze ‘Sahbi (vriend), probeer het morgenavond maar weer’”, glimlacht Safir. „Sommigen gaven ons zelfs 100 dirham (10 euro) voor eten en een slaapplek”, roept Salah die zich weer in het gesprek mengt. „De Spaanse agenten zijn bang, daarom gebruiken ze zoveel geweld”, zegt Ayoub. „Ze denken dat we monsters zijn, terwijl we gewoon proberen te overleven”, knikt Yahya.

Via het TikTok-account van Safir Dima helpen de jongens andere migranten de hekken over, door tips te delen. „Ik geef ze advies over welke route ze moeten nemen. Bij welk deel van het hek ze het moeten proberen en hoe laat ze het best een poging kunnen wagen”, zegt Safir die dagelijks ruim vijfendertigduizend mensen bereikt via zijn account. „Gisteren zijn er hier weer zo’n 35 jongens aangekomen. Daar word ik zo blij van”, zegt hij trots.

Safir Dima (20) (rechts) uit Soedan met een onbekende migrant: „Ik geef advies bij welk deel van het hek ze het kunnen proberen.” Foto Javier Fergo

Gepensioneerde non

In afwachting van een oordeel over hun asielaanvraag, slapen de jongens in het CETI. Overdag zoeken ze soms hun toevlucht bij een gepensioneerde non, Paula Domingo, die zich met haar stichting Elin al 22 jaar inzet voor de integratie van migranten. „Paula is een engel”, zegt Safir. „Ze voelt als familie”, stemt Salah in.

In het klaslokaal op dertig minuten wandelen van het CETI vertelt Domingo, eenvoudig gekleed in een grijs oversized T-shirt met een broek en gympen, over haar werk. „We leren ze hier niet alleen de taal, maar ook de normen en waarden van de Spaanse maatschappij, mensenrechten en alles over cultuur en gelijkheid.” Op de muur achter haar hangt een grote tekening waarop migranten te zien zijn bij de zee. Ze worden omringd door de woorden: ‘courage, libertad, famille’. Volgens Domingo laten de Spanjaarden zich door angst voor migranten regeren. „De bevolking hier is erg traditioneel. Migratie wordt als iets gevaarlijks gezien en het beleid steunt deze ongegronde angsten.” Dat het immigratiecentrum ver buiten de bewoonde wereld staat, is volgens haar geen toeval. „Ze houden de immigranten zo ver mogelijk bij de ‘gewone’ mensen vandaan. Dat helpt niet bij de integratie, dus geef ik de jongens de opdracht om de interactie op te zoeken met de inwoners van Ceuta. Zo leren ze Spaans én zien de inwoners van Ceuta dat de immigranten eigenlijk ook gewoon mensen zijn”, zegt Domingo.

De Spaanse non Paula Domingo helpt al 22 jaar migranten in de Spaanse exclave Ceuta. „Migratie wordt als iets gevaarlijks gezien en het beleid steunt deze ongegronde angsten.” Foto Javier Fergo

Het betekent ondertussen niet dat het groepje bij het hek in Spanje wil blijven. Bestemmingen als Frankrijk en Duitsland zijn populair. Ook Nederland wordt genoemd. „Mijn moeder rekent op me”, zegt Safir. Sinds de dood van zijn vader is hij het hoofd van het gezin. „Ik moet mijn broertjes en zusjes voeden. In Soedan lukte mij dat niet, daar is de regering alleen maar bezig met de eigen zakken vullen. De jeugd is gedoemd om hier hekken te bestormen.”

Lees ook deze recente reportage over Marokkaanse arbeidsmigranten in Ceuta