Opinie

Sorry, ADHD

Floor Rusman

‘Bij mij uit het zich héél anders”, zegt een jonge vrouw die me passeert op ernstige toon tegen haar wandelpartner. „Ik kan heel snel afgeleid zijn, maar ik heb ook een hyperfocus.”

Dezelfde week, andere stoep: een jongetje crost voorbij op zijn fiets. Hij roept naar een vriendje: „Je kunt ook druk zijn zónder ADHD te hebben!”

Het is geen toeval dat ik twee keer in een week gesprekken opvang over ADHD. De laatste tijd vertellen opvallend veel mensen mij hoe blij ze zijn met hun ADHD- of ADD-diagnose, die eindelijk verklaart waarom ze zo anders zijn: waarom het ze niet lukt om op tijd te komen, hun spullen te vinden, hun aandacht bij gesprekken te houden, et cetera.

Het is vast ook geen toeval dat het stuk over ‘neurodivergente mensen’ op de werkvloer, vorige vrijdag in NRC, de dagen erna steevast een van de best gelezen artikelen was. Het beschrijft hoe bedrijven tegenwoordig erkennen dat mensen met een anders werkend brein, bijvoorbeeld autisten, dyslectici en ADHD’ers, van meerwaarde kunnen zijn.

Ik vond het een interessant artikel, omdat het zoveel zegt over onze tijd. Ten eerste hoezeer mensen op zoek zijn naar erkenning van hun specifieke constitutie. Hokjesdenken en ‘labels plakken’ hebben officieel een slechte naam, maar intussen zijn mensen er verzot op: het passende label vinden kan voelen als thuiskomen. Het verklaart wie je bent – een beetje zoals een horoscoop dat doet – en tegelijk biedt het een excuus voor je tekortkomingen. „Sorry, ADHD”, zegt een vriendin van me als ze niet terug heeft geappt.

Het heeft iets navelstaarderigs, maar ik vind het ook een sympathieke ontwikkeling. Labels plakken leidt tot meer acceptatie, zowel van anderen als (indien nodig) van jezelf. Zelf ben ik bijvoorbeeld nogal prikkelgevoelig – gretige labelplakkers zouden het hoogsensitief noemen. Het geluid van een handendroger kan me tot waanzin drijven, net als dat van veegwagentjes of keukenmachines. Vroeger vond ik dat stom van mezelf: waarom kon ik niet net als de normale mensen mijn handen in zo’n droger duwen en ontspannen voor me uitstaren? Dit moest wel betekenen dat ik een aansteller was. Inmiddels denk ik: ik kan dat niet, omdat ik anders in elkaar zit. Het is geen karakterzwakte, maar gewoon een eigenschap, net als lengte en haarkleur.

Dat is ook wat in het artikel naar voren komt: we moeten zoiets als autisme of ADHD niet zien als een handicap, maar simpelweg als een andere bedrading van de hersenen. Een variant, geen ontsporing.

Maar, en dit is het tweede teken des tijds, tegelijk gebeurt er méér: neurodivergente mensen zijn volgens de neurodiversiteitdeskundigen niet alleen anders, nee, ze hebben iets bijzonders te bieden. Zo wijst dyslexie-expert Nel Hofmeester in het NRC-artikel op de snelle en conceptuele denkwijze van dyslectici. Stuur er een paar naar Schiphol, zegt ze, „dan is het probleem zo opgelost”. Volgens Anna Sarbo van ADHD Nederland kunnen neurodivergente werknemers zorgen voor innovatie: „Zij stappen van de trein af en laten zien dat het ook anders kan.” Annelies Spek van het Autisme Expertise Centrum prijst autisten aan als „productief en consciëntieus”.

Afwijkend gedrag wordt dus genormaliseerd, maar in één beweging door ook weer buitengewoon gemaakt. Het is typerend voor de hedendaagse obsessie met positiviteit: alles moet een zonzijde hebben. Eke Krijnen beschreef laatst in een essay in NRC hoe mensen op LinkedIn hun falen presenteren als bakermat voor latere successen. Ze moeten wel, want als falen gewoon falen is, „dan plaats je jezelf buiten de maatschappij die wordt gedreven door effectiviteitsdenken”. Hetzelfde gebeurt bij neurodiversiteit. Zoals je geen zinloze burn-out kunt hebben, zo kun je niet zomaar autistisch of dyslectisch zijn; het moet iets moois opleveren.

Wat een druk legt dat op neurodivergente mensen: iedereen wacht tot zij hun kunstje doen. Maar wat nou als er geen kunstje is? Wat als het anders-zijn geen economische meerwaarde heeft? Zijn bedrijven dan nog steeds geïnteresseerd?

In een écht inclusieve arbeidsmarkt krijgen ook de meer problematische autisten, ADHD’ers en dyslectici een baan. Gelukkig zijn er nu zo veel vacatures, dat dat vanzelf zal gebeuren. Een krappe arbeidsmarkt is de snelste weg naar inclusiviteit.

Floor Rusman (f.rusman@nrc.nl) is redacteur van NRC