De ambtenaar die 40 jaar terug al de locaties met stikstofoverlast aanwees

Deze week: Lies Rookhuizen, de ambtenaar die veertig jaar terug al stikstofoverschotten in gemeenten vaststelde.

Ofwel: verdeeldheid over stikstof en het belang van waarheid en verzoening.

Het was de week waarin je zag dat de oorlog in Oekraïne is gedegradeerd tot Haags B-thema. Logisch leek het niet – maar het was niet te missen.

Je kon niet zeggen dat de oorlog afwezig was: minister Rob Jetten (Klimaat, D66) zal de kolencentrales die hij eerder wilde sluiten alsnog op vol vermogen laten draaien. Maar de aandacht van politici draaide naar Stroe: in gesprek over het boerenprotest liet Gert-Jan Segers (CU) maandag bij WNL het woord ‘burgeroorlog’ vallen. Zo diep kan de polarisatie over stikstof gaan, waarschuwde hij. Hij wurmde er het woord ‘beschaafd’ nog tussen, maar dat hielp niet meer.

Een beschaafde burgeroorlog. Zoiets als beleefd bommengooien.

De demonstratie bracht de bekende taferelen – trekkers op snelwegen, luidruchtig ongenoegen – en een protestleider die vaststelde dat Den Haag „in oorlog is met de boerenrepubliek”. Dat kreeg je ervan.

Politici van alle gezindten toonden begrip voor boeren die geen afscheid willen nemen van het familiebedrijf dat hun ouders of grootouders vaak al runden.

Het klonk logisch, menselijk, maar het liet ook zien hoe gevoelig politici voor protest zijn. Want in debatten over andere mensen bepleit dezelfde Kamer al jaren dat burgers na baanverlies van beroep wisselen (‘van werk naar werk’) en zich daarvoor tot op late leeftijd bijscholen (‘een leven lang leren’).

Donderdag verscheen in het stikstofdebat naast minister Christianne van der Wal (Stikstof, VVD) een erg onzekere minister Henk Staghouwer (Landbouw, CU). De man werd bij gebrek aan prestaties door bijna de hele Kamer afgedroogd, en je begreep waarom ze in de coalitie al langer denken: met hem gaan we de oorlog niet winnen.

Het nam niet weg dat alle recente ophef over stikstofbeleid vooral politiek toneel was, of anders ondermaatse politiek. Want wie in Den Haag ‘overvallen’ werd, had zijn werk niet gedaan.

Ook Kamerleden die graag suggereren dat documenten moedwillig worden achtergehouden, konden vorig jaar mei en oktober al lezen welke kant dit opging.

Er verschenen twee studies geleid door oud-directeur-generaal Peter Heij van Landbouw. In het stuk uit mei stond dat landelijk stikstofbeleid „moet worden ondersteund met het gebiedsgericht terugdringen van relatief grote overschrijdingen”. In het stuk uit oktober werd deze aanpak verbreed naar „(Europese) normen en opgaven voor waterkwaliteit, bodem, klimaat en biodiversiteit”.

Leg dit naast het regeerakkoord en de recente brief van Van der Wal, en je ziet dat het beleid op deze uitgangspunten is gestoeld. Caroline van der Plas (BBB) zei deze week dat haar nekharen overeind gaan staan van de plannen. Ze had vorig jaar ook gewoon de stukken kunnen lezen.

En wat ook opviel: het verlangen bij landbouwvriendelijke Kamerleden om het stikstofvraagstuk te relativeren en de beleidsgeschiedenis te negeren.

Deze week had ik opnieuw contact met een ambtenaar die ik kende van ruim dertig jaar geleden: Lies Rookhuizen, nu 75. Nadat LNV-onderzoeker C. Henkens vanaf 1965 het ministerie waarschuwde voor een teveel aan stikstof en fosfaat in de bodem door groeiende mestoverschotten – een gevolg van de intensieve veehouderij – nam Rookhuizen het vervolg op zich: na jaren tegenwerking van Landbouw bracht zij als CBS-medewerker begin jaren tachtig mestoverschotten per gemeente in kaart.

Er is sindsdien frappant weinig veranderd, vertelde ze. „Destijds zat het probleem al vooral in de Gelderse Vallei, de Peel en delen van Overijssel.” Ze stapte over naar het toenmalige ministerie van VROM, waar Pieter Winsemius (VVD) sinds 1982 minister was. „Die had het door.”

Maar beleid moest samen met Landbouw bepaald worden. Het eindigde meestal in de mist. „Altijd wolligheid.”

En zoals Kamerleden nu hopen op innovatie als uitweg voor hard ingrijpen, zo stuurden ze daar ook destijds op aan. Elke veehouder een mestboekhouding – het bleek „niet uitvoerbaar”. Een Landelijke Mestbank waarin mest werd verwerkt tot korrels. Ook mislukt. „Water uit mest halen is héél duur.”

Intussen werden de stikstofnormen opgerekt, met instemming van Brussel. Rookhuizen, die in 1996 afhaakte, werkte nog mee aan de Mestnota in 1995. Die bevatte een stikstofnorm voor grasland van jaarlijks 180 kilo per hectare in 2010. Het bleek onhaalbaar. Dus om het probleem weg te organiseren, werden de normen versoepeld: in 2022 varieerde de stikstofnorm voor grasland van jaarlijks 250 tot 345 kilo per hectare, afhankelijk van de bodemsoort. „We werden gewoon minder streng”, zei een huidige betrokkene bij het beleid.

„De sector vond altijd een nieuw geitenpaadje”, vertelde Henri Kruithof, in de periode 1993-2001 directeur voorlichting van Landbouw, later VVD-spindokter.

Politici van alle partijen deden eraan mee. In 2015 werden onder staatssecretaris Sharon Dijksma (PvdA) op Nederlands aandringen de Europese melkquota geschrapt. Gevolg: overproductie, dalende prijzen, verhoogde stikstofuitstoot.

De Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) kwam in 2009 van de toenmalige Kamerleden Ger Koopmans (CDA) en Diederik Samsom (PvdA). Ook die aanpak verruimde de stikstofuitstoot, en de Raad van State haalde daar in 2019 een streep door: ziedaar de huidige stikstofcrisis.

Tegenstanders van ingrijpen vinden elkaar sindsdien in halve feiten. Ze zeggen: we hebben al zoveel stikstofuitstoot verminderd – en verzwijgen dat Nederland als Europees koploper nog ver boven de norm zit. Ze zeggen: het rekenmodel deugt niet – en verzwijgen dat het model veelvuldig met metingen is gevalideerd. Ze zeggen: boeren moeten weg voor woningen van migranten – en verzwijgen dat de bouw van een miljoen nieuwe woningen maximaal 1 procent van de bestaande landbouwgrond vergt, aldus Kamerlid Pieter Grinwis (CU) donderdag tegen zijn collega Van der Plas (BBB).

Mythes die de sector verdelen en radicaliseren. Ook de landbouwpers kreeg een argwanende en soms feitenresistente tak. En de boerenlobby, traditioneel verwant met middenpartijen, radicaliseerde mee, met Farmers Defence Force (FDF) als agitator.

Het resultaat stond woensdag in Stroe op het podium: Kamerleden van FVD, PVV, BVNL, JA21, BBB en SGP die zich lieten toejuichen door de boerenmassa, hoewel collega’s van VVD, D66 en GroenLinks moesten wegblijven omdat de NCTV hun veiligheid niet kon garanderen.

Het verklaarde ook hun inbreng bij het debat donderdag. Ontkenning van feiten, ontkenning van de geschiedenis, ontkenning van het belang van een oplossing.

Lies Rookhuizen zei: maar hou oog voor de boer. De innovaties die de politiek zo vaak als uitweg omarmde, zei ze, verrijkten de Rabobank en verarmden veehouders: meer schuld, hogere productiedruk, lagere prijzen.

En als we willen dat deze groep toch meewerkt aan de transitie „zou het goed zijn als mensen op hoog politiek en ambtelijk niveau openlijk erkennen wat er fout is gegaan”.

Niet met een parlementaire enquête. „Ministers die aftreden, lossen niets op.” Liever via bijvoorbeeld een Waarheids- en Verzoeningscommissie waarmee Zuid-Afrika zijn burgeroorlog verwerkte. „Anders blijft het land diep verdeeld.”

Toen ik het voor het eerst hoorde, dacht ik: leuk gedroomd. Maar bij nader inzien zag ik: ze heeft een punt.

Dit drama heeft mensen nodig die hun keuzes uitleggen, niet voor een heksenjacht of politiek gewin, maar als verklaring voor boeren, als markering van een nieuw begin. Om mythes te ontkrachten en een gezicht aan een ongemakkelijk verleden te geven.