Opinie

Laat Oekraïne en Moldavië EU-lid worden in etappes, dan blijft ze een kater bespaard

In Europa

Midden-Europa is een soort ingedikt Europa: een heleboel landen met diverse achtergronden, tradities, talen, geschiedenis, geografie en belangen. De Tsjechoslowaakse schrijver Milan Kundera zag het als „een klein, aarts-Europees, supergevarieerd Europa, een miniatuurmodel van het Europa der naties waar de regel geldt: een maximum aan diversiteit op een minimaal grondgebied. Hoe kan dat Midden-Europa niet met afgrijzen vervuld zijn van Rusland dat, pal voor de deur, de omgekeerde regel hanteert: een minimum aan diversiteit op een maximaal grondgebied?”

Nu wij in Europa voor enorme keuzes staan over nieuwe lidstaten en manieren om de Europese Unie bestuurbaar te houden – keuzes die we al jaren voor ons uitschuiven, maar ons nu wederom door Rusland worden opgedrongen – is het de moeite om Kundera’s essay uit 1983 over het belang van Midden-Europa te lezen. In Un Occident Kidnappé. Ou la Tragédie de l’Europe Centrale kaart hij, zes jaar voor de Berlijnse Muur viel, precies de vragen aan die we nu weer moeten beantwoorden: Wie hoort er bij Europa, wie niet? Waar is ‘horen bij Europa’ op gebaseerd? En welke rol speelt West-Europa?

Door de eeuwen heen, schrijft Kundera, „was er niets vreemder voor Midden-Europa met zijn hang naar diversiteit dan dat uniforme, uniformerende, centraliserende Rusland dat met angstaanjagende vastberadenheid alle naties binnen zijn rijk (Oekraïners, Wit-Russen, Armeniërs, Letten, Litouwers enzovoort) transformeerde tot één enkel Russisch volk”.

Alleen Europa kan Midden-Europese naties tegen de Russische stoomwals beschermen

Het enige wat zoveel verschillende naties in Midden-Europa tegen de Russische stoomwals kan beschermen, is Europa. Vroeger bood het Habsburgse Rijk die bescherming. Allen zaten redelijk veilig onder één dak, deelden markt en munt, en mochten van de Kaiser meestal hun eigen talen spreken en religies belijden – ook West-Oekraïne. In Kundera’s tijd hoorden zij politiek niet bij Europa (ze zaten onder de Sovjet-knoet) maar cultureel nog wel degelijk.

De opstanden in Hongarije en Tsjechoslowakije waren culturele opstanden: theatermakers, schrijvers, componisten maakten het Kremlin zonder tanks of raketten duidelijk dat ze bij Europa hoorden. Ze wisten dat ze daar een hoge prijs voor gingen betalen: het Sovjetleger sloeg die revoluties bruut neer. In 1956 stuurde de directeur van het Hongaarse persagentschap, net voordat zijn kantoor met de grond gelijk werd gemaakt, deze telex de wereld in: „Wij sterven voor Hongarije, en voor Europa.”

De parallel met het heden is onontkoombaar. Niemand weet hoe de Europese Unie, praktisch en politiek, het gigantische Oekraïne als lidstaat kan absorberen. Het is corrupt, in staat van oorlog, laagontwikkeld. Maar cultureel gezien begrijpt zelfs het uitbreidingsmoede Nederland dat president Zelensky’s videoconferenties dezelfde boodschap hebben als die Hongaarse telex uit 1956: Oekraïners sterven voor Oekraïne, en voor Europa. Als Europa daaraan geen gehoor geeft, ondermijnt het zichzelf.

Dus boden we donderdag, in Brussel, Oekraïne en Moldavië lidmaatschap aan. Omdat het jaren zal duren voor beide landen voldoen aan de vereisten voor markt, rechtsstaat enzovoort, kunnen zij even gefrustreerd raken als de Westelijke Balkanlanden die al jaren in de wachtkamer zitten en donderdag opnieuw werden gepasseerd. We moeten zorgen dat zo’n kater Oekraïne en Moldavië bespaard blijft. En dat ze in etappes lid kunnen worden en niet pas als alle onderhandelingen klaar zijn, aan het eind van de rit. Zo kunnen we ze – over cultuur gesproken! – snel laten meedoen aan Erasmus-uitwisselingen. Dan voelen burgers dat er wat gebeurt, dat er schot in zit, dat er hoop is. Op de Balkan loopt dit mis. Daar moeten we snel iets op verzinnen. De enige die hiervan profiteert, is Vladimir Poetin. Niet Europa.

In 1983 schreef Kundera dat de Europese cultuur in Midden-Europa verankerd is, en alleen kan floreren als West-Europa ernaar handelt. Dat gaat nog altijd op. Want het ergste met die Hongaarse telex was niet dat Rusland het niet begreep, maar dat de rest van Europa het niet begreep.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.