Reportage

In de gerestaureerde Artis Bibliotheek leeft de 19de eeuw

Geschiedenis De Artis Bibliotheek in Amsterdam heeft een grote collectie natuurhistorische boeken. Het gebouw is ingrijpend gerenoveerd en gaat maandag weer open.

Interieur van de gerenoveerde Artis Bibliotheek. „Het linoleum op de vloer is vervangen door hout, en in plaats van tl-verlichting hebben we nu ledspotjes: veel beter voor de boeken.”
Interieur van de gerenoveerde Artis Bibliotheek. „Het linoleum op de vloer is vervangen door hout, en in plaats van tl-verlichting hebben we nu ledspotjes: veel beter voor de boeken.” Foto Olivier Middendorp

Bij binnenkomst ruik je het meteen: de weldadige geur van oude boeken. De houten vloer kraakt en door de dakramen valt het zonlicht op een schilderij van de beroemde botanist Linnaeus. Langs de muur staan rijen en rijen met boekenkasten. Brieven van Charles Darwin, insectenaquarellen van Maria Sibylla Merian, de eerste editie van Denis Diderots fameuze Encyclopédie, de beroemde zeventiende-eeuwse Atlas Maior van Joan Blaeu: wie van natuurgeschiedenis en cartografie houdt, kan hier zijn hart ophalen.

Na een renovatie van drie jaar gaat de Artis Bibliotheek te Amsterdam deze maandag weer open voor publiek. Wie wil, kan op afspraak de collectie van zo’n 9.000 natuurhistorische boeken komen bekijken, én de fenomenale zaal waarin ze zich bevinden. Ogenschijnlijk is er weinig veranderd aan het uit 1868 daterende gebouw. „Alsof je rechtstreeks de negentiende eeuw binnenstapt”, aldus gastschrijver Alexander Reeuwijk tijdens een rondleiding. Maar schijn bedriegt: de fundering is compleet vernieuwd, de fraaie boekenkasten zijn van beschilderd gietijzer – alleen magneetjes verraden dat het om nephout gaat – en de deuren ogen authentiek, maar zijn brandwerend. Alles om de natuurgeschiedenis te behouden voor de toekomst.

„Op de begane grond, waar eerst ons depot was, zitten nu kantoren”, zegt conservator Hans Mulder. „De kern van de collectie met alle topstukken staat hier, maar de archieven en veel van de tijdschriften pasten er niet meer in en zijn nu ondergebracht in het centrale depot van het Allard Pierson.”

Hij is blij met het resultaat van de renovatie. „Het linoleum op de vloer is vervangen door hout, en in plaats van tl-verlichting hebben we nu ledspotjes: veel beter voor de boeken.” Al zijn er niet alleen boeken in de bibliotheek te vinden, benadrukt hij. „Zo hebben we ook de Iconographia Zoologica – een verzameling van 60.000 zoölogische afbeeldingen tussen 1500 en 1900 – en zo’n tweehonderd jaargangen van het Journal des Savants, het oudste wetenschappelijke tijdschrift ter wereld, dat sinds 1665 bestaat.”

Destijds was onder de bibliotheek nog het nachtverblijf van de zebra’s gevestigd

De wetenschappelijke boeken behoren tot de erfgoedcollecties van de Universiteit van Amsterdam, en die worden beheerd door het Allard Pierson. Maar de geschiedenis is wel degelijk gerelateerd aan die van de naastgelegen dierentuin van Artis. Mulder: „Artis is in 1838 opgericht door drie mannen – de heren Westerman, Werlemann en Wijsmuller – onder de naam Natura Artis Magistra. In de dierentuin was de levende collectie te zien, in het museum de dode collectie en in de bibliotheek de boekencollectie. Aanvankelijk was die ondergebracht in een ander gebouw, tot in 1868 dus de speciaal ontworpen bibliotheek werd geopend.” Reeuwijk: „Destijds was onder de bibliotheek nog het nachtverblijf van de zebra’s gevestigd. De quagga – een zebrasoort waarvan het laatste exemplaar op 12 augustus 1883 in Artis het loodje legde – is letterlijk hieronder uitgestorven.”

Het publiek in de bibliotheek is gemêleerd, zegt Mulder, terwijl hij wat speciale kussens op tafel legt om enkele boeken opengeslagen te kunnen tonen zonder dat de ruggen beschadigen. Er komen regelmatig onderzoekers en auteurs voor inspiratie. Zelf publiceerde Mulder in 2021 op basis van de collectie het rijk geïllustreerde De ontdekking van de natuur, over hoogtepunten uit de natuurlijke historie. „En er zijn ook vaak genoeg mensen die het gewoon leuk vinden om even te kijken. Nooit meer dan vijftien tegelijk, dat is de regel als we de boeken open op tafel hebben liggen.”

Eén specifieke favoriet heeft hij niet. Maar desgevraagd toont hij samen met Reeuwijk wel enkele collectiestukken die om uiteenlopende redenen bijzonder zijn.