Interview

Wimbledon-debutant Tim van Rijthoven: ik was een eigenwijs ventje

Wimbledon Na acht jaar geworstel won Tim van Rijthoven (25) het ATP-toernooi van Rosmalen. Nu mag hij met een wildcard naar Wimbledon. „Ik zal eraan moeten wennen dat mensen me op straat herkennen.”

Het verhaal van Tim van Rijthoven, de tennisser die eerder deze maand als nummer 205 van de wereld het ATP-toernooi in Rosmalen won, begint volgens hemzelf in maart dit jaar, langs de indoor hardcourtbanen van het challengertoernooi in Turijn. Van Rijthoven speelt daar in betrekkelijke anonimiteit zijn wedstrijden op het één nahoogste niveau van het proftennis. Hij wint zijn eerste partij en verliest de tweede.

Langs de baan staat de Italiaan Luca Cozzi, een spelersmanager die net begonnen is bij het internationale agentschap Octagon. Hij ziet Van Rijthoven spelen en besluit: hém wil ik hebben. Na het toernooi belt Cozzi hem op. Van Rijthoven: „Hij gaf me zo’n fijn gevoel, dat ik bijna geen nee kon zeggen.”

Het contract dat daaruit voortvloeit heeft gevolgen die Van Rijthoven dan nog niet kan overzien. Octagon begeleidt niet alleen spelers, maar is ook licentiehouder en eigenaar van verschillende tennistoernooien over de hele wereld. Een daarvan is de Libéma Open in Rosmalen.

Zo komt Van Rijthoven, die tot dan nog nooit een wedstrijd op het hoogste niveau had gewonnen, aan een wildcard voor het Brabantse grastoernooi. „Ik had die wildcard anders nooit gekregen. Daar ben ik Octagon eeuwig dankbaar voor”, zegt hij. Een week later heeft Van Rijthoven niet alleen zijn eerste ATP-wedstrijd gewonnen, maar ook zijn eerste ATP-toernooi, na een finalepartij tegen de mondiale nummer één, Daniil Medvedev. Wat volgt: een wildcard voor Wimbledon – zijn favoriete toernooi – en de top 100 die lonkt.

Ik wist als tiener niet goed wat ervoor nodig was om proftennisser te zijn

Met zijn eerste toernooioverwinning heeft de 25-jarige Van Rijthoven de potentie waargemaakt die hem al jaren wordt toegedicht. In de jeugd behoorde hij dankzij zijn aanvallende spel – harde service, goede forehand en effectvolle slice – tot de toptalenten van de wereld. Hij haalde in 2014 de kwartfinale van het juniorentoernooi op Wimbledon, nadat hij de toenmalige nummer 1 in zijn leeftijdsklasse had verslagen. Andrej Roeblev, tegenwoordig nummer 8 van de wereld.

Waar zijn leeftijdsgenoten doorbraken, bleef Van Rijthoven lang achter. Blessures wierpen hem na zijn profdebuut in 2015 meerdere keren ver terug. Drie keer moest hij een jaar revalideren na blessures aan zijn elleboog en pols en door een verwijde vertakking van een slagader in zijn rechterarm – zijn tennisarm – waardoor hij last had van trombose in zijn hand. „Tijdens het tennissen werden mijn pink, ringvinger en middelvinger ijskoud. Met een operatie hebben ze het weten te verhelpen, ik heb achteraf geluk gehad dat er geen propje naar mijn hart is geschoten.”

Je hebt over die blessures gezegd dat het voelde alsof je jezelf telkens uit een greppel moest trekken. Hoe ging je met die tegenslagen om?

„Als je weer een pittige blessure hebt en je zit de hele dag in de gym saaie oefeningen doen, dan denk je op een gegeven moment wel: ik kan ook iets anders gaan doen, studeren bijvoorbeeld. Bij elk van die drie blessures heb ik meerdere keren tegen stoppen aangezeten. Dan zei ik tegen mijn moeder: ik denk dat het nu goed geweest is.

„Maar dan ging ik er een paar nachtjes over nadenken, en na twee dagen kwam ik dan toch tot de conclusie dat ik het veel te leuk vind om te tennissen, dus ging ik gewoon weer verder. Ik zou mezelf ook nooit in de spiegel kunnen aankijken als ik voor mijn gevoel niet alles uit deze sport heb gehaald.”

Wie zijn je steunpilaren geweest in die moeilijke jaren?

„Mijn vriendin en mijn familie hebben me het meest geholpen. Ik ben al 5,5 jaar samen met mijn vriendin dus ze heeft alles meegemaakt. Mijn familie – mijn moeder, twee broertjes en twee bonusbroertjes en bonuszus uit mijn moeders nieuwe huwelijk – zat te huilen op de tribune in Rosmalen toen ik de finale won. En dat terwijl ik zelf geen traan kan laten. Dat laat zien hoe intens de connectie tussen ons is.”

Je noemt je vader niet. Hij zat ook niet op de tribune.

„Daar wil ik het liever niet over hebben.”

Wat vind je ervan dat hij na je toernooiwinst verschillende interviews over je heeft gegeven?

Van Rijthoven is lang stil. „Hoe kan ik dat het beste in één woord zeggen? Apart, dat vind ik apart.”

Na de finale prees je de tennisbond en je voormalig coach Paul Haarhuis voor hun steun. Welke rol hebben zij gespeeld?

„De tennisbond is me al die jaren blijven steunen, met geld, coaches, trainingsfaciliteiten. Daarmee lieten ze zien dat ze in me geloofden, dat gaf me zelfvertrouwen en moed om door te zetten.

„Van Paul heb ik zoveel geleerd, met hem heb ik het langst samengewerkt. Hij is de rode draad in mijn tenniscarrière, een mentor. Hij heeft me op tactisch gebied en op mentaal gebied alles bijgebracht, hoe je rally’s moet opbouwen, dat je moet vechten voor elk punt. En ik kon bij hem altijd mijn ei kwijt als ik in de put zat. Je zou hem een soort vaderfiguur kunnen noemen.”

Geen bespannen rackets

Van Rijthoven wijt het uitblijven van zijn doorbraak niet alleen aan zijn blessures. „Het was voor een deel ook onvolwassenheid. Ik wist als tiener niet goed wat ervoor nodig was om proftennisser te zijn.”

Dat manifesteerde zich in een slechte voorbereiding. Het regelen van trainingspartners op toernooien, voldoende bespannen rackets – hij liet het liever over aan anderen. „Dan sloeg ik tijdens een training mijn snaar door en kwam ik erachter dat het mijn laatste bespannen racket was. Kon ik niet meer trainen. Dat is me meerdere keren overkomen.” Zijn coaches hoopten dat Van Rijthoven zou leren van zulke ervaringen, maar dat duurde een poosje. „Ik was een eigenwijs ventje, ik had een beetje schijt.”

Je polsblessure liep je op tijdens het snowboarden. Ook een voorbeeld van je gebrek aan professionaliteit destijds?

„Aan de ene kant wel. Maar aan de andere kant moet je als topsporter al zoveel laten. Ik vind leuke dingen doen naast het tennis heel belangrijk, als ik me alleen maar op tennis zou focussen zou ik denk ik minder goed gaan spelen. Op skivakantie gaan is een van de dingen die ik het liefst doe, dus toentertijd leek het me oké om dat risico te nemen. Ik ben daarna nooit meer op wintersport geweest. Ik heb mijn lesje wel geleerd.”

Je hebt in andere interviews verteld dat je het vroeger mentaal moeilijk had op de baan. Hoe uitte zich dat?

„Ik was heel snel boos op de baan, ik kon mijn eigen fouten niet accepteren. In die tijd stond ik voor mij gevoel niet voor mezelf op de baan, maar voor anderen. Ik was een veelbelovend talent, had een contract bij sportmanagementbureau IMG, werd gesponsord door Adidas en een tennismerk. Ik vond dat ik ze niet teleur mocht stellen. Als ik slecht speelde, zei ik tegen mezelf: ‘Zo’n bal mis je normaal nooit’. Dat zei ik dan net hard genoeg zodat ze het ook langs de baan konden horen. Zo wilde ik laten zien dat ik beter kon.”

Wanneer kwam het omslagpunt?

„Toen ik al die blessures kreeg deden veel sponsoren een stapje terug. In het begin was dat lastig, want je voelt je in de steek gelaten, maar eigenlijk is het sindsdien makkelijker voor mij geworden om dat gevoel van verwachtingen los te laten. Ik speel weer voor mezelf.

„Mijn nieuwe trainer Igor Sijsling, met wie ik sinds dit jaar samenwerk, heeft er ook een grote rol in gespeeld. Hij vindt het zo leuk om te tennissen, dat werkt aanstekelijk. Als we staan te trainen, is het echt alsof we op leven en dood aan het spelen zijn. De lol die je met elkaar hebt, dat is zo mooi. Als ik de top 100 haal, dan komt dat doordat ik het spelletje weer als een spelletje ben gaan zien.”

Tenniscommentator Marcella Mesker zei dat je de afgelopen jaren hebt ‘weggegooid’.

„Daar geloof ik niet in. Ik geloof dat het een proces is en dat iedereen zijn carrière anders bewandelt. Ik ben goed geworden op mijn 25ste, en dat komt doordat ik heb meegemaakt wat ik heb meegemaakt.”

Nu je een toernooi hebt gewonnen, ben je ineens een bekende tennisser en kijken mensen anders naar je. Hoe ga je om met die nieuwe verwachtingen?

Van Rijthoven zucht diep. „Ik merk dat nu Wimbledon eraan komt het verwachtingspatroon toch wel speelt in mijn hoofd. Ik houd van de anonimiteit, maar ik zal eraan moeten wennen dat mensen me nu op straat herkennen en resultaten van me verwachten. Ik probeer het zoveel mogelijk van me af te zetten en plezier te hebben.

„Sinds ik Rosmalen heb gewonnen is er veel veranderd in mijn tennisleven: het financiële plaatje, de toernooien die ik kan spelen, de aandacht die ik krijg. Maar de persoon Tim is niet veranderd. Ik ben nog altijd down to earth, ik zou niet anders willen.”