Hoe kan een menselijke kanonskogel het afschieten overleven?

Durf te vragen De landing is vaak riskanter dan de lancering, voor een menselijke kanonskogel.

Foto Getty Images

‘De vlucht voelt gewichtloos”, zegt David Smith. „Tijdens korte vluchten kan ik de binnenkant van het kanon nog net zien, maar het voelt als een herinnering. Bij mijn wereldrecords schiet ik zo snel weg dat ik de loop helemaal niet meer kan waarnemen.”

In 2018 verbrak menselijke kanonskogel David ‘The Bullet’ Smith het afstandsrecord. Maar liefst 59,43 meter vloog hij door de lucht – zo’n dertig centimeter verder dan zijn eigen oude record. Hij bereikte in korte tijd een snelheid van 120 kilometer per uur, en kwam weer veilig tot stilstand in het vangnet. Hoe kan een mens dat overleven?

Hoe het wegschieten precies werkt, is familiegeheim. Smiths vader ontwierp het kanon, waarmee hij elk van zijn zeven kinderen afschoot. Wel is van het gemiddelde circuskanon bekend dat er geen buskruit in gaat – dat zou een persoon aan flarden knallen. De eerste negentiende-eeuwse circuskanonnen maakten gebruik van een springveer, die een persoon op een plateau wegschoot. Vuurwerk moest het effect compleet maken.

Tegenwoordig werkt een kanon meer als een luchtbuks: de krachtbron is samengeperste lucht – ruim vierhonderd keer de luchtdruk – die plots uiteenzet. In 2006 vroeg de onderzoekstak DARPA van het Amerikaanse leger octrooi aan op een kanon om mensen mee af te vuren, dat ze baseerden op de circustypen. Ze speelden met het idee om daarmee met een precisieschot brandweerlieden snel op hoge gebouwen af te leveren.

Het gevaar zit dus niet in de explosie, maar in de grote versnelling die het lichaam ondergaat. Een menselijke kanonskogel schiet weg met vele ‘g-krachten’. Dat is een maat voor versnelling, uitgedrukt in zwaartekrachten. De aardse zwaartekracht trekt mensen en voorwerpen met 9,81 meter per seconde in het kwadraat (m/s2) omlaag; één g-kracht.

„Het grootste gevaar van g-krachten is dat je flauwvalt”, zegt Ted Meeuwsen. Hij is luitenant-kolonel bij Centrum voor Mens en Luchtvaart van de Koninklijke Luchtmacht, en werkt er als vliegfysioloog-wetenschapper. Die kans is het grootst bij head-first versnellingen, in de lijn van de kruin tot aan de voeten, ofwel de ‘z-as’. „Dan wordt de inhoud van je lichaam zwaarder. Je bloed plonst vanuit het bovenlichaam naar de benen, en verdwijnt uit de hersenen. Dat is een groot probleem in jachtvliegtuigen: met een zeer snelle acceleratie halen die met gemak negen g-krachten in de z-as, voor een langere periode.”

Adrenaline

Volgens Guinness World Records bereikte Smith tijdens zijn recordvlucht al na 0,2 seconde een snelheid van 96 km/u. Zijn versnelling was gemiddeld 130 m/s2. Dat staat gelijk aan 13 g-krachten.

„Heel misschien zou je aan het begin het bewustzijn kunnen verliezen, maar waarschijnlijk is de bloeddruk erg hoog door de adrenaline”, zegt Meeuwsen. „Dan blijf je makkelijker bij kennis. Bovendien is de duur van de versnelling belangrijk. Als de versnelling langer dan een seconde zou aanhouden, kom je wel in de problemen.”

We vragen het ervaringsdeskundige Smith: „De klap bij het afvuren bracht mijn lichaam weleens in een korte verlamming, maar ik geloof niet dat ik ooit het bewustzijn heb verloren”, zegt hij tegen NRC. „Bovendien is de impact bij de landing vaak veel groter dan bij de start – dat voelt echt verpletterend voor mijn lichaam. Ik krijg soms blessures, verwondingen, spiertrekkingen of blauwe plekken.”

Nog veel gevaarlijker is het natuurlijk als de stuntman het vangnet mist. De g-krachten bij een harde landing zijn het grootst. Sinds de negentiende eeuw zijn zulke ongelukken tientallen keren voorgekomen.