Opinie

Beschamende opvang voor kinderen en jongeren in asielcentra

opvangcrisis

Commentaar

Asielzoekers slapen buiten of in de auto en sommige gezinnen zitten maandenlang in het aanmeldcentrum in Ter Apel te wachten op doorplaatsing. De omstandigheden waar ook kinderen in verblijven zijn er beschamend: onveilig en vies.

Twee inspecties (Gezondheidszorg en Jeugd; Justitie en Veiligheid) waarschuwden vrijdag in een brief aan staatssecretaris Eric van der Burg (Justitie, VVD) dat 8.801 begeleide kinderen en 1.450 alleenstaande minderjarige vreemdelingen verblijven in opvanglocaties waar „de leefbaarheid onder de maat is” en „de rechten en veiligheid niet worden gewaarborgd.” Van die eerste groep heeft 47 procent al een verblijfsvergunning en van de tweede groep bijna 10 procent.

Dit is geen verrassing. In april meldde burgemeester Schuiling van Groningen na een bezoek aan het aanmeldcentrum in Ter Apel dat „kinderen tussen het afval spelen. Er hangt een penetrante rioollucht in de opvangtenten en urinoirs zitten vol. Er is nul privacy en het is brandgevaarlijk. Een festivalterrein heeft betere voorzieningen.” Over de minderjarigen schrijven de inspecties nu dat ze in overvolle ruimtes leven, met veel te weinig voogden; sommige minderjarigen worden door anderen beroofd of bedreigd.

En er is, zo schrijven ze, geen uitzicht op verbetering. Er is ook niets te doen voor de kinderen. Ze krijgen geen les en geen aandacht of zorg. Normaal duurt het verblijf in Ter Apel een paar dagen, maar nu weken of maanden want ze kunnen nergens heen.

Niet alleen de asielzoekers en hun kinderen lijden hieronder – ook de medewerkers die hen opvangen.

Het is kortom om je kapot te schamen als rijk land.

Deze ‘opvangcrisis’ – zo noemt het kabinet het gebrek aan opvangplekken – is onnodig. Het gaat om capaciteitsproblemen waar Justitie op had kunnen anticiperen. Net als in de zorg en het onderwijs: bestuurders kúnnen in grote lijnen voorspellen hoeveel asielzoekers er ongeveer naar Nederland zullen komen per jaar. Hoeveel patiënten er te verwachten zijn en hoeveel leerlingen er aankomen. Er zijn pieken in aantallen, zoals in 2015 en vorig jaar, die werden veroorzaakt door oorlogen in Syrië en Afghanistan, maar verder zijn de aantallen vrij constant. Niets wees erop dat er opeens minder asielzoekers zouden komen. En zeker, de Oekraïense vluchtelingenstroom was niet te voorzien, maar die valt dan ook buiten het systeem van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA).

Er zijn afgelopen jaren asielzoekerscentra gesloten alsof er nooit meer mensen naar Nederland zouden vluchten. 41 van de 113 gingen er dicht sinds 2016.

Intussen wijzen het COA, Rijk en gemeenten naar elkaar. Het COA krijgt een vergoeding van Justitie – per beslapen bed. Leegstand kost dus geld. Een kleine buffer, enige speling in de opvang, is daardoor duur.

Nu stellen gemeenten onder druk van de Veiligheidsregio’s ‘noodplekken’ beschikbaar maar de plekken die bedoeld zijn voor Oekraïners en soms leeg blijven, stellen gemeenten níet open voor andere vluchtelingen. De reden? „Het ontbreken van lokaal draagvlak”. Anderzijds zeggen sommige gemeenten dat ze wel degelijk plekken aanbieden maar dat het COA inflexibel is en hoge eisen stelt.

Ja, er is een huizencrisis waardoor veel mensen jarenlang wachten op een huurwoning. Maar voor de asielzoekers en hun kinderen die vluchten voor oorlog of een schrikbewind is Nederland moreel verplicht fatsoenlijke plekken te organiseren.