Opinie

Steun Rotterdammers in armoede. Nu!

Zoals ondernemers financieel werden gesteund tijdens de coronacrisis, moeten bewoners met geldzorgen nu ook hulp krijgen, bepleit . Iedere burger met leefgeld van 50 euro of minder moet een verdubbeling van dit weekbudget krijgen. „Er is een armoedecrisis gaande.”

Illustratie Stella Smienk

Verplaatst u zich eens in de 87.000 Rotterdammers, die elke dag wakker worden met financiële stress. Omdat boodschappen en energie duur zijn – en nóg duurder worden. In Rotterdam moeten tienduizenden Rotterdammers van minder dan 50 euro per week alle dagelijkse boodschappen doen. Onze stadgenoten staan op het punt van ‘omvallen’. Zij verliezen hoop en perspectief.

Begin 2020 kwam het vorige kabinet – toen de coronacrisis begon – met financiële regelingen zoals de ‘Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers’ (Tozo) om te voorkomen dat bedrijven ‘omvielen’. Met een simpele aanvraag stond het geld in rap tempo bij bedrijven op de rekening. Een forse investering van het kabinet, die zich ruim terugbetaalde. Door weinig ontslagen en veel innovatie op de arbeidsmarkt. Tozo, én de Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW), bleken bestuurlijk doelmatige instrumenten voor de aanpak van een crisis.

Laten we met de geleerde lessen ook de nieuwe crisis – die van armoede – met zo’n aanpak te lijf gaan. Wij pleiten voor TOBIA: Tijdelijke Overbruggingsregeling Burgers In Armoede. Iedere burger met leefgeld van 50 euro of minder krijgt een verdubbeling van dit weekbudget, zolang de crisis duurt. Net als bij de Tozo en NOW staat het geld binnen zes weken op ieders rekening en vindt controle achteraf plaats.

Op dit moment leeft 14,6 procent van de Rotterdammers onder de armoedegrens. Gelukkig wordt intussen – ook door bonden, politici én werkgevers – erkend dat het wettelijk sociaal minimum te laag is om in de primaire levensbehoeften te voorzien. Het debat over structurele oplossingen is in volle gang.

Aanhoudende geldzorgen gaan samen met eenzaamheid, schooluitval, oplopende spanningen thuis en zich ongelukkig voelen. Die 87.000 bewoners in de gevarenzone zijn geen stadgenoten die ‘een beetje dom’ zijn geweest. Ervaringsdeskundigen geven al jaren signalen af over de hulpverlening die tekortschiet en onvoldoende deskundig is. De meeste gedupeerden zijn slachtoffer van een doorgaans harteloze bureaucratie en een prooi voor de schuldenindustrie. Zij zijn alleen komen te staan en daardoor is het wantrouwen tegen instanties bij deze groep toegenomen.

Het opknippen van armoede, zoals energie-armoede en vervoersarmoede, door beleidsmakers en financiers geeft stress. Hierdoor moeten stadgenoten bij elk loket opnieuw hun verhaal vertellen en over schaamte heenstappen. Telkens weer andere formulieren invullen. Het water staat je al tot aan de lippen en dan moet je voldoen aan wat de bureaucratie vraagt. Dat is sowieso niet eenvoudig in een stad waar de percentages laaggeletterdheid, verstandelijk beperkten en taalachterstanden tot de hoogste van Nederland behoren.

Een verdubbeling van het wekelijkse leefgeld voor Rotterdammers maakt ad hoc financiële regelingen overbodig

In een enquête hebben we 1.200 Rotterdammers gevraagd wat zij nodig hebben. Opvallend is dat niet als eerste om extra geld wordt gevraagd voor armoede-aanpak. Bewoners vinden het vooral belangrijk dat ze ergens terecht kunnen met vragen en dat wordt geluisterd. Betere hulpverlening staat dus op de eerste plaats. 92 procent van de ondervraagden vindt dat er in Rotterdam altijd een wethouder voor armoede en schulden moet zijn.

Carola Schouten, minister voor Armoedebeleid, was bij ons spreekuur onder de indruk van de parate kennis van onze ervaringsdeskundigen. Zij zijn experts, met kennis van wetten, regelgeving en de werking van systemen. Veel Rotterdammers worden door hen geholpen. Zij zijn de EHBO bij schulden.

Er is een armoedecrisis gaande in Nederland. 2,4 miljoen mensen hebben financiële zorgen. Besef van de enorme urgentie én bestuurlijke daadkracht zijn nu nodig om deze crisis te keren. Met de door ons voorgestelde overbruggingsregeling TOBIA ontvangen burgers directe hulp. Deze aanpak draagt ook meteen bij aan het herstel van vertrouwen in de overheid. Want veel mensen in armoede behoren tot de ‘afgehaakten’ en verwachten nog maar weinig van de overheid.

Voor burgers leidt TOBIA tot minder stress, gezondheidsschade en schulden. Er ontstaat weer ruimte in het hoofd voor andere zaken in hun leven. Een verdubbeling van het wekelijkse leefgeld voor Rotterdammers maakt ad hoc financiële regelingen overbodig. En last, but not least kopen het Rijk en de gemeenten met TOBIA bedenktijd voor een structurele armoede-aanpak. Zoals een herziening van het sociaal minimum, effectievere hulpverlening en de aanpak van uitwassen in de schuldenindustrie.

Annemarieke van Egeraat, directeur Warm Rotterdam, een stichting die bijdraagt aan oplossingen tegen armoede.