Recensie

Recensie Uit eten

In de rij bij Le Petitjean voor een formidabele croissant-ervaring

Uit eten 010 Culinair recensent Lot Piscaer schrijft om de week over horeca in Rotterdam. Deze week over een echte Franse patisserie met van die oogstrelende gebakjes. En misschien wel de beste croissants van de stad.

Foto Kamiel Scholten

Kun je zo’n 630 woorden wijden aan een broodje? De croissant van Le Petitjean, een kleine patisserie annex koffiezaak op de Zomerhofstraat is de poging waard.

Er zijn zoetigheden te over in Rotterdam, maar echte Franse patisserie, van die oogstrelende gebakjes waar je je in Parijs voor etalages aan staat te vergapen, is schaars. In dat gat sprong Maurice Petitjean, chef en autodidact patissier. In coronatijd begon hij zijn eigen patisserie. Al snel ging het rond onder de liefhebbers. Je moet er snel bij zijn: het zaakje sluit al om twee uur ’s middags.

Mijn eerste bezoek was een matig succes. Fantastisch gebak, daar niet van, maar ik kreeg er Seinfeld-visioenen van. Om precies te zijn naar aflevering zes van seizoen zeven, The Soup Nazi. Die draait om een afhaal-soeptentje dat zo goed is, dat er dagelijks lange rijen staan. Maar als je niet precies op de juiste manier bestelt, weigert de chagrijnige eigenaar je soep. „No soup for you!”, buldert hij dan.

Strenge matrone

Bij Le Petitjean werd er niet gebulderd, er stond wel een rij. En vanwege de toen niet erg hartelijke dame achter de toonbank moest ik er toch aan denken. Het voelde alsof je op audiëntie ging en de strenge matrone elk moment kon zeggen: „No croissant for you!”

We kwamen door de keuring, opgelucht liepen we naar ons tafeltje met een Paris-Brest (een soes gevuld met praliné-room) en een mollige baba au rhum. Geen croissant, maar ik durfde niet nog eens terug.

Dat deed ik een paar weken later, en toen was het juist heel gezellig. Een vrolijke en behulpzame barista hielp me graag aan goede koffie (van de Rotterdamse branderij Giraffe) en een croissant. Maar er lag ook een grote macaron met frambozen in de vitrine: een dieproze taartje op een gouden kartonnen bordje. Die macaron was licht kleverig, chewy en bros tegelijk. Beauties van frambozen ertussen, plus toefjes ganache die naast het zoete en romige een intense, bijna hartige smaak hadden.

Ik dwaal af. De croissant, dus.

Het is een bonkige joekel. In het midden klimt hij laagje voor laagje omhoog, als een col van de buitencategorie. De behapbare versie van de Mont Ventoux.

Het deeg is soepel en luchtig, maar ook stevig, en smaakt naar puur brood en boter. Van binnen zie je talloze kleine luchtkamertjes tussen de laagjes deeg.

Van het krokante puntje werk je je langzaam door de berg, en daal je weer af naar de eveneens krokante finish. En dat zonder vette vingers te krijgen, want deze croissant voelt niet vettig aan, ondanks de aanwezigheid van meer dan 35 procent boter. Een iets brossere korst zou misschien nog lekkerder zijn, al is het best fijn dat je kin na de eerste hap niet meteen onder de kruimels zit.

Gevoelig typetje

Een croissant-ervaring als deze kost je 2,60 euro. Dat lijkt veel, zeker vergeleken met de 4-voor-1-euro-croissants van de supermarkt. Maar als je weet dat dit ambachtelijke bergje botergeluk drie dagen in de maak was – van kneden, rijzen, rollen, lamineren met Franse boter, shapen tot bakken – dan is het zo duur nog niet. Bakker Petitjean omschrijft de laatste fase in het bakproces van de croissants als „eyeballen en hopen”, omdat het resultaat elke keer weer anders is. Gevoelig typetje, dat croissantdeeg.

Terwijl de liefhebbers zijn croissants al lang hebben omarmd als de beste van de stad, is er wat Petitjean betreft nog altijd ruimte voor verbetering. Het deeg werd eerst nog met de hand gevouwen en gerold, inmiddels is er daar een machine voor. Ook komt er een rijskast voor het deeg.

Dat is goed nieuws voor de rij wachtenden die steevast elke zaterdag ontstaat op dit verborgen hoekje naast de Hofbogen: „More croissants for you!”.

Lot Piscaer is culinair recensent