Fran Lebowitz: „Ik denk dat ik in mijn eentje de New Yorkse restaurantsector gered heb.”

Foto Brigitte Lacombe

Interview

‘Ik heb gelukkig nooit in een kantoor gewerkt’

Fran Lebowitz, auteur

Het New Yorkse fenomeen Fran Lebowitz treedt zaterdag op in Carré. „Ik wilde altijd al dat de toeristen uit de stad zouden vertrekken, maar niet door een plaag.”

‘Hello.” De vaste lijn kraakt een beetje, maar de stem is onmiskenbaar: Fran Lebowitz (1950), onbezoldigd ereburger van New York, wandelende mopperkont en het bekendste voorbeeld van een writer’s block sinds Truman Capote. Lebowitz bezit zo’n 10.000 boeken en is een groot literatuurkenner, maar zelf schrijven is een worsteling: het meest recente stuk uit de bloemlezing The Fran Lebowitz Reader dateert uit 1994.

In plaats daarvan praat ze. Liberaal, grootstedelijk Amerika luistert al decennia graag naar Lebowitz’ eigenzinnige, met ijzeren logica opgebouwde visie op haar stad, de politiek en op de mens in het algemeen; dankzij Martin Scorseses Netflix-serie Pretend It’s A City (2021) weet nu ook een groot publiek buiten de VS wie ze is. Zaterdag gaat ze in Carré in gesprek met haar Nederlandse fans.

Hoe gaat het met u? En met New York? Is er veel veranderd sinds de pandemie?

„New York zou in twee jaar tijd sowieso veranderd zijn, de stad verandert zowat per dag. Maar wat ik zie – en niemand anders ziet het, want iedereen kijkt de hele dag op zijn telefoon – is dat mensen niet meer naar hun werk gaan.

„Wat ze hier gedaan hebben, is aan mensen vragen of ze weer terug naar kantoor wilden. Bijna iedereen zei nee. Rockefeller Center is een kantoorgebouw, dat wordt weleens vergeten – ik heb het metrostation altijd gemeden omdat het zo propvol was. Vorige maand was ik er weer eens: vrijwel alle winkels op de begane grond waren gesloten. Hoe gaat dit verder? Ik weet het niet. Ik heb gelukkig nooit in een kantoor gewerkt.

„De horeca zit wel weer vol. Ik denk dat ik in mijn eentje de New Yorkse restaurantsector gered heb. Ik haat koken. Thuis is het: een appel, en klaar. Dus zodra de restaurants opengingen, zat ik er. Ik heb in sneeuwstormen buiten gegeten, in wind, regen…

„Wat ik over mezelf geleerd heb, als je het zo kunt noemen, is dat er allerlei wensen uitkwamen, maar niet op de manier die ik bedoelde. Ik wilde mijn hele leven al de hele dag thuisblijven en lezen, maar niet tijdens een verschrikkelijke menselijke tragedie. Ik wilde altijd al dat de toeristen uit de stad zouden vertrekken, maar niet door een plaag. Maar zo gaat het. Als het ene probleem oplost, dient het volgende zich aan. Het leven los je niet op.

„Verder denk ik nauwelijks over mezelf na. Ik ben altijd verrast over hoe graag mensen over zichzelf nadenken. Ik verander zelden van mening. Hoelang blijft zoiets interessant?”

U staat bekend om uw weigering om het internet te gebruiken. Proberen mensen u nog over te halen?

„Elke dag. Maar het is geen statement, al komt het zo langzamerhand zo over. Ik haat het internet niet, ik haat techniek niet. Het kan me niet schelen. Ik heb nooit een typemachine gehad, dus hoef ik ook geen machine om sneller te kunnen typen. Als er bij mij een machine stuk gaat, geef ik er een klap op en begin te bidden. Ga alsjeblieft niet kapot!”

En het nachtleven? U was er jarenlang niet weg te slaan.

„Toen was ik jong. Als ik nu 22 was zou ik het weer doen, maar ik ben geen 22. Volwassen mensen die bang zijn om iets te missen begrijp ik niet – dat gevoel associeer ik met de middelbare school. Als vrienden wiens oordeel ik vertrouw me een film of iets anders aanraden, ga ik soms wel kijken. Er is een groot verschil tussen wat goed is en wat populair is.”

Uw Netflix-serie was een hit. Was dat Scorseses idee?

„Marty heeft jaren geleden al een documentaire over me gemaakt (Public Speaking, 2010, red.). Toen we klaar waren zei hij: laten we dat nog eens doen. Nee, zei ik. Maar hij bleef erover beginnen, en toen hij zijn deal met Netflix sloot voor The Irishman stelde hij als eis dat hij ook iets met mij kon maken. Dat ging buiten mij om. Ik heb een paar van die Netflix-mensen ontmoet, maar ik heb verder niks met ze te maken.

„Marty en ik kennen elkaar sinds de jaren tachtig. De dynamiek tussen ons is altijd dezelfde: als we elkaar zien, zijn we de hele avond met elkaar in gesprek. Hij is grappig en ontzettend belezen, zeker voor een filmregisseur. Hij noemt vaak terloops een boektitel die ik nog niet gelezen heb, of waar ik zelfs nog nooit van heb gehoord. En ik geloof werkelijk dat elke seconde van elke scène uit elke film die ooit is gemaakt in zijn hoofd zit. Ik vertelde hem een keer over een privésituatie, en toen zei hij: dit is precíés zoals de vierde scène in de tweede spoel van… Ik wist niet waar hij het over had, het was een film uit 1919 geloof ik, dus toen heeft hij de film voor me vertoond. En het was precies hetzelfde.”

Fran Lebowitz treedt 25/6 op in Carré, Amsterdam. Inl: carre.nl