Eerste pensioenverhoging in twaalf jaar voor leraren en ambtenaren

Pensioen Door de stijgende rente gaat het pensioenfondsen voor de wind. Bij het grootste fonds ABP gaan de uitkeringen volgende maand met 2,4 procent omhoog.

Sinds de financiële crisis van 2008 heeft ABP de pensioenen slechts twee keer, in 2010 en 2014, beperkt kunnen verhogen.
Sinds de financiële crisis van 2008 heeft ABP de pensioenen slechts twee keer, in 2010 en 2014, beperkt kunnen verhogen. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het grootste pensioenfonds van Nederland, ABP, verhoogt voor het eerst in twaalf jaar de pensioenen.

Bij het fonds voor ambtenaren en onderwijspersoneel gaan de uitkeringen van gepensioneerden en de pensioenrechten van werknemers komende maand met 2,39 procent omhoog, heeft het bestuur donderdag besloten.

Daarnaast krijgen gepensioneerden een nabetaling over de eerste zes maanden van dit jaar. Die bedraagt 1,2 procent van de pensioenuitkeringen die ze in deze periode hebben gekregen.

Woensdag besloot pensioenfonds PME, het op drie na grootste fonds, al om de pensioenen te verhogen. Vrijdag valt bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn – het grootste na ABP – naar verwachting hetzelfde besluit.

„Onze deelnemers hebben lang moeten wachten op een verhoging”, zegt ABP-voorzitter Harmen van Wijnen. „Het is dan ook goed dat we het nu kunnen doen.”

Bij ABP zijn 975.000 gepensioneerden aangesloten. Meer dan twee miljoen werknemers hebben (een deel van) hun opgebouwde pensioenrechten bij dit fonds.

Sinds de financiële crisis van 2008 heeft ABP de pensioenen slechts één keer, in 2010, beperkt kunnen verhogen, met minder dan 1 procent.

Versoepelde regels

De pensioenverhoging is mogelijk door versoepelde regels die op 1 juli ingaan, in aanloop naar een grotere hervorming rond 2025.

Fondsen mochten tot nu toe pas een verhoging uitdelen als hun zogeheten dekkingsgraad over het afgelopen jaar gemiddeld 110 procent was. Het fonds heeft dan voor iedere euro die nodig is om de toekomstige pensioenen te garanderen, nog eens 10 cent extra in kas. Deze grens gaat naar 105 procent.

De fondsen mogen de nieuwe regels direct gebruiken om de inflatie van 2021 te compenseren.

Daar komt bij dat de dekkingsgraden van pensioenfondsen de laatste maanden hard gestegen zijn. Niet door hun beleggingsresultaten: die waren negatief. Maar door de snel opgelopen rente.

Lees ook: Rente zet fondsen op recordhoogte, hoger pensioen in zicht

Als de rente stijgt, mogen fondsen ervan uitgaan dat hun vermogen sneller in waarde zal stijgen. Daardoor hebben ze nú minder vermogen nodig om de toekomstige uitkeringen te garanderen.

Fondsen die de versoepelde regels gebruiken, moeten wel de verwachting uitspreken dat zij over een paar jaar volledig overstappen op het nieuwe pensioenstelsel. ABP heeft dit nu gedaan.

ABP en Zorg en Welzijn kunnen een iets steviger pensioenverhoging geven dan de metaalfondsen PME en PMT (1,29 procent). Dat komt doordat zij een ander inflatiecijfer gebruiken. De metaalfondsen gebruiken de inflatie van juli vorig jaar. ABP kijkt naar augustus, Zorg en Welzijn naar september. Precies in die maanden begon de inflatie op te lopen.

Eind dit jaar besluit ABP of het ook de veel hogere inflatie van dit jaar (deels) kan compenseren. Ook daarvoor mag het de versoepelde regels gebruiken.

Correctie 23 juni 2022: in een eerdere versie van dit artikel stond dat ABP ook in 2014 een verhoging doorvoerde. Dat klopt niet: dit ging om het terugdraaien van een eerdere verlaging.