Schoolteam schrikt: de Witte Vlinder blijkt zeer zwak

De inspectie Volgens de Onderwijsinspectie liggen de resultaten van de Witte Vlinder ver onder het gemiddelde. „We wisten dat het onvoldoende zou zijn. Maar zéér zwak… Pijnlijk.”

Niko (links) en Christiano (rechts) zitten in groep 8 van de Witte Vlinder.
Niko (links) en Christiano (rechts) zitten in groep 8 van de Witte Vlinder. Foto Dieuwertje Bravenboer

Wat een práchtig gebouw, denkt Swaantje de Bekker, als ze op 25 januari voor de Witte Vlinder staat. Wat moet het een feest zijn om op deze school te zitten. De inspecteur primair onderwijs van de Onderwijsinspectie komt langs voor een zogeheten kwaliteitsonderzoek. Ze praat, samen met een collega-inspecteur, met de directie, maakt kennis met het licht gespannen team, observeert lessen, spreekt leerlingen, ouders en leerkrachten.

Rond half vijf die middag komt het hele team samen in de aula van de school om het oordeel van De Bekker en haar collega te horen. Dat slaat in als een bom: de kwaliteit van het onderwijs op de Witte Vlinder is „zeer zwak”.

Het is de allerlaagste score die de inspectie kan geven. Slechts zeventien van de bijna zevenduizend basisscholen in Nederland staan op dit moment op de lijst ‘Zeer zwakke scholen’.

„We hebben”, schrijft de Onderwijsinspectie in het onderzoeksrapport dat deze week openbaar werd, „zowel in het onderwijsproces, veiligheid en school-klimaat, als in de kwaliteitszorg ernstige hiaten geconstateerd”. Van de zeven ‘onderwijsstandaarden’ die de inspectie controleert, zijn er zes onder de maat.

Over de leerkrachten is de inspectie wél positief: „We hebben in de afzonderlijke groepen gezien dat het pedagogisch en didactisch handelen op orde is.” Maar: „We missen de doorgaande lijn in de school.” Met andere woorden: of leerlingen goed of minder goed onderwijs krijgen en welke didactische methodes worden gebruikt, is afhankelijk van welke leerkracht ze hebben.

Voor leerlingen die meer aankunnen of juist extra zorg nodig hebben, is geen passend aanbod, „waardoor de leerlingen niet op de juiste wijze voorbereid worden op het vervolgonderwijs dat passend is bij hun capaciteiten”.

Lees ook: Op de Witte Vlinder scoren leerlingen hoger op de Citotoets dan de meester had verwacht

Zware schoolweging

De resultaten die de school laat zien „liggen ver onder het landelijk gemiddelde” – ook in vergelijking met scholen die dezelfde ‘zware schoolweging’ hebben. Deze weging, een score tussen 20 en 40, wordt berekend op basis van sociaal-economische factoren, zoals opleidingsniveau van de ouders, land van herkomst, en of ouders in de schuldsanering zitten. De weging van de Witte Vlinder is 38,1.

Het team van de Witte Vlinder had niet helemaal door hoe groot het probleem was, zegt De Bekker. „Ze beseften niet dat het vijf voor twaalf was.”

En, merkte ze in de gesprekken, de leerkrachten hadden de neiging de oorzaken buiten zichzelf te zoeken. Het zou liggen aan de omstandigheden: leerlingen die meer aandacht vragen, corona, wisselingen in de directie. „Allemaal waar”, zegt De Bekker. „Maar dan moet je des te meer weten wat je aan het doen bent.”

Het oordeel kwam hard aan, zegt Piet Stuivenvolt. Hij begon hier in oktober als interim-directeur, samen met zijn vrouw Ilonka Waterloo. „We wisten wel dat het onvoldoende zou zijn. Maar zéér zwak… Pijnlijk.”

Hij had gehoopt op een „ruimhartiger” blik van de inspectie. Ook omdat hij al was begonnen het tij te keren. „We waren het fundament al aan het uitgraven en dan zegt de inspectie: waarom heb je de kozijnen niet vervangen?”

„Het is niet leuk om te horen dat je school zo slecht scoort”, zegt meester Berrie van den Bovenkamp voor zijn lokaal waar leerlingen van groep acht het decor voor de eindmusical schilderen. „Ik herken wel veel dingen die de inspectie zegt, maar dit zag ik niet helemaal aankomen.”

De teleurstelling is begrijpelijk, zegt De Bekker. „Het is wat het is. Wij zijn er in het belang van de leerlingen. Die moeten goed onderwijs krijgen en dat kregen ze niet.”

Meester Berrie geeft rekenles aan groep 8 van de Witte Vlinder.

Foto Dieuwertje Bravenboer

Rode vlaggen

De Witte Vlinder was al langer in beeld bij de inspectie. En niet op een positieve manier. De Bekker, als ‘contactinspecteur’ aanspreekpunt voor Flores Onderwijs, het schoolbestuur waar de Witte Vlinder onder valt, zag „rode vlaggen”: de resultaten daalden, leerkrachten vertrokken of werden ziek en er waren veel wisselingen in de directie. Stuivenvolt en Waterloo vormen de zevende directie in tien jaar tijd. „De ene na de andere directeur kwam de school in”, zegt inspecteur Swaantje de Bekker. „Elk met weer een ander verbeterplan. „Daar wordt een school letterlijk stuurloos van.”

Stuivenvolt: „De school is verwaarloosd. Dat is verschrikkelijk jammer, want het is een ontzettend leuke school met veel potentie.”

Het zijn niet vooral scholen zoals de Witte Vlinder die het oordeel zeer zwak krijgen. Op deze scholen zijn de problemen en de personeelstekorten vaak groter, maar dat hoeft de kwaliteit van het onderwijs niet in de weg te zitten.

Een directeur op de Witte Vlinder moet zeggen: we gaan het zó doen en iedereen doet mee, anders is er hier geen plek voor je

Sylvia Veltmaat bestuurder

Neem Het Mozaïek, in een van de armste wijken van Arnhem en ook onderdeel van Flores Onderwijs. Deze school is al tien jaar op rij een ‘excellente school’ en krijgt aanstaande maandag wellicht opnieuw dat predicaat.

Hoe kan dat? De Bekker: „Focus, duidelijke aansturing, een heldere visie op goed onderwijs. Op scholen die het goed doen, weet iedere leerkracht wat ze doen en waarom. Ze bekijken elkaars lessen en geven feedback. Dat gebeurde allemaal niet op de Witte Vlinder.”

Het team zat de laatste jaren in „een overlevingsmodus”, zegt Sylvia Veltmaat, bestuurder van Flores Onderwijs. Ze hadden het zwaar: vechtpartijen op het schoolplein, voortdurend gaten in het team: een negatieve spiraal.

„Leerkrachten trokken zich terug in hun eigen lokaal. Ze zagen niet meer wat er in de andere groepen gebeurde. Het zijn prima docenten, maar een optelsom van acht goede leerkrachten maakt nog geen goede school. Daarbij helpt het ook niet als er geen gedeelde visie is over wat goed onderwijs is voor deze kinderen.”

De pogingen die Veltmaat en haar staf de afgelopen jaren ondernamen om uit de negatieve spiraal te komen, liepen op niets uit. „We wisten heel goed dat er iets moest gebeuren. Ik heb lang gedacht: als ik stut in vakmanschap, in kennis, dan komt het goed. Maar de cultuur op de werkvloer was niet goed: wie niet in het team paste, haakte af of werd ziek. Een directeur die niet de baas durfde of mocht zijn, werd gewoon genegeerd.” Voortschrijdend inzicht, zegt ze: „De cultuur moet om. En een directeur op de Witte Vlinder moet durven confronteren. Die moet zeggen: we gaan het zó doen en iedereen doet mee, anders is er hier geen plek voor je.”

Voor leerlingen die meer aankunnen of juist extra zorg nodig hebben is geen passend aanbod, oordeelde de inspectie.

Foto Dieuwertje Bravenboer

Omdenken

Scholen die zeer zwak zijn, krijgen een jaar de tijd om het tij te keren. Dan volgt een herstelonderzoek en moet de kwaliteit van het onderwijs verbeterd zijn. Meestal lukt dat, zegt De Bekker. Zo niet, dan meldt de inspectie de school bij de minister van Onderwijs voor vervolgmaatregelen. In het uiterste geval kan die besluiten om de school geen geld meer te geven.

Met een nieuw onderwijsconcept en „de schouders eronder” moet dat scenario voorkomen worden.

Voorwaarde om te slagen: iedereen moet meedoen. „Alle neuzen moeten hier dezelfde kant op”, zegt Stuivenvolt daarover. „Iedereen moet aandeelhouder willen zijn.”

Aan de muur van zijn kamer hangt, naast de uitgeprinte leerresultaten, een velletje met een Chinees gezegde van de Omdenken Scheurkalender: „De persoon die zegt dat het niet kan, moet de persoon die het aan het doen is niet voor de voeten lopen.”

Ze beseften niet dat het vijf voor twaalf was

Swaantje de Bekker inspecteur

Stuivenvolt en zijn vrouw Ilonka Waterloo hebben allebei ervaring als schoolleider op zwakke scholen en wisten die naar een voldoende te brengen. Hun motto: niets is kansloos. Een school niet, en leerlingen al helemaal niet.

„Onder deze kinderen”, zegt Stuivenvolt met de blik op het schoolplein, „zit een raketgeleerde én iemand met een IQ van 60. Het is geen homogene groep en zo moet je ze dus ook niet benaderen.”

Waterloo: „De kunst is om ieder kind te zíen: wie ben jij en wat heb je nodig?”

Stuivenvolt: „Dat doe je door ’s ochtends bij de deur te staan: hoe is het met je vandaag? Dat is geen softe benadering. Ook wij stellen grenzen.”

Brede school

De afgelopen maanden hebben ze, samen met een aantal leerkrachten en coördinator Marieke Ligtenberg, een nieuw onderwijsconcept uitgewerkt. Na de zomervakantie is de Witte Vlinder een brede school. De leerlingen gaan ‘s ochtends rekenen, lezen en schrijven en krijgen ’s middags ‘bredere vorming’ rond verschillende thema’s.

„Deze leerlingen zijn strak gehouden”, zegt Stuivenvolt. „Alle ballen op de basisvaardigheden. Logisch misschien, gezien de omstandigheden, maar wij denken dat juist deze kinderen meer nodig hebben.”

Waterloo: „We willen ze leren kijken vanuit verwondering, zodat het beklijft.”

Stuivenvolt: „Dingen uitproberen, autonoom leren denken.”

Waterloo: „Daarmee leren ze ontdekken wie ze zijn en hoe ze van betekenis kunnen zijn voor de ander en de wereld.”

Een samenvatting van het inspectierapport is deze week naar de ouders gestuurd. Die waren al eerder door de directie per mail op de hoogte gebracht van de slechte beoordeling. „Kregen we núl reacties op”, zegt Stuivenvolt. Op de ouderavond die volgde waren enkele ouders die „indringende vragen stelden”.

„Ze hebben heel andere dingen aan hun hoofd dan de school”, denkt hij.

„Maar ze vinden het wel degelijk belangrijk of het een goede school is”, zegt Waterloo. „Er zijn ouders die echt mee willen denken met onze plannen.”

Stuivenvolt: „Sommige ouders maken zich zorgen. Ze stonden in tranen voor me. Die hebben we gevraagd: willen jullie een klankbord vormen en in de buurt blijven?”

Waterloo: „We hebben de ouders nodig. Het komt er nu op aan.”

Stuivenvolt: „Komt goed. De sfeer is nu al anders.”

Het team moet „de stap van ik naar wij maken”, zegt Sylvia Veltmaat van Flores Onderwijs. „Als dat lukt, kan het snel gaan.”

Op de gang voor het lokaal van groep acht zitten Maureen en Bella met rode wangen reusachtige letters te verven die samen Wie steelt de show? vormen, de titel van de musical die over vijf weken wordt opgevoerd.

„Bella is hier zó goed in, ze móet gewoon naar de kunstacademie”, vindt Maureen. Bella, zonder op te kijken: „Wil ik ook.”

Dan gaat het mis: een beker water om de kwasten schoon te maken, valt over de vers geschilderde vellen.

„Meester!”

Geeft niks, zegt meester Berrie, terwijl hij het druipende papier voorzichtig omhooghoudt. „Kijk nou hoe gaaf die letters uitlopen. Eigenlijk veel mooier zo.”

Lees ook: Het wordt geen Einstein, zegt de vader van Maureen