Opinie

Laat Couperus zitten en geef ons een leeszitzak

Onderwijsblog Pubers zijn niet minder gaan lezen omdat ze apathisch zijn geworden, het is het literatuuronderwijs op de middelbare school dat zo veel beter kan, betoogt .
Foto Patricia Rehe/Hollandse Hoogte/ANP

Ik ben 18 en lees iedere week een boek. Twee jaar geleden werd ik dankzij mijn docente Nederlands, een oudere vrouw die krom liep door de zware boekentas die ze met zich meesjouwde, verliefd op literatuur. Helaas ontwikkelde een groot deel van de klas juist een diepe haat voor alles wat met letters op papier te maken had. Dat is een probleem: zij profiteren nu niet van de vele voordelen die lezen biedt – en, nog belangrijker, van het plezier. Dit kan anders.

Het is verleidelijk om te zeggen dat mijn generatie simpelweg te lui is geworden om te lezen. Maar dit is niet het probleem. Natuurlijk is je for you page op TikTok soms interessanter dan een willekeurige pagina uit een dichtbundel en is de drempel voor het aanzetten van een goede Netflix-serie lager dan die voor het openslaan van een roman. Het lukt ons echter nog steeds om grootschalige demonstraties te organiseren, eigen webwinkeltjes op te zetten en studies af te ronden. Het is dus gemakzuchtig om te stellen dat pubers niet meer lezen omdat ze apathisch geworden zijn. Dit vormt dan ook geen goede verklaring voor het feit dat jongeren tussen 2013 en 2018 40 procent minder tijd zijn gaan besteden aan het lezen van boeken, zo blijkt uit SCP-cijfers.

De reden voor deze verontrustende daling is eerder de manier waarop middelbare scholen denken dat ze leerlingen kunnen stimuleren om te lezen. De huidige benadering van literatuur als middelbareschoolvak is simpelweg niet meer van deze tijd. De belevingswereld van jongeren is niet dezelfde als die van schrijvers zestig jaar terug. Wolkers is niet woke, Reve blijkt toch best racistisch en Mulisch hield zich niet bezig met milieuproblematiek. Onderwerpen waarvoor jongeren nu op zondagmiddag met hun vuist omhoog op het Malieveld staan, nadat ze zelf hun kartonnen bordjes hebben beschreven. Het is zo zonde dat deze jongeren niet door hun docenten in aanraking worden gebracht met moderne schrijvers, die zich wél om deze thema’s bekommeren. Leer ze de spoken word-bundel Doe het toch maar van Babs Gons kennen, laat ze Édouard Louis lezen, geef ze les over Anton de Kom. Maar dwing die vermoeide pubers alsjeblieft niet om Couperus te lezen.

Het gouden ei

Naast deze vernieuwde belevingswereld speelt nog een ander fenomeen een rol: we werden zonder bandjes in het diepste deel van het zwembad gegooid terwijl we nog niet konden zwemmen. We kregen in de vierde klas te horen dat we binnen drie jaar veertien boeken gelezen moesten hebben. Velen kregen kokhalsneigingen toen ze dit hoorden. Af en toe was er een les waarin we de mediatheek in mochten om een boek uit te zoeken. De docent bleef in het lokaal en wij zagen deze dertig minuten als een wedstrijd: degene die met het dunste boek terugkwam was de winnaar. De hoofdprijs was Het gouden ei.

De meesten hadden al sinds groep acht niet meer gelezen en wisten dus absoluut niet welke boeken hen zouden aanspreken. Wat dat betreft kunnen middelbare school docenten een voorbeeld nemen aan de basisschoolleraren en bibliotheekmoeders. Ik weet het nog goed: zij wisten precies welk boek je moest lezen als je graag spannende boeken las en zelfs wat er bij je paste als je van paarden hield. De juf maakte een leeshoekje achterin de klas met een zitzak en een zacht kleedje. Iedere dag begon ze met een leeskwartiertje terwijl ze rustig haar thee opdronk.

Docenten Nederlands: steel deze technieken. Voer af een toe een gesprekje met die stille jongen om samen een passende lijst samen te stellen, ga mee naar de mediatheek om samen te zoeken naar die hoofdprijs (en dan niet Het gouden ei) en misschien wel het belangrijkste: zorg voor een zitzak in de klas.

Lees ook: Met ‘leesplezier’ krijg je kinderen niet aan het lezen, zet in op boekenstraf

Met een boek in bed

Zo zorgen we ervoor dat het lezen van een boek voor jongeren niet meer voelt als het ongetraind rennen van een marathon. Dan zien ook gen Z’ers er weer naar uit om na een lange dag thuis te komen en met een boek in bed te duiken. Dan zullen zelfs ambitieuze eerstejaars economiestudenten studenten tot diep in de nacht willen blijven lezen. Dan zitten over een paar jaar alle treincoupés, wachtkamers en schoolpleinen vol lezende mensen. Dan creëren we een generatie die massaal weer boeken meesjouwt in hun tas.