Opinie

Klap voor Macron brengt leven in het Franse parlement

Luuk van Middelaar

Grote woorden klonken zondagavond toen de Franse stembusuitslagen binnenkwamen. Het was een „catastrofe”, Frankrijk werd „onregeerbaar”, het land was „verdeeld”. En dat alleen omdat de partij van president Macron in de parlementsverkiezingen geen absolute meerderheid had gehaald. Met 245 op 577 zetels verloor de groep inderdaad flink ten opzichte van vorige keer, maar ze blijft wel veruit de grootste. Beide achtervolgers, het linkse gelegenheidsblok rond Jean-Luc Mélenchon en op rechts Marine Le Pens nationalisten, eindigen op 131 en 89 zetels.

Omgerekend naar de Haagse verhoudingen: Macrons progressief-liberale middenpartij à la D66 valt terug van 84 naar 64 op de 150 Tweede Kamerzetels. Niet meteen een noodtoestand… En om de vergelijking Parijs-Den Haag af te maken: een links blok rond een radicale SP haalt 34 zetels; de PVV-zusterpartij 23 en klassiek rechts à la CDA/VVD 16. Verder kent de nieuwe Franse Assemblée wat eenlingen of groepjes. Het equivalent van FVD, de partij rond de radicaal-rechtse publicist Éric Zemmour, eindigt op nul. Zorgelijk was de lage opkomst, met 46 procent.

In Duitsland, Italië, Nederland of België kijkt niemand beduusd als verkiezingen uitlopen op onderhandelen, akkoorden sluiten en coalities smeden. Maar voor Frankrijk oogt het nieuw. Het was Macrons minister van Europese Zaken, de getalenteerde Clément Beaune (die zelf in een Parijs’ kiesdistrict zijn zetel nipt won), die het Franse tv-kijkers de volgende dag uitlegde: dit is politiek, zo doen de buren het ook.

Het Franse stelsel draait om een sterke uitvoerende macht. De president leidt en besluit, het parlement volgt en neemt wetten aan, minder als tegenmacht, meer als applausmachine. Zo richtte president De Gaulle het land in 1958 in om – ten tijde van de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog – een einde te maken aan regeringsinstabiliteit.

Twee elementen brengen dit teweeg: een sterke positie van de president, die de premier benoemt en het parlement mag ontbinden. En het districtenstelsel, dat een stabiele meerderheid oplevert en, net zoals in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk, een periodieke slingerbeweging tussen regering en oppositie mogelijk maakt.

De opbrengst is een krachtig electoraal mandaat en groot politiek handelingsvermogen. Daar heeft de Franse staat veel baat bij in crisissituaties en op het Europese en internationale toneel. Ook Macron kon daadkracht tonen, bijvoorbeeld in de Covid-pandemie.

Maar er staan verliesposten tegenover. Democratische politiek is er niet alleen om besluiten te nemen en problemen op te lossen (zoals regeerders soms denken), maar ook om de verdeeldheid in de samenleving zichtbaar te maken – en zo spanningen beheersbaar te houden. Parlementen zijn bij uitstek plekken van zulke openbare woordenstrijd, tussen steeds wisselende partijen, visies en belangen. Wanneer volksvertegenwoordigingen die rol niet vervullen, kan de strijd anders en elders naar buiten komen – bijvoorbeeld in demonstraties, stakingen of zelfs geweld. Ook dat hoort bij Frankrijk en ook dat ervoer Macron aan den lijve, met de revolte van de gele hesjes in 2018-2019. Zijn economische hervormingsagenda strandde niet in het parlement, maar op straat.

Wat onze Tweede Kamer als afspiegelingsparlement in overmaat heeft – met twintig fracties kun je er vrijwel elk deelgeluid horen –, ontbeert de Franse Assemblée. Zo had het Front National jarenlang slechts enkele afgevaardigden, terwijl één op de vijf kiezers Marine Le Pens opvattingen deelt. Misschien een opluchting vanwege haar uiterst rechtse standpunten, maar het betekent ook dat veel Fransen zich niet gehoord en erkend wisten, dat thema’s onbesproken bleven. Deze afstand tussen politiek en kiezers – tussen staat en straat – draagt bij aan ernstig vertrouwensverlies.

Daarom mogen ook macronisten deze stembusuitslag beschouwen als een blessing in disguise. De kiezers hebben tegenmacht afgedwongen. Niet door de president op te zadelen met een oppositionele meerderheid in het parlement, zoals gebeurde in 1986, 1993 en 1997. Nee, ditmaal vonden ze een nieuw pad. Ingenieus hebben ze – tegen de logica van het districtenstelsel in – het land een parlement gegeven dat representatiever en machtiger is dan in decennia. Het dwingt Macron, via een minister-president die op zoek moet naar parlementaire steun, écht in gesprek met de samenleving te gaan.

Het zal voor alle betrokkenen wennen zijn, te beginnen voor de president zelf. Misschien kunnen zijn collega’s Rutte, De Croo en Scholz hem op de EU-top deze week alvast tips meegeven. Duidelijk is dat het Franse electoraat Macron dringend de opdracht meegeeft die hij zich in 2017 stelde: herstel van het vertrouwen in de politiek.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en historicus.