Opinie

De Mijnraad heeft geen oog voor de Groningers

Gaswinning De Mijnraad negeert de nadelen van gaswinning in Groningen en leert niet van het verleden, schrijven en . Dat voedt het wantrouwen.
Illustratie Hajo

Er woedt een discussie over de Groninger bodemschat. De Mijnraad – een gezaghebbend adviesorgaan met veel kennis van mijnbouw – spoort het kabinet aan met Groningers te praten over verhoging van de gaswinning. Dat advies schiet volgens ons tekort: de Mijnraad doet aan wensdenken, vergeet bewezen risico’s en miskent de realiteit van veel Groningers.

In het verleden faalde het veiligheidsbeleid in Groningen. Volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid speelde de veiligheid van bewoners geen rol in besluiten. De oorzaak van deze nalatigheid is een belangrijke vraag voor de Parlementaire Enquêtecommissie Aardgaswinning Groningen.

De Mijnraad lijkt deze fouten nu te vergeten. Hun advies is gebaseerd op wensdenken. Een gastekort is een nachtmerrie voor de samenleving en gas uit Groningen is een gedroomde oplossing. In de toekomst zijn er ook geen problemen voor Groningers meer: „Groningers hebben recht op een goede en vlotte versterkingsoperatie en schadeafhandeling.” Hierbij moeten „de beginselen van behoorlijk open bestuur toegepast worden”.

De realiteit in Groningen raakt in het advies soms zoek. Groningers hadden altijd al recht op goede afhandeling en behoorlijk bestuur. Maar de suggestie van NRC en NOS is dat het bestuur rond de bodemschat lange tijd gesloten en onbehoorlijk was. En het lukt al een decennium niet om recht te doen: volgens staatssecretaris Hans Vijlbrief (Mijnbouw, D66) gaat het nog steeds te vaak niet goed. Bewoners moeten te lang wachten of raken in conflict met instanties over versterking en schade. Dit schaadt de gezondheid van velen en het veroorzaakt maatschappelijke ontwrichting. Dit probleem kan nog groeien: in de kern van het gebied wonen 390.000 mensen.

Goede monitoring

Het onvoldoende in ogenschouw nemen van de bovengrondse gevolgen heeft een lange geschiedenis. Goede ‘monitoring’ van gevolgen van gaswinning is een wettelijke verantwoordelijkheid van de NAM. Maar in het verleden ging daarbij veel mis.

Een bloemlezing van de fouten. De NAM hield lang vol dat er geen aardbevingen waren, terwijl Groningers sinds 1976 al schokken voelden. Voor zover publiek bekend werden pas in 1986 lokaal seismometers geplaatst om te meten wat zich in de diepe ondergrond afspeelt. De eerste officieel geregistreerde beving in het Groningenveld was in 1991. Toch komen er pas eind jaren 90 versnellingsmeters om bovengrondse bodembeweging te meten. Tot de beving van Huizinge in 2012 is er geen toezicht op schade en schadevergoedingen: we weten decennialang niets over de bovengrondse gevolgen van alle bevingen, behalve een enkel krantenbericht. Er lijkt sprake van een patroon om bovengrondse gevolgen te negeren, miskennen en bagatelliseren.

Lees ook: Veenstra’s huis is eindelijk veilig. Nu de duizenden andere huizen nog

Het werd nog bonter toen een oplettende buitenlandse onderzoeker in 2018 opmerkte dat de metingen niet klopten. Als je de rapporten doorspit blijkt dat slechts 4 van de 110 versnellingsmeters goed waren afgesteld. Vrijwel alle meters onderschatten de werkelijke bodembeweging. Bewoners zeiden „het trilde hevig” maar volgens de meeste meters was het maar half zo erg. Inmiddels weten we dat de gemiddelde bewoner heel nauwkeurig voelt hoe hevig de bodem trilt. Als er eerder naar hen was geluisterd, had veel leed bespaard kunnen worden.

Mijnbouwwet

De mijnbouwwet maakt de industrie nog steeds verantwoordelijk voor veiligheid en monitoring. Dus als de NAM in Ternaard een nieuw veld aanboort, dan houdt het de regie en probeert bewoners te overtuigen dat dat vertrouwd is. Dat kán anders. Bij zoutwinning in Harlingen monitort de ondernemer bodemdaling in samenwerking met omwonenden, overheden en SodM. Meerdere partijen houden de ‘hand aan de kraan’. De ondernemer geeft veel controle uit handen, maar krijgt er draagvlak voor terug.

De Mijnraad ziet ook op een andere manier bewoners onvoldoende staan. Dat komt door de beperkte definitie van veiligheid die zij hanteert: het is onveilig als er slachtoffers vallen door instorting. Of het in de woningen boven de gasbel leefbaar is, speelt geen rol. Dat is bizar. Als een bewoner jarenlang met stutten in de woonkamer leeft, of noodgedwongen in een bouwkeet in de tuin woont, dan is de veiligheid „op norm”. Onderzoek wijst uit dat duizenden onveilig en machteloos zijn door jarenlang touwtrekken met instanties over schade en versterking. En tienduizenden voelen zich in hun eigen woning onveilig omdat ze steeds weer schade vinden die, scheur voor scheur, hun woning sloopt. De Mijnraad zou deze onveilige realiteit moeten meewegen in haar advies.

Arbitrage

De Mijnraad negeert tenslotte essentiële voorwaarden voor verantwoorde winning. De NAM en de overheid moeten goed samenwerken. Maar dat is op dit moment niet zo: de olies en de staat verschillen zo sterk van mening over de afhandeling van problemen dat er arbitrage nodig is. Het heeft er alle schijn van dat ze in een vechtscheiding verwikkeld zijn. Toch adviseert de Mijnraad om nog een tijdje door te gaan.

Kortom: gaswinning uit het Groningenveld heeft aantoonbare nadelen. De Mijnraad negeert ze liever en lijkt niet te leren van het verleden. Reële problemen van bewoners worden nog steeds onderschat. Dat is onverstandig, voedt het wantrouwen en vermindert het draagvlak voor andere winningsactiviteiten.