Reportage

75 jaar na WO II zwemt er in de Oostzee nog vis met springstof

Oude munitie Voor de Duitse kust ligt 1,6 miljoen ton roestende munitie in zee. Het merendeel is na WO II gedumpt door de geallieerden.

Een instrument dat waterproeven neemt die later worden gecontroleerd op concentraties explosieven wordt in de Oostzee voor Kiel te water gelaten.
Een instrument dat waterproeven neemt die later worden gecontroleerd op concentraties explosieven wordt in de Oostzee voor Kiel te water gelaten. Foto Nynke van Verschuer

Een van de gestandaardiseerde methoden om vast te stellen hoeveel plastic in de oceanen ronddrijft, is de hoeveelheid plastic te meten in de magen van noordse stormvogels. Kan de hoeveelheid van de springstof TNT in de Oostzee binnenkort dan ook aan vissendarmen worden afgemeten? „In 98 procent van de organismen die we hier onderzoeken – vissen, wormen, schelpdieren – treffen we TNT aan”, zegt een bioloog op het schip Littorina. Het is een nog koele, wolkeloze voorjaarsochtend op de Oostzee. De kotter zet uit de haven van Kiel koers naar een zandbank vlak voor de kust, genaamd Kolberger Heide. Mariene biologen, technici en scheepsbemanning in gele kaplaarzen verdringen zich op het dek. „Er stond vis op de menukaart gisteravond”, zegt de Schot John Baker. „We namen toch maar varken.”’

In de verte, op het strand, wachten wit-blauwe strandkorven op badgasten. „We varen nu recht het Sperrgebiet in”, zegt een bemanningslid, een voor de normale scheepvaart afgesloten gebied. Aan een takel zakt een onderwatercamera onder het wateroppervlak, op een scherm in de scheepshut worden overwoekerde vormen zichtbaar, te geometrisch om stenen te zijn. Torpedo’s, bommen, mijnen. In de ondieptes van de Kolberger Heide ligt naar schatting twintig tot dertig ton roestende munitie uit de Tweede Wereldoorlog. In juli 1945 besloten de Britten het stuk zeebodem tot vuilnisbelt te maken en er een deel van het resterende Duitse wapenarsenaal tot zinken te brengen.

De baai bij Kiel is niet het enige stukje vervuilde Oostzee. Volgens schattingen ligt er voor de Duitse Noord- en Oostzeekust in totaal 1,6 miljoen ton aan oude munitie en chemische wapens. Het gros daarvan is er na WO II gedumpt door de geallieerden, die de Duitse voorraden bij wijze van ontwapening in zee afzonken. De laatste jaren neemt zowel de wetenschappelijke als de politieke belangstelling ervoor toe. Omdat het spul roest, belanden explosieven, zoals TNT en RDX maar ook witte fosfor, in het zeewater. Het komt terecht in vissen en schelpen, en zo weer in vogels en in mensen. In te hoge concentraties zijn de explosieven giftig. Toeristenbureaus in kustplaatsen waarschuwen voor klompjes witte fosfor op het strand, die lijken op barnsteen, en zomaar kunnen ontvlammen in een broekzak. Naar schatting vierduizend brandbommen met witte fosfor zijn in de Oostzee terecht gekomen.

Achter het computerscherm in de kajuit legt John Baker, ingenieur bij een Britse commerciële explosieven-opruimingsdienst, uit wat de onderwatercamera in beeld brengt. „Dat is een vette”, zegt hij, wijzend op een cilindervormige bom.

De geallieerden wezen specifieke stukken zee aan om de munitie te water te laten. In de praktijk verliep de actie rommeliger. „Soms zie je een hele rits bommen achter elkaar, die werden vanuit een varend schip een voor een overboord gegooid, plop, plop, plop. Soms zie je de overblijfselen van een vissersboot, die vol met oorlogsmaterieel tot zinken is gebracht.”

Gordijn van luchtbelletjes

De Duitse minister van Economie en Klimaat, Robert Habeck, en die van Milieu, Steffi Lemke (beiden Groenen), kondigden vorig jaar aan dat in deze regeerperiode een begin moet worden gemaakt met de berging van dit alles. „Door het roesten van de munitie komen gifstoffen vrij”, zei Lemke in december. Het probleem is veel te lang genegeerd, vond Lemke, en nu moet er „zo snel mogelijk worden gehandeld.”

Robert Habeck, die voor zijn ministerschap co-voorzitter was van de Groenen, maakte de roestende munitie vorige zomer in de aanloop naar de Bondsdagverkiezingen al tot verkiezingsthema. De vervuilde zeeën, vond Habeck, zijn ook een metafoor: 1,6 miljoen ton aan explosief materiaal bergen is zo’n herculeswerk dat alleen de gedachte eraan al moedeloos maakt. Het probleem lijkt te groot om er aan te beginnen – net als de klimaatcrisis. Maar, zei Habeck, „we moeten ook voor de zeeën opkomen, die niet zelf naar de stembus kunnen.”

Lees ook Mosterdgas lekt bij de Belgische kust. Wat nu?

De online database ‘Amucad’ brengt in kaart wat waar ligt in de zeeën overal ter wereld, of het ‘conventionele’ munitie betreft of ‘chemische’. Bij sommige dumpplekken staan ook een paar zinnen over de oorlogshandelingen in het gebied.

Ook voor de Nederlandse kust zijn er munitiestortplaatsen. Het Nederlandse beleid is „reactief”, laat een woordvoerder van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat weten; er zijn, anders dan door verschillende onderzoeksinstituten in Duitsland, „geen negatieve effecten voor het milieu aangetoond”.

In Duitsland is er op dit moment ook nog niet bepaald een constructieve strategie hoe om te gaan met de explosieven. Een dag eerder, vertelt de expeditieleider Aaron Beck van het marien onderzoeksinstituut Helmholtz in Kiel, moesten ze het gebied uit omdat de marine een bom kwam dumpen in het zeegebied Kolberger Heide. Vissers hadden ’m verderop ontdekt. Zo’n bom wordt dan eerder verplaatst naar een stuk zeebodem dat toch al zwaar vervuild is, dan dat-ie wordt opgeruimd.

„Opruimen” betekent in de meeste gevallen detoneren op de zeebodem, waarbij de omgeving wordt afgeschermd door een zogeheten „bubble curtain”, een gordijn van luchtbelletjes dat vissen en andere organismen enigszins beschermt tegen de schokgolf.

Het opruimen van de zeebodem is niet alleen een milieukwestie. Nu met name de Noordzee toenemend wordt geëxploiteerd voor windparken, is een zee zonder explosieven ook van commercieel belang. Bij een kopje koffie op de brug vertelt de jonge kapitein van de Littorina dat hij voor de aanleg van Nord Stream 2 een jaar lang het Duitse stuk zeebodem in kaart heeft gebracht waar de pijpleiding moest komen te liggen. „Ieder colablikje moest worden geïnspecteerd.”

Twee dagen voordat Rusland Oekraïne binnenviel besloot de Duitse regering de net voltooide pijpleiding, die altijd was gerechtvaardigd met de woorden dat het een „zuiver privaat-economisch project” was, niet in gebruik te nemen. De kapitein haalt zijn schouders op: „Als je zag hoeveel geld er werd gestopt in de aanleg van die pijpleiding over de zeebodem, kon je er geen illusies over hebben dat Rusland wel heel erg graag de voor de hand liggende route door de Oost-Europese landen wilde omzeilen.”

De expeditie op de Littorina komt voort uit de samenwerking tussen het Geomar-Helmholtz onderzoeksinstituut in Kiel, en twee commerciële partijen. Samen proberen ze een systeem te ontwikkelen om met zeewaterproeven te kunnen bepalen wat er aan munitie en blindgangers in de buurt ligt. Daartoe worden, al varende op de zee bij Kiel, steeds monsters zeewater genomen, waarvan aan boord direct het gehalte TNT, RDX, of een restproduct daarvan, wordt vastgesteld.

Jonge biologen aan boord zijn meer geïnteresseerd in het leven tussen dat roestende wapenarsenaal. Met een grote grijper worden vanaf de Littorina bodemproeven genomen, die Ramona Ohde en Deborah Stoll met water spoelen om er de wurmpjes en de schelpen uit te filteren. Die gaan in potjes mee naar het lab.

Zeventig jaar na dato komt zo de milieuschade van oorlog steeds meer aan het oppervlak, iets waar de oorlog in Oekraïne geen uitzondering op is. Nu is het dezelfde Robert Habeck die vorig jaar juli nog zo hartstochtelijk voor schone zeeën pleitte, die als minister van Economische Zaken zijn fiat moet geven aan de leveranties van wapens en munitie aan Oekraïne. Ook al is Duitsland onderhevig aan kritiek omdat het maar zeer traag met zware wapens over de brug komt, de volumes die Duitsland al wel leverde liegen er niet om. Dinsdag maakte het ministerie van Defensie openbaar wat tot nu toe de Oekraïense strijdkrachten bereikte: onder meer 16 miljoen stuks munitie, 100.000 handgraten en 15.000 mijnen.