Een van de compleetst bewaard gebleven Romeinse tempels in Noordwest-Europa gevonden bij het Gelderse Herwen

Archeologie Bij Herwen, aan de Rijn, bij de Duitse grens, is een grote Romeinse tempel gevonden. Rondom de restanten van het gebouw troffen archeologen 30.000 voorwerpen aan. „We kunnen hier voor het eerst het hele leven in en rond een Romeinse tempel reconstrueren.”

Opgraving van een waterput die deel uitmaakt van de Romeinse tempel bij Herwen.
Opgraving van een waterput die deel uitmaakt van de Romeinse tempel bij Herwen. Foto RAAP

Uit de broekzak van Eric Norde steekt een troffel. Dat is een teken dat de Romeinenspecialist van archeologisch bedrijf RAAP bij Herwen in de gemeente Zevenaar bezig is met een bijzondere opgraving. Normaal werken Nederlandse archeologen vooral met een schep. Nu vraagt het blootleggen van een van de compleetst bewaard gebleven Romeinse heiligdommen in Noordwest-Europa om extra voorzichtig en secuur werk, zegt Norde. „We kunnen hier voor het eerst het hele leven in en rond een Romeinse tempel reconstrueren. We hebben niet alleen die tempel, die hier tussen de eerste en vierde eeuw stond, maar ook goed bewaard gebleven wijaltaren met inscripties, stenen beelden en offerkuilen. In totaal meer dan 30.000 vondsten.”

Het is vrijdagochtend, ruim een week voordat op 20 juni de bijzondere vondst op een kantoor van RAAP zal worden gepresenteerd. Tegen tien uur is Norde met een twaalftal andere archeologen al bijna drie uur aan het werk op een uitgestrekt terrein van twintig hectare bij Herwen. Niet te zien, maar wel nabij zijn de Oude Waal en de Rijn. Rondom geven hoge hopen grond aan waar een grondbedrijf klei wint. Op het terrein zijn twee mannen en een vrouw bezig om vondsten te wassen. Naast hun werkplek is een grote plas, waaruit luid het gekwaak van kikkers klinkt.

Zuilengalerij

Onder zwart zeil liggen de resten van de tempel. Hier en daar steekt een groot blok van tufsteen uit. Aan de hand van grondsporen en de bewaard gebleven blokken steen hebben de archeologen de plattegrond kunnen reconstrueren, vertelt Norde. „Het was een typische Gallo-Romeinse tempel. De grootte was gemiddeld of iets groter: 22 bij 22 meter.”

Nordes woorden laten de graafmachine en de archeologen in hun oranje en gele hesjes even verdwijnen, in gedachten zien we een tien tot vijftien meter hoge tempel, die met zijn zadeldak al van verre in het vlakke landschap is te zien. Rondom de cella, de ruimte waarin het godenbeeld staat, is een zuilengalerij.

Fragment van een kop, gevonden bij Herwen.

Foto RAAP

„De tempel was gewijd aan Hercules Magusanus”, gaat Norde verder. „Dat weten we zeker, omdat we een inscriptie hebben die vertelt dat de tempel aan deze godheid was gewijd.” De god was van oorsprong een van de belangrijkste Bataafse goden. De geromaniseerde Bataven leefden in dit gebied en elders en ze maakten deel uit van de hulptroepen van het Romeinse leger. De Bataven associeerden Magusanus met de Romeinse halfgod Hercules. Ook elders in het Romeinse rijk, met name in het Duitse Rijngebied, werd Hercules Magusanus vereerd. De verering gebeurde vooral in en bij het Romeinse leger. „We hebben dan ook veel militaria gevonden, zoals paardentuig, punten van speren, lansen en pijlen, en delen van harnassen.”

De tempel bij Herwen is niet de eerste Romeinse tempel die in Nederland wordt ontdekt. Eerder zijn al resten van tempels gevonden bij onder meer Nijmegen, Kessel en Empel. Onder de Grote Kerk van Elst ligt een complete plattegrond. „Maar daar hebben we niet het hele omliggende terrein kunnen opgraven,” vertelt Ton Derks, universitair hoofddocent Romeinse archeologie aan de Vrije Universiteit een paar dagen later aan de telefoon.

Militaria

Derks hoort bij een groep deskundigen die vanaf het begin advies hebben gegeven. „Dit is een van de zeer weinige Gallo-Romeinse tempels in de militaire zone van de Limes, de noordelijke grens van het Romeinse rijk. In Engeland ken ik alleen het voorbeeld uit Vindolanda, waar in 2002 een tempel is ontdekt; in Duitsland is een voorbeeld bekend bij Kalkar. Alle andere heiligdommen met Gallo-Romeinse tempels liggen in het achterland van de grensstreek op enige afstand van de forten aan de grens.”

Het heiligdom bij Herwen lag in de buurt van het Romeinse castellum Carvium. Het fort wordt genoemd op een grafsteen, die in 1938 is ontdekt bij het uitbaggeren van de nabijgelegen recreatieplas De Bijland. Op grond van militaria en andere vondsten die toen ook zijn gevonden gaat men er van uit dat het fort ook op die plek lag.

Achteraf gezien hadden de archeologen, als ze meer belangstelling voor en kennis van etymologie hadden gehad, al eerder kunnen weten dat in de buurt van het fort ook een heiligdom lag. Carvium, zo vertelt historisch-taalwetenschapper Peter Alexander Kerkhof van de Fryske Akademy, wordt door naamkundigen in verband gebracht met het (gereconstrueerde) Germaanse woord *Harh-wiha, wat zoveel betekent als ‘tempel’ of ‘gewijd heiligdom’. Het Germaanse woord bestond al in de Romeinse tijd en is later geëvolueerd tot de huidige plaatsnaam Herwen.

Aan de hand van de vele gevonden inscripties in het heiligdom is te achterhalen welke legeronderdelen in de buurt aanwezig zijn geweest en ter plekke kwamen offeren. „Vroeger waren we al blij als we ergens een fragment van een inscriptie met een of twee letters vonden”, vertelt Norde. „Hier zijn we bij wijze van spreken al teleurgesteld als we maar een halve tekst hebben, want we hebben zeker acht vrijwel complete teksten gevonden.” Daaruit valt af te leiden dat onder meer de Cohors II civium Romanorum, het Tweede Cohort van Romeinse Burgers, bij Herwen is geweest. Hetzelfde cohort was ook betrokken bij de bouw van het grote legerkamp, dat vorig jaar bij Valkenburg in Zuid-Holland is ontdekt en opgegraven.

Cohors II civium Romanorum

„Wij kennen dat cohort ook van inscripties uit Duitsland”, reageert Steve Bödecker van het LVR-Amt für Bodendenkmalpflege in Rheinland gevraagd naar de internationale betekenis van de vondst bij Herwen. „Maar bij ons in het Rijnland is het al een eeuw geleden dat we inscripties hebben gevonden.” Zelf heeft hij in 2000 op de Kalkarberg een heiligdom van de inheemse legergodin Vagdavercustis opgegraven. Als Limes-expert heeft hij ook al twee keer de opgraving bij Herwen bezocht. „Elders in Europa zijn al eerder enkele goed bewaard gebleven Romeinse heiligdommen opgegraven, bijvoorbeeld bij Osterburken in Baden-Württemberg en Maryport in Engeland bij de Muur van Hadrianus. Maar de vindplaats bij Zevenaar is extra bijzonder, omdat op deze plek niet alleen Hercules Magusanus is vereerd. Er zijn ook wijaltaren voor andere goden gevonden.”

Munt gevonden bij de tempel in Herwen.

Foto RAAP

Norde toont op zijn smartphone een foto van zo’n wijaltaar. De inscriptie meldt dat een tribuun van de Cohors II civium Romanorum zijn gelofte aan Mercurius heeft ingelost. „Een andere inscriptie, uit de tweede of derde eeuw, vertelt dat een militair uit Cremona in Noord-Italië aan de Egyptische god Serapis heeft gewijd. Weer een andere spreekt van een wijding aan de Matronae Iunones, een Keltische cultus van beschermgodinnen die oorspronkelijk uit Noord-Italië kwam.”

Het onderzoek staat nog maar aan het begin, benadrukt Norde. De komende jaren zal pas bij de uitwerking van alle vondsten echt duidelijk worden wat de betekenis van het heiligdom was en hoe het functioneerde. Daarbij krijgt Norde hulp van ongeveer vijftien specialisten. „Bij de meeste opgravingen wordt een offerkuil leeg gelepeld, om vervolgens alleen te kijken naar wat er in zit en hoe oud dat is. Hier zullen twee onderzoekers, onder wie iemand uit Bazel, de kuilen en hun inhoud laagje voor laagje microscopisch onderzoeken, zodat precies kan worden vastgesteld welke rituelen werden uitgevoerd en hoe ze werden uitgevoerd.” Andere specialisten buigen zich over de inscripties; juist ook de inscripties die niet meteen goed leesbaar zijn. „Daarvoor gebruiken ze een speciale laserscan.” Een andere deskundige gaat al het pleisterwerk onderzoeken. „Pleisterwerk vinden we in Nederland zelden terug, en dan meestal in zeer fragmentarische staat. Dat is hier heel anders. De meeste fragmenten hebben alleen een of twee kleuren, zoals rood of groen, maar er zijn ook enkele fragmenten met ornamenten bewaard gebleven.”

Hij wijst op een lage witte tent op een twintigtal meters van de tempel. Binnen is een van de archeologen bezig met het voorzichtig blootleggen van een kleine gebouwtje dat waarschijnlijk gelijktijdig met de grote hoofdtempel heeft bestaan. Twee banen met wit pleisterwerk dat nog een paar centimeter overeind staat markeren wat eens een deel van een muur was. „Waarschijnlijk was dit een vakwerkgebouw. Het hout is vergaan, maar het pleisterwerk aan de binnen- en buitenkant is bewaard gebleven.” Pal naast de tempel hebben ze vergelijkbaar pleisterwerk gevonden. „Mogelijk een derde gebouw.”

Perkamentrolhouder

Aan de oostkant van de tempel herinnert een groot gat aan nóg een bijzondere vondst. Norde haalt weer zijn smartphone tevoorschijn en toont een soort 3D- reconstructie: „Hier lag een ronde put, met een trapje dat was gemaakt van hergebruikte wijstenen. We weten nog niet wat het was. In een heiligdom ga je al snel denken aan een ritueel bad.”

Tot slot haalt hij uit een emmertje nog twee fragmenten van beelden. Het ene toont een gedetailleerd weergegeven hand die een knop vasthoudt, het andere fragment is een verkleinde weergave in tufsteen van een perkamentrolhouder. Het is samen met een tientallen centimeters groot torso dat hij op zijn telefoon toont het topje van de ijsberg. „Een archeoloog uit Nijmegen verklaarde dat wij meer beeldhouwwerk hebben gevonden dan honderdvijftig jaar graven in Nijmegen heeft opgeleverd.” Bij de uitwerking van het onderzoek zal worden geprobeerd om te bepalen waar de beelden vroeger in het heiligdom hebben gestaan.

Het loopt tegen één uur. „Er is patat!”, wordt er geroepen. Op vrijdag is eten uit de snackbar vaste prik. Ook archeologen hebben zo hun rituelen.