De bedrijven van Quote 500-families die het boerenprotest aanwakkeren

Haagse Invloeden Deze week: agrobedrijven van vermogende families die meedelen in rijkssubsidies en het boerenprotest voeden. Ofwel: politieke moed versus minipolitiek, particulier eigenbelang versus nationaal natuurbelang.

Den Haag is een wereldje van meelopers en enkelingen met moed. Zo was het deze week ook, al is het contrast niet vaak zo scherp.

Christianne van der Wal, minister van Stikstof (VVD), presenteerde eind vorige week stikstofplannen waarop drie jaar terug al was gezinspeeld. ’s Avonds stonden de trekkers voor haar deur. Daags erna keerde het VVD-congres zich tegen haar. Zondagmorgen bleef ze haar plannen verdedigen bij WNL.

Boeren boos, eigen partij boos, collega’s met bleke gezichtjes – en toch doorzetten.

Maar het bleef Den Haag: twee dagen later waren alsnog voldoende meelopers op de been. Na de tegenstem van VVD-leden begon de CDA-fractie te wieberen. De CU miste elementen in de plannen.

Bij D66 dachten ze dat het verzet weinig voorstelde – niet één coalitiefractie betwistte de doelstellingen – maar je kon ook denken: als drie coalitiepartijen de boze boeren al na vier dagen tegemoet komen, weet niemand hoe het over vier maanden zal zijn.

Helemaal nu de VVD trekken vertoont die we eerder bij PvdA en CDA zagen: verminderde populariteit van de premier, opstandigheid in de partij.

Het maakt het stikstofdossier een bepalend vraagstuk van deze tijd: politieke hoogspanning, nieuwe ordening van de openbare ruimte, en – het wordt vaak vergeten – een confrontatie tussen particulier grootkapitaal en de overheid.

Want hier spelen niet alleen belangen van boeren en hun trekkers, maar ook van relatief onbekende Quote 500-bedrijven die bereid zijn, gesteund door sommige Kamerleden, het gevecht tegen dreigend omzetverlies aan te gaan.

En er overigens nooit moeite mee hadden bij diezelfde overheid subsidie op te halen.

Minister Henk Staghouwer (Landbouw, CU) was nog geen drie maanden in functie of hij had, op 25 maart, een onderhoud met Jan Anker. Jan Anker is de baas van Royal A-ware, een zuivelgigant (omzet vorig jaar 2,2 miljard euro, winst 51 miljoen) met tientallen dochterbedrijven in kaassoorten, room, yoghurt, etc.

Het eigen vermogen van Royal A-ware stond in 2020 op 120 miljoen euro, waarmee Jan Anker de Quote 500 haalde.

Met twee andere landbouwreuzen annex familiebedrijven is A-ware ook actief in het stikstofdebat: zacht op de Haagse relaties, hard op de inhoud. Het zijn de veevoedergigant Royal De Heus (omzet in 2020: 3,2 miljard, winst 125 miljoen), waarvan de eigenaar, de familie De Heus, volgens Quote de vijfde rijkste familie van het land is, met een eigen vermogen van 1,4 miljard euro. En de VanDrie Group (2020: omzet 2,3 miljard; winst 75 miljoen), een wereldspeler in mestkalveren. Het eigen vermogen van de familie Van Drie wordt geschat op 1,2 miljard euro.

Voor deze agrogiganten betekent een kleinere veestapel vrijwel zeker krimp van de omzet. De Heus zou minder veevoeder verkopen. Van Drie zou minder mestkalveren slachten. Voor zuivelgigant Royal A-ware speelt ook nog dat het bedrijf vrij recent zijn productiecapaciteit uitbreidde (met anderhalf miljard liter melk, in Heerenveen) en zijn afhankelijkheid van melkveehouders vergrootte: bedrijf zoekt boeren.

Zo hebben deze drie ieder voldoende motivatie om het stikstofbeleid te bestrijden. Particulier eigenbelang versus nationaal natuurbelang.

Hun PR is soms verfijnd, soms confronterend. Mensen moeten ervan doordrongen worden dat ze zonder landbouw geen voedsel meer hebben. Een oud ideetje van een nu bekend politicus. In 2017 organiseerde het bedrijfsblad Vooruit van De Heus een gesprek over het imago van de sector, waarin Caroline van der Plas (toen van de varkenshouderbond NVV) de aanpak lanceerde: „Wij maken uw voedsel.”

Ook willen de drie het imago van de boer verzachten. Dit voorjaar zond RTL4 de reeks Wie de boer niet kent uit, waarin BN’ers „ontdekken” dat „boeren, dieren en duurzaamheid” samengaan. De reeks werd gesponsord door A-ware, De Heus en VanDrie. Actiegroep Agractie, die het boerenprotest van volgende week organiseert, reageerde enthousiast.

Maar eerder lanceerden de drie ook een andere ambitie: kort nadat het coalitieakkoord met de stikstofplannen uitkwam, werd bekend dat ze de Stichting Agri Facts financieel gaan steunen.

Agri Facts wordt door Haagse opponenten wel deel van ‘De Twijfelbrigade’ genoemd. De stichting deed vlak na de uitbraak van de stikstofcrisis in 2019 van zich spreken met groots gepresenteerd eigen onderzoek, in opdracht van het Mesdag Zuivelfonds, waarin de bijdrage van de landbouw aan de stikstofcrisis achteraf foutief werd voorgesteld. En dit jaar dreigde Agri Facts Tjeerd de Groot (D66) met gerechtelijke stappen na een kritische uitlating over de stichting.

Het is de harde kant van het verzet: stimuleer twijfel, pak critici aan. Jan Anker van A-ware begon najaar 2019 in het FD al over onzekere berekeningen en metingen: ,,Zolang er discussie is over de getallen, normen en wijze van meten (-), moeten we geen bedrijven laten verdwijnen.’’ Vorige week in Boerderij: „Ik heb (-) geen verstand van stikstof en kooldioxide maar de vraag is of het daadwerkelijk allemaal van de koeien komt.”

A-ware, De Heus en VanDrie keerden zich deze week met eigen verklaringen frontaal tegen de stikstofplannen. A-ware noemde uitkoop van boeren „onnodig en onacceptabel”. De Heus, wiens lobbyist eerder bij de VVD-fractie werkte: „Wij steunen de aangekondigde acties.” VanDrie: „Wij staan pal naast de boer!”

Hoe paradoxaal allemaal: in de databank van de topsector Agri & Food van Economische Zaken en in andere databanken kun je talrijke gedeeltelijk gesubsidieerde projecten terugvinden (duurzame zuivelketen, duurzaam vlees, veilig voedsel, optimaal babyvoedsel, tegengaan voedselverspilling etc.) waaraan dezelfde bedrijven de laatste tien jaar met anderen meededen.

Ik mailde ze erover. Alleen veevoeder De Heus reageerde inhoudelijk: deelname aan publiek-private projecten ontneemt een bedrijf niet het recht „voor je belang op te komen”.

VanDrie bleef stil. Terwijl ik verreweg de meeste projecten en regelingen terugvond die gunstig voor dit bedrijf zijn. Zo werd het bedrijf in 2014 wegens haar ,,belangrijke rol in de kalfsvleessector’’ uitgenodigd voor een gesprek met toenmalig staatssecretaris Sharon Dijksma (Landbouw) nadat de Europese slachtpremie voor mestkalveren was afgeschaft. Ter compensatie zegde Dijksma de sector een duurzaamheidssubsidie van 60 miljoen euro in zes jaar toe, schreef ze de Kamer, en volgens betrokkenen was duidelijk dat vooral VanDrie profiteerde.

En toen LTO eind 2021 meldde dat 30 miljoen hiervan niet is uitgekeerd, wat het ministerie bestrijdt, zag je een ander aspect van de nieuwe landbouw: Caroline van der Plas (BBB) stelde Kamervragen.

En de vraag is nu: moet de politiek zich laten leiden door dit complex van megabedrijven en landbouwvriendelijke politici?

Voor iedereen, zeker coalitiepartijen, zou het een bijzondere uitkomst van de nieuwe bestuurscultuur zijn. Dan vertonen coalitiepartijen exact het onberekenbare gedrag waardoor eerder gelaakte gewoontes als strakke regeerakkoorden, coalitieoverleg en sensibilisering van Kamerleden ontstonden.

Intussen staat het bestel zwakker dan ooit. Als de VVD instort – niet langer ondenkbaar – is de vorming van een nieuw kabinet gezien de versplintering niet vanzelfsprekend meer. Ook dat staat op het spel.

Zo plaatst het stikstofbeleid Den Haag voor elementaire keuzes. Tussen algemeen belang en dat van megavermogens. Tussen moed en minipolitiek. Tussen regeerbaarheid en iets dat gevaarlijk veel op de grote kladderadatsch begint te lijken.