Opinie

Blessureleed

Marijn de Vries

Blessureleed. Zo’n woord waar ik eindeloos op kan kauwen. Leed is oorlog. Leed is armoede. Leed is ernstig ziek. Maar een blessure – moet je daar zo’n zwaar woord aan hangen? Is dat, door de bank genomen en op de schaal van alles op de wereld, eigenlijk wel leed?

Deze week zat ik dat woord voor de zoveelste keer te vermalen. Voetbalsters Lieke Martens en Daniëlle van de Donk zijn na „maanden van blessureleed” op tijd fit voor het EK, dat op 6 juli begint. Een paar maanden rust is toch wat de meeste mensen bij een blessure denken. Dat is immers wat de huisarts doorgaans zegt: „Neem rust, en wacht maar even af.” Een paar maanden niet trainen. Vakantie wel, misschien. Klinkt lang niet gek. En al helemaal niet als leed.

In november scheurde bij Daniëlle van de Donk een pees in haar enkel los van het bot. Ze werd geopereerd, en besloot te gaan vloggen over haar revalidatie. Haar blessure komt niet veel voor in het voetbal. Er waren geen voorbeelden van herstelschema’s, er was geen houvast hoe ze weer wedstrijdfit kon worden. En zeker niet hoe snel. De enige zekerheid die ze had, was dat ze 221 dagen tijd had tot de start van het EK.

We zien haar in haar YouTube-vlogs op het vloerkleed in haar ouderlijk huis in Brabant. De topspeelster van Olympique Lyon laat zich in de eerste weken na de operatie thuis verzorgen. Haar vader zit onder een dekentje op de bank. Het schijnsel van de tv flakkert blauw in zijn gezicht. Op de voorgrond ligt Daniëlle, op haar zij. Knie omhoog, knie naar beneden. Knie omhoog, knie naar beneden.

Even later zien we haar in de badkamer. Op haar rug op de badmat, haar ene voet op de rand van het bad, het andere been gestrekt. Ze duwt haar heupen omhoog, en naar beneden. Omhoog, en naar beneden. Dit zijn de oefeningen die ze doet. Wekenlang.

Haar vader rijdt haar overal naartoe. Net als vroeger. Toen ze eerst voor SV Valkenswaard voetbalde, en daarna voor UNA. „Eigenlijk doen we niks met meisjes”, zeiden ze daar. „Maar we zouden wel gek zijn haar weg te sturen, want ze is goed genoeg.” In hun gesprekjes in de auto broeit het onderhuids. „Jij denkt altijd bang”, zegt Daniëlle wrevelig tegen haar vader. „Dat is niet mijn mindset.” „Je bent voor een ander altijd banger dan voor jezelf, hè”, antwoordt haar vader zacht. Het is de wrevel van onuitgesproken trots en liefde. De wrevel van weten dat hardop zeggen dat je mindset altijd positief is, het niet de waarheid maakt.

De tijd gaat zo traag als je een blessure hebt. En tegelijkertijd zo snel voorbij. Het is nog kort, zo kort, tot het EK. Ze wil zo graag. Liefst zou Daniëlle erin vliegen, als in een wedstrijd. Aanvallen. Verder. Naar voren. Maar haar herstel is grillig. Met stappen naar voren, en stappen terug. Niet de pijn, niet de vervelende oefeningen, zelfs niet het gemis van het spel met de bal zelf, maar die ongrijpbaarheid is de grootste mindfuck.

Maanden gevuld met niets dan onzekerheid. Dat is geen honger, geen ziekte en geen oorlog. Maar het is wel leed. Leed is geen wedstrijd zeggen ze – maar Daniëlles grootste leed is misschien wel dat herstellen van haar blessure geen wedstrijd is.

Marijn de Vries is oud-profwielrenner en journalist.