Recensie

Recensie Theater

Op Oerol doet het publiek een moordonderzoek

Theaterfestival Op theaterfestival Oerol praten de theaterbezoekers over theater. Wat is er mooi en waarom? Is ‘Rijgen’ de festivalhit? Je moet naar ‘Ik zeg toch sorry’ van Theatergroep Aluin/ Raymi Sambo Maakt.

Bezoekers op weg naar een voorstelling van het Oerol festival.
Bezoekers op weg naar een voorstelling van het Oerol festival. Foto Siese Veenstra/ ANP

Bij elke voorstelling op Oerol vormen zich voor aanvang vanzelf keurige rijen, voor de entree in het bos of een schuur op Terschelling. En nergens wordt er zo veel over theater gesproken als in de rij. „Heb je nog wat moois gezien?” „Exit, prachtig.” „Grace, geweldig.” „Rijgen, hilarisch, dé festivalhit.” „Hoezo, waarom?” Vergeet de talkshows, in de rij ontstaat het gesprek vanzelf.

Uiteraard worden er ook nuttige wenken uitgewisseld om de het theaterbezoek in de brandende zon en de snijdende kou in avond te doorstaan. „Ik zag een man met een ijsmuts, goed idee.” „Een regenbroek: staat debiel, maar daar kunnen de muggen niet doorheen prikken.” Wachten is een pretje op Oerol.

Kiezen is niet eenvoudig op dit grote locatietheaterfestival, gezien de meer dan vijftig voorstellingen, met veel bekende namen, maar nog meer onbekend talent. Een stevige aanbeveling verdient Ik zeg toch sorry van Theatergroep Aluin/ Raymi Sambo Maakt.

Drie mannen en drie vrouwen spelen de viering van de afschaffing van de slavernij na, op 1 juli 1863, in Suriname. Gaandeweg laten de acteurs steeds meer van zichzelf zien, achter de schermen, waarbij de drie witte tegenover de drie zwarte acteurs komen te staan. Dat levert spannende, schurende confrontaties op, soms bitter, soms geestig.

Voor menigeen gaat het inmiddels om bekende posities en perspectieven in het maatschappelijk debat, maar de acteurs brengen ze indringend tot leven. De witte acteur: „Ik geloof in een gezamenlijke wereld.” De zwarte actrice: „Zo gezamenlijk is die wereld niet.” „Witte mensen houden niet van problemen”, zegt de zwarte acteur, „en daarom nemen ze de problemen niet serieus.” Hoe hij een racist kan spelen, vraagt de zwarte actrice aan de witte acteur. Het is een rol, zegt hij. Dat antwoord is te makkelijk, vindt zij. „Ik neem altijd mezelf mee op het toneel.”

Lees ook: In de duinen van Oerol gaan mensen en aliens een relatie aan

Thorbecke

De discussies tussen de acteurs vormen een ideale bedding voor de historische delen, met onder meer een voor Nederland typerend optreden van liberaal en premier Thorbecke, die particulier bezit wil beschermen, al bestaat het bezit uit mensen: „Dit gaat ons geld kosten!” Het mooist zijn de twee monologen van vrijgekomen zwarte vrouwen, gespeeld door Urmie Plein en Rochelle Deekman. Plein geeft ook de toeschouwer een dubbele rol, historisch en hedendaags: „Waarom is het publiek altijd wit? Ik zou ook wel eens willen wegvallen tegen de omgeving. Niet opvallen.”

De slavernij is een terugkerend onderwerp op Oerol, zoals in het daverende Grace van Rast en het speelse Oroonoko van Orkater. Waarbij steeds wordt verwezen naar door moord en criminaliteit verkregen rijkdom in Nederland. Dat gegeven vormt het hart van Pianostemmen van Tg Goed Gezelschap. In een decor van piano’s in het bos vertolken vier pianisten de stem van hun piano’s – zoals Herman Franke ooit een roman vertelde vanuit het gezichtspunt van een standbeeld (De verbeelding, 1998).

Dit uitdagend concept wordt knap uitgevoerd. De piano’s merken dat ze staan te verstoffen. Zo komt het verhaal op gang van hun pianohandelaar Kromm, die veel van zijn piano’s verkreeg via een malafide handelaar die joodse huizen leegroofde in de oorlog. Tegen Kromm: „Die mensen komen niet terug. Daar zou ik me geen zorgen over maken.”

De voorstelling Kaapdiegoeiekoop op de eerste dag van het Oerol festival. Foto Siese Veenstra/ ANP

Tennisbaan

Pianostemmen is een fraai, afgerond verhaal. In Klap zet muziektheatergroep BOT zich af tegen onze hang naar verhalen en hun onrealistische samenhang: „Wie wil verhaaltjes, waar-ie alles wat-ie niet snapt, in kan stoppen, totdat alles weer gaat kloppen.” Het is een van de fijne liedjes in het feestelijke Klap, dat is opgebouwd als enerverende kijkdoos. De speelvloer in een schuur wordt overlopen door hun zelfgeknutselde ritmeboxen van schoenen, pollepels of de kop van een etalagepop. De vier muzikanten spelen er tegendraadse muziekjes op piano en blaasinstrumenten bij, met Spinvis-achtige, poëtische teksten („De dag duurt zolang als het kan”).

De taal wordt verder uitgebeend in TAL. Variaties op bal van collectief BOG. Twee jaar geleden vergeefs gemaakt voor Het Holland Festival, maar nu, alsof het geen verschil maakt, te zien op Oerol. Het speelveld is een hobbelige tennisbaan: gecreëerd met uitgerolde gravelkleurige matten in een duinpan.

Het kwartet van BOG is aangevuld tot een tiental en die veelstemmigheid verrijkt en verdiept dit abstracte klankdicht. Vanaf het minutenlang herhalen van de woorden „Dit is”, kijkend naar een eenzame tennisbal op het veld, tot aan het slot, een almaar repeterend „Ik wil iets zeggen”, vormt TAL een geestige, absurde en muzikale exercitie over de mogelijkheden en onmogelijkheden en zelfs overbodigheid van taal.

Bij de voorstelling #StayOut krijgen bezoekers een doorzichtige plastic kom op het hoofd. Foto Oerol

Astronautjes

Een gezichtsbepalend onderdeel van Oerol is het ervaringstheater, waarbij de toeschouwer wordt meegenomen op een wandeling, opdat natuur en kunst samenvallen. In #StayOut van het Duitse Plastique Fantastique krijgen bezoekers een doorzichtige plastic kom op het hoofd, „voor veilige, goede lucht”. Waarna de groep instant-astronautjes wordt gevoerd langs performances in het bos. Inzet is steeds de strijd om lucht. Dat ondergaat de bezoeker aan den lijve, want de kom is ondanks luchtgaten zweterig en verstikkend.

Minder fysiek, maar wel prettig ontregelend en ongemakkelijk is het moordspel in De Wouden van Kees Roorda/ The Glasshouse. Eerst vertelt een agent over een onopgeloste moordzaak, waarna hij de kleine groep bezoekers op onderzoek uitstuurt. Op de route staan de verdachten, elk met hun versie van de waarheid, die ze eenieder recht in zijn gezicht zeggen. Na een verrassende wending aan het einde ligt de conclusie bij de bezoeker. Die heeft iets om over na te praten in de rij.