Recensie

Recensie Boeken

Een boek vol jongensachtige branie en verwondering

Helden Tomeloos en aanstekelijk schrijft Roel Bentz van den Berg over schrijvers en muzikanten en over de gebeurtenissen die ervaringen worden. In zijn helden schuilt de muziek.

Foto Richard Newstead/Getty Images

De muziek is nooit ver weg bij Roel Bentz van den Berg, jarenlang maker van radioprogramma’s en documentaires voor de VPRO. Wanneer hij beschrijft hoe hij als kind zijn vader hoort praten, de acteur Han Bentz van den Berg, schuilt in dat spreken toch omfloerst geroffel. Het is het ritme van die stem waarbij de kleine Roel zichzelf in slaap wiegt, op weg naar nieuwe dromen.

Dat jongetje uit het openingsverhaal ‘Eerste stem’, waarin hij herinneringen ophaalt aan hoe zijn vader Onder het Melkwoud van Dylan Thomas speelde, in een wonderlijke vertaling van de toen 27-jarige Hugo Claus, dat jongetje is nooit ver weg in de verhalen en essays in De straatwaarde van de ziel. Uiteraard, het kind is een flinke man geworden, hij heeft Friedrich Nietzsche, Saul Bellow, Jorge Luis Borges en Walt Whitman achter de kiezen, net als Bob Dylan, Neil Young, Thelonious Monk en The Ramones, maar de jongensachtige branie en verwondering is gebleven.

Lees ook: De nieuwe Bob Dylan is een traag, woordrijk en verslavend meesterwerk

Bentz van den Berg doet in dit boek wat Bob Dylan deed toen hij op tournee door Canada de jongenskamer van Neil Young bezocht, want ‘I wanted to see what Neil saw’. Hij is op zoek naar de drijfveren en inspiratiebronnen van zijn helden, en wil zo de grote verhalen die ons tijdsgewricht bepalen doorgeven. Dat doet hij met liefde, mateloos, zowel in taal als gevoel. Hij zoekt gebeurtenissen op die ervaringen worden, en beschrijft ze liederlijk, soms net iets te barok, maar altijd aanstekelijk, vol levenslust. Hij weet dat hij in zijn enthousiasme soms iets te breedvoerig is, want naast ‘ziel’ of ‘soul’ is het meest voorkomende woord in deze bundel misschien wel ‘kortom’, waarna een puntige samenvatting volgt van het voorgaande.

Dylan en Nietzsche

Dylan en Nietzsche worden het vaakst genoemd. Dylan omdat hij in zijn songs (niet in zijn boeken!) de woorden zo laat resoneren dat ze momenten worden, geloftes, toverformules. Dat iemand de ondoorgrondelijke wegen van zijn binnenwereld op zo’n indringende manier onderzoekt en vormgeeft dat ze een nieuw perspectief bieden op de buitenwereld, is voor Bentz van den Berg buitengewoon én visionair. Dat hij er ook nog onderdrukte maatschappelijke krachten mee wakker maakt, maakt Dylan voor de schrijver helemaal tot een subversieve inspiratiebron.

Over Nietzsche en diens waanzinnige omhelzing met een paard schreef Bentz van den Berg zijn afstudeerscriptie, over de kracht van verbeelding en de omwenteling van het bewustzijn, de zoektocht naar het spirituele. Het heeft hem nooit meer losgelaten. Ook al omdat de slotzin van zijn scriptie, ‘wat volgde, is geen dans meer’, door zijn begeleider werd gepareerd met ‘Of daar begint hij pas…’ Zo’n tegenspraak biedt een leven lang munitie om op zoek te gaan.

Die ‘soul’

Samen vormen de verhalen een spannende zoektocht naar wat dat nu toch is, die ‘soul’, dat ongrijpbare woord dat hij als 14-jarige voor het eerst zag op een LP in de platencollectie van een tante. Hij komt zelfs tot een definitie, soul is ‘het actief vermogen om zonder poespas door te kunnen dringen en inzicht te krijgen in die krachten die achter de schermen ons leven bepalen.’ Maar interessanter dan de definitie op zich is de weg die Bentz van den Berg aflegt om tot die definitie te komen. Of beter: wegen. Want ook hier is overdaad troef. ‘Voed je honger, stil hem niet’, beëindigt hij een stuk over, jawel, kookprogramma’s en -boeken.

Die wegen bestaan zowel uit de ‘hoge’ als ‘lage’ kunst en cultuur, en Bentz van den Berg knoopt ze moeiteloos aan elkaar, zoals ook wijlen Joost Zwagerman dat zonder omkijken deed. In één hinkstapsprong brengt een gedachte ons van David Bowie via J.J Slauerhoff terug naar Lemmy van Motörhead, maar alle drie brengen ze verlossing.

Hoewel de muziek dominant is, is de filosofie nooit ver weg. Want de verhalen mogen dan soms lezen als bebop-improvisaties of dromerige, Springsteen-achtige roadsongs, Bentz van den Berg is een man van het woord, en hij treurt om de innige band met het woord die verloren is gegaan. Hij doet er alles aan om die band te herstellen, want het woord is de verbindende kracht, de manier om de verhalen die er toe doen door te geven. In het juiste ritme, welteverstaan, want de man van het woord is net als Dylan toch ook een ‘Song & Dance Man’.

Het verlangen naar nieuwe horizonten brengt Bentz van den Berg steeds op nieuwe plaatsen, hij gooit de mentale handboeien af, gaat via zijn muzikale en literaire gidsen op zoek naar zichzelf. Zo leest De straatwaarde van de ziel als een versluierd zelfportret, een bundel die samenvat waar het in het leven volgens Bentz van den Berg om gaat. Het is een autobiografie van zijn denken, soms melancholisch, vaak met een vleugje humor, en ondanks de thema’s nooit te zwaar op de hand.