Opinie

Deze tijd is te link voor identiteitsbehoud op links

Hubert Smeets

Na de invoering van het algemeen kiesrecht 103 jaar geleden heeft progressief-links slechts 23 jaar een premier geleverd en de laatste twee decennia zelfs dat niet meer. Ter vergelijking: in Groot-Brittannië regeerde Labour afgelopen eeuw ongeveer 37 jaar.

Dit gebrek aan relevantie kon PvdA en GroenLinks lang niet vermurwen om meer te doen aan de zogeheten ‘eenheid van links’ dan wat lippendienst. Pas nu beide partijen zich moeten behelpen met het geringste aantal zetels sinds 1919 is het in die kring gaan dagen. Ruim driekwart van de leden van PvdA en GroenLinks heeft afgelopen weekeinde daarom gekozen voor structurelere samenwerking.

Hoewel die meerderheden verrassend groot waren, zal het niet vanzelf gaan. Bij GroenLinks klinken nog steeds de bekende echo’s van het radicale sektarisme uit de jaren zeventig. Een groep rond voormalig hoofdstedelijk fractievoorzitter Femke Roosma en andere lokale volksvertegenwoordigers wil de sociaal-democraten op afstand houden omdat die zich niet richten „op systeemverandering, maar binnen het oude systeem” blijven werken. Bij de PvdA komt het verzet, curieus genoeg, juist uit de hoek van ex-leiders die altijd een gezonde Wille zur Macht hadden maar nu ineens last lijken te hebben van boekhoudersangst. Volgens oud-partijleider Ad Melkert zou de PvdA met GroenLinks haar geloof in (groene) economische groei moeten opgeven en dus de middenklasse verliezen. Onder het hemeltergende cliché ‘Eenheid in verscheidenheid’ betoogde Melkert dat de PvdA in haar eentje de „kiezers die de moed verloren hebben of die door de anti-retoriek van de populisten zijn aangetrokken” beter kan heroveren. De oud-partijvoorzitters Ruud Vreeman en Hans Spekman waarschuwden vooral voor haast. „Gaan we onze positie versterken met een fusie? Wie wordt de nieuwe leider van de combinatie? Wat is eigenlijk het inhoudelijke programma? Wie betrekken we bij het fusieproces?”, vroegen ze zich af, opzichtig negerend dat het eerdere fusie-ideaal van een Progressieve Volkspartij een halve eeuw geleden juist mét een programma (Keerpunt 72) en een leider (Joop den Uyl) sneefde.

Twijfels zijn zeker gerechtvaardigd. Woke klassenstrijd bestaat niet en een ‘meet up’ is geen barricade. Maar de sceptici missen wel de ernst van deze tijd. Ideeënrijkdom is belangrijk, maar machtsvorming is urgenter.

Talrijke ontwikkelingen wijzen erop dat Nederland aan de vooravond van een brede crisis staat. Of het nu gaat om het honoreren van de Europese ambities van Oekraïne contra onze energiebanden met het russofascistische Kremlin, om het klimaatbeleid in relatie tot boeren- en luchtvaartindustrie, om hypothecaire privileges vis à vis de woningnood, om een meritocratie die is uitgemond in een standenmaatschappij versus het emancipatoire verheffingsideaal, of om de verhouding tussen staat en burgers in pandemische tijden: in alle gevallen zijn effectieve politieke coalities steeds verder te zoeken.

Een van de oorzaken is dat de VVD aan het eind van haar machtscyclus lijkt, zoals eerder in 1994 gebeurde met het CDA en in 2002 met de PvdA. De VVD kan daarom wegvallen als hoeksteen in het bestuurlijke bestel. De consequenties kunnen groot worden. Want anders dan in 1994, toen Paars in het vacuüm dook, en 2002, toen CDA en VVD samen groot genoeg waren om het nieuwe populisme enigszins te kanaliseren, staat er geen beproefd alternatief in de coulissen. Afgaande op de Peilingwijzer is met minder dan zeven (7) partijen geen regeringsmeerderheid te smeden.

Een politieke meltdown is kansrijker dan ooit in de vaderlandse geschiedenis. De volgorde eerst kiezen voor identiteitsbehoud en dan pas voor machtsvorming is daarom een luxe die links Nederland zich nu even niet kan veroorloven.

Hubert Smeets is journalist en historicus. Hij schrijft om de week op deze plaats een column.