Verslaafd aan sparen: ‘Je ziet het bedrag in zo’n potje groeien’

Financiële administratie Technologische ontwikkelingen maken het makkelijker om te sparen. Het kan zelfs verslavend werken. „Als je eenmaal de smaak te pakken hebt, wil je niet meer anders.”

Illustratie Getty/bewerking NRC

Stoffige Brabantia-blikken met daarin het huishoudgeld voor de komende week: op was écht op. Het klinkt ouderwets, maar het had zeker zijn voordelen. Zat er in het boodschappenpotje iedere week 50 gulden? Dan kon je makkelijk inschatten of er nog ruimte in het budget was voor die ene fles wijn of een uitgebreid bezoek aan de luxe bakker.

Probeer dat tegenwoordig maar eens te bepalen, wanneer je al je verdiensten op een digitale bankrekening parkeert. De teloorgang van fysiek geld heeft veel voordelen. De digitale variant is bijvoorbeeld veiliger, sneller en hygiënischer (zeker in tijden van pandemie). Maar nu je op veel plekken niet meer cash kunt betalen en de geldautomaten uit het straatbeeld verdwijnen, lopen steeds meer mensen tegen een flink nadeel aan: het verlies van de grip op hun geld. Doordat het via een plastic pasje uit een digitale portemonnee verdwijnt, in plaats van de briefjes en munten die voorheen werden gehanteerd, is het lastiger om te budgetteren en het overzicht te houden.

De mogelijke oplossing: een hedendaagse versie van dat Brabantia–blik. Het kán nog steeds, als je slim gebruikmaakt van virtuele potjes. Want de ontwikkelingen op dat vlak gaan snel.

Maandelijks bedrag

Marketingdeskundige Danielle Navas-Brandt is groot fan van het sparen in dit soort potjes en wil niet meer anders. Samen met haar man is ze er een keer voor gaan zitten. Wat vonden ze belangrijk in hun leven en hoeveel geld hadden ze nodig om dat voor elkaar te krijgen? „We hebben een standaard betaalrekening voor de boodschappen, waar we iedere maand een vast bedrag op storten”, legt Navas-Brandt uit, „maar ons spaargeld is verdeeld over verschillende spaarrekeningen.” Een voor uitjes, zoals restaurantbezoek, maar ook potjes voor kleding en schoenen, onderhoud van het huis, extra aflossen op de hypotheek, vakantie, schoolkosten van de kinderen en een noodpotje. „Voor sommige potjes hebben we een maximum ingesteld: als dat bereikt is, storten we er geen extra euro’s meer in totdat het weer nodig is.”

Iedere twee weken verdeelt Navas-Brandt haar inkomsten over al die potjes. Dat klinkt als een hoop administratie, maar volgens haar valt dit mee. „Als je er een vast moment voor inplant en daar routine in opbouwt, is het zo gebeurd. Wij gebruiken Knab en hun app maakt dit heel gemakkelijk. Het werkt echt verslavend. Je ziet het bedrag in zo’n potje groeien en raakt steeds gemotiveerder om er meer aan toe te voegen, zodat je je spaardoelen haalt. Toen ik nog alleen een algemene spaarrekening had, was het veel gemakkelijker om daar wat van af te snoepen als het even zo uitkwam. Nu doe ik dat liever niet, want dan raak ik verder af van het spaardoel dat daaraan hangt.”

Lees ook: Gebruik wasbaar maandverband en verf je haar zelf: zo bouw je een spaarpotje op

‘Profit first’

Voor het nog altijd groeiende aantal zelfstandig ondernemers is dit extra belangrijk. Waar salaris en loonbelasting vanzelf worden uitgerekend op het loonstrookje van iemand in vaste dienst, moet deze groep zelf bepalen hoeveel geld apart wordt gezet voor zakelijke kosten, salaris en belasting. Staat dit allemaal op één rekening, dan is dat een stuk ingewikkelder. Een veelgehoorde term die slim sparen voor deze groep makkelijker maakt, is profit first. Oftewel: meer zicht op je geld, zodat je precies weet wat er beschikbaar is voor welk doel, en automatisch je winst meenemen in je administratie als directe beloning voor je werk.

Volgens deze methode, die is overgewaaid uit de Verenigde Staten en zich specifiek richt op zelfstandigen en andere ondernemers, komt al het geld binnen op een ontvangstenrekening. Op twee momenten per maand verdeel je het bedrag over verschillende potjes, al zijn er ook mensen die dit automatisch hebben ingesteld. Nadat je 21 procent btw apart hebt gezet wordt het binnengekomen geld verdeeld over verschillende zakelijke spaarrekeningen. Wat op welke rekening wordt gestort verschilt per persoon/omzet, maar kun je indien nodig vooraf bespreken met je boekhouder. Het totaalbedrag dat op de ontvangstenrekening staat, verdeel je dus aan de hand van bepaalde percentages. Bijvoorbeeld: 50 procent salaris, 25 procent kosten, 20 procent belasting en 5 procent winst. Op deze manier zouden hartverzakkingen door onverwachte belastingaangiftes verleden tijd moeten zijn.

Femke Hogema is directeur van Profit First Professionals BV en introduceerde in 2016 dit systeem in Nederland, onder begeleiding van Mike Michalowicz, de Amerikaan die het bedacht. Ze geeft trainingen aan ondernemers om hen te helpen een financieel gezond bedrijf te runnen en schrijft boeken over het onderwerp. In de financiële sector is jarenlang gehamerd op het belang van budgetteren, zegt ze. „Maar dat is niet hoe het menselijk brein werkt. De meeste mensen vinden het saai en ingewikkeld om dit te doen. We denken dat we rationele wezens zijn, maar als het om geld gaat, maken we keuzes gebaseerd op emoties en hebben we onvoldoende door waar het precies blijft.”

Lees ook: Zzp’er heeft geen spaarpotje meer, maar is wél weer aan het werk

Schuldenproblematiek

Hogema stelt dat mensen andere beslissingen nemen als ze weten waar ze voor sparen. Neem bijvoorbeeld de dagelijkse aanschaf van een koffie to go. „Op het totaalbedrag van je salaris is dat prima te doen. Maar heb je een rekening voor ‘leuke dingen’ waarvan je ook je saunabezoek bekostigt en het biertje op vrijdagavond in de kroeg, en staat daar nog maar 20 euro op, dan denk je wel twee keer na over die koffie.”

Volgens Hogema is het sparen in potjes in het algemeen dan ook dé oplossing om financiële ellende en schuldenproblematiek te verminderen. En niet alleen voor zelfstandig ondernemers: „Ook voor mensen in loondienst is het ideaal. Neem een grote kostenpost als je huis iedere vijf jaar laten schilderen. Stort je daar iedere maand een paar tientjes voor in een potje, dan is die pittige rekening een stuk minder pijnlijk én weet je zeker dat je de rekening kunt betalen zodra het nodig is.”

Bovendien maken de technologische ontwikkelingen het nu gemakkelijker, zegt Hogema. Via ‘traditionele’ banken zoals ING en Rabobank is het nog steeds wat omslachtig: je moet vanuit een spaarrekeningpotje het gewenste bedrag overmaken naar de lopende rekening, om daar vanuit te betalen. Maar online banken zoals Bunq en Knab bieden de optie om echte rekeningen met eigen rekeningnummers aan te maken. „Dan kun je bij het betalen meteen bepalen uit welk potje het geld gaat.”

Automatisch sparen

Ali Niknam, topman en oprichter van Bunq, baseerde de werkwijze van de online bank deels op wetenschappelijk onderzoek waaruit blijkt dat mensen meer geneigd zijn te sparen als het ze makkelijker wordt gemaakt. Niknam: „Door je geld te verdelen over spaardoelen ben je trouwer in het sparen, dat is hartstikke duidelijk. Ik zie dat mensen de spaardoelen op twee manieren gebruiken: deels voor grote, terugkerende kostenposten, deels voor losse dingen die ze willen kopen of betalen. Zoals een nieuwe iPhone, waarvoor je het benodigde bedrag iedere maand ziet groeien omdat je er telkens een vast – of een variabel, want dat kan ook – bedrag in stort.” Bunq experimenteert geregeld met nieuwe features, zoals automatisch sparen met digitaal wisselgeld, waarbij transacties naar boven worden afgerond en automatisch gestort op een bepaalde bankrekening. „Het moet zo makkelijk mogelijk, zonder gedoe.”

Ook Knab is een online bank met een vergelijkbare missie om digitaal bankieren en sparen zo eenvoudig mogelijk te maken. Er kunnen zoveel spaarrekeningen als gewenst worden geopend (zonder extra kosten). Maar voor beginnende potjesspaarders, of degenen die het niet zo hebben op een bank die alleen online opereert, zijn er ook interessante mogelijkheden bij reguliere banken. Ook al is het iets omslachtiger bij betalingen van het spaarpotje naar de rekening, het zorgt wél voor een eerlijk beeld van inkomsten en uitgaven. Met het ‘doelsparen’ van ABN Amro kan bijvoorbeeld één spaarpotje per rekening aangemaakt worden en bij ING kunnen maximaal negen spaardoelen aangemaakt worden, onder zelfbedachte namen en eventueel met doelbedragen als extra motivatie. Bij de spaarrekening van Rabobank zijn dit er twintig, inclusief de optie een einddatum in te stellen waarop een bepaald bedrag binnen moet zijn.

Mooi meegenomen voor spaarders is dat het verslavend kan zijn om geld op deze manier te laten groeien. Spaarliefhebber Navas-Brandt: „Het is niet altijd gemakkelijk om vol te houden, zeker niet in het begin, maar als je eenmaal de smaak te pakken hebt, wil je niet meer anders.”