Verdrinking van 15.000 schapen in Soedan belicht misstanden met veeschepen

Veetransport Het is geen verrassing dat in Soedan duizenden schapen verdronken. Al jaren zijn er problemen met het vervoer van levende dieren.

Mannen zoeken op 12 juni naar schapen bij het vergane schip Al Badri 1 in de Soedanese haven Sawakin.
Mannen zoeken op 12 juni naar schapen bij het vergane schip Al Badri 1 in de Soedanese haven Sawakin. Foto AFP

Langzaam stierven ze de verdrinkingsdood. Het schip met daarin vijftienduizend schapen deed er zondag uren over om in de haven van het Soedanese stadje Sawakin te zinken. Vermoedelijk door overbelading: de Al Badri 1 was maar op negenduizend schapen berekend.

De Al Badri 1, gebouwd in 1973, was oorspronkelijk een vrachtschip. Om er dieren op te vervoeren, werd een aantal dekken bijgebouwd. Doordat de schapen in verschillende compartimenten van het schip opgesloten zaten, konden ze ondanks de trage ondergang moeilijk gered worden. Op beelden is te zien hoe mannen met reddingsbootjes naar het gekapseisde schip varen om groepjes schapen in veiligheid te brengen. Zevenhonderd schapen werden zo van het schip gehaald, maar zij waren er slecht aan toe.

Geredde schapen van het vergane schip Al Badri 1.

Foto AFP

De bestemming van de verdronken schapen was Saoedi-Arabië, aan de overkant van de Rode Zee. Dit is een gebruikelijke route: in 2017 was er maar één land dat meer levende dieren importeerde dan Saoedi-Arabië, en van schapen is Soedan de grootste uitvoerder ter wereld, met naar schatting 3,7 miljoen dieren in 2017.

Als er dieren over zee vervoerd worden, zijn het er veel tegelijk, en als het misgaat, vinden meteen veel dieren de dood. Zo verdronken er drie jaar geleden eveneens zo’n vijftienduizend schapen bij de Roemeense havenstad Constanta.

Eerder al leidde het vervoeren van zeventigduizend offerschapen vanuit Roemenië naar Koeweit tot protest, omdat de dieren in de Perzische Golf blootgesteld werden aan temperaturen tot 46 graden. Bij zulke transporten overlijden er geregeld dieren aan boord, waarna bemanningsleden de stoffelijke overschotten overboord kieperen. Onder meer in de Egyptische badplaats Sharm-el-Sheikh zagen toeristen al eens schapenkadavers aanspoelen.

En vorig jaar was er de zaak rond het schip ElBeik, dat drie maanden lang doelloos met achttienhonderd koeien ronddobberde op de Middellandse Zee omdat afnemers vreesden dat de dieren blauwtong hadden. Nadat het schip ten langen leste naar Spanje teruggekeerd was, waren de dieren er zo slecht aan toe dat ze afgemaakt moesten worden. Daar moesten in hetzelfde jaar ook de negenhonderd koeien op de Karim Allah na zestig dagen ronddobberen worden gedood, nadat de dieren uit vrees voor blauwtong in onder meer Turkije en Libië waren geweigerd.

Halal slachten

Uit onderzoek van The Guardian blijkt dat het vervoer van levende dieren door een groeiende vraag naar vlees in de afgelopen vijftig jaar verviervoudigd is. Vooral islamitische landen hebben een voorkeur voor levende dieren: zo kunnen ze erop toezien dat de dieren halal geslacht worden.

Op het lijstje met grootste uitvoerders van levende dieren – zowel over zee als over land – staat Soedan tussen westerse landen; Nederland staat bovenaan, met onder meer 350 miljoen kippen en twaalf miljoen varkens in 2017. In 2019 werden wereldwijd 1,8 miljard kippen, varkens, schapen, geiten en koeien op transport gezet, waarvan driekwart uit de EU. De waarde van het vervoer van levend vee wordt geschat op 19 miljard euro.

In Sharm-el-Sheikh zagen toeristen schapenkadavers aanspoelen

Intussen worden mondjesmaat maatregelen genomen tegen het dierenleed tijdens transporten. Zo maakte de Britse minister George Eustice (Milieu, Voedsel en Plattelandszaken) in 2020 bekend dat Engeland en Wales het levend exporteren van dieren om ze vet te mesten en te slachten zou verbieden. Alleen voor kippen geldt een uitzondering. De nieuwe regels worden nog besproken met belanghebbenden voordat ze ingaan.

Lees ook: Zorgen om varkens vanwege kans op ‘hittestress’

De EU voerde in 2005 relatief strenge dierenwelzijnseisen in. Maar toenmalig Europarlementariër Jørn Dohrmann uit Denemarken stelde in 2018 in een rapport vast dat veel dieren ruw behandeld worden, in ongeschikte voertuigen worden vervoerd, te dicht op elkaar gepakt staan, blootstaan aan hoge temperaturen en te weinig voedsel en water krijgen.

Voor volgend jaar heeft de Europese Commissie nieuwe wetgeving aangekondigd. Europarlementariër Anja Hazekamp (Partij voor de Dieren) hoopt op strengere regels of zelfs een exportverbod van levende dieren naar landen buiten de EU. Maar het zou volgens haar al schelen als bestaande regels nageleefd worden.

„Vaak worden dieren onjuist vervoerd, bijvoorbeeld schapen met een drinkwatervoorziening die alleen voor varkens geschikt is. En ik ben zelf ooggetuige geweest van ernstige welzijnsschendingen, zoals het uithongeren en mishandelen van dieren. Maar de inspectie schiet tekort.”