De overheid negeert de eigen regels over transparantie, zegt Ben van Hoek. „Waarom zouden burgers zich dan nog aan de wet houden?” Foto: Merlijn Doomernik

Interview

Oud-privacyfunctionaris: bij de overheid heerst een cultuur van achterhouden

Ben van Hoek Delen van de overheid plegen „grootschalige obstructie” om informatie maar niet openbaar te hoeven maken, zegt Ben van Hoek, tot april de privacyfunctionaris bij de korpsleiding van de politie.

De vergadering op het hoofdkantoor van de politie is net afgelopen als Ben van Hoek aan de praat raakt met een collega. De man vertelt dat hij werkte op het ministerie van Justitie en Veiligheid. Ook Van Hoek stelt zichzelf voor: hij coördineerde bij de politie jarenlang de Wob-verzoeken. „De Wób?” – de ambtenaar schiet in de lach. Via deze Wet openbaarheid van bestuur proberen journalisten allerlei interne informatie op vragen, zegt hij. Maar deze ambtenaar werkt daar niet aan mee. „Je vergeet weleens een documentje, hè.”

Het is typerend voor hoe binnen grote delen van de overheid wordt gedacht over transparantie, zegt Van Hoek over zijn anekdote. Volgens de Wob-jurist vindt er „grootschalige obstructie” plaats van de wet die de openbaarheid van overheidsinformatie bepaalt.

Sinds de Toeslagenaffaire, waarbij informatie werd achtergehouden die schadelijk was voor de Belastingdienst, is de roep om een transparantere overheid gegroeid. Vorige maand kwam premier Mark Rutte (VVD) in de problemen omdat hij bijna al zijn sms’jes wiste, waardoor deze niet meer opvraagbaar waren. Het is in lijn met de werkwijze van ministeries en gemeenten, zegt Van Hoek. „Daar heerst een cultuur van achterhouden.”

Ben van Hoek (65) was tot eind april functionaris gegevensbescherming bij de korpsleiding van de politie. Hij hield toezicht op de naleving van de privacyregels. Vorige maand ging hij met pensioen, na 44 jaar bij de politie. Hij werkt mee aan dit interview, omdat hij wil dat de overheid transparanter wordt.

Voordat Van Hoek privacytoezichthouder werd, werkte hij aan grote onderzoeken. Voor de Rijksrecherche coördineerde hij een onderzoek naar aanleiding van de IRT-affaire, een uit de hand gelopen infiltratietraject in de jaren negentig, waarbij de politie zelf drugs verhandelde. Hij speurde naar bouwfraude en naar fraude in het Rotterdamse stadshuis, toen oud-burgemeester Bram Peper ervan werd verdacht privéuitgaven door de gemeente te laten betalen.

Weerstand

In 2010 kwam Van Hoek terecht bij de afdeling juridische zaken van de politie. Hij coördineerde vanaf dat moment de naleving van de Wob – sinds dit jaar overgegaan in de Wet open overheid (Woo). Burgers en journalisten kunnen met een beroep op die wet in principe alle overheidsdocumenten opvragen, tenzij er goede redenen zijn die geheim te houden. Politiek gevoelige Wob-verzoeken die worden ingediend bij de politie, gingen langs Van Hoek.

Binnen politie-eenheden was weerstand tegen het openbaar maken van documenten, zegt hij. „Dat kwam soms omdat ze niet wilden dat bepaalde zaken naar buiten kwamen, maar in verreweg de meeste gevallen omdat ze opzagen tegen het werk dat het opzoeken van documenten met zich meebrengt. Die tijd besteedden ze liever aan het vangen van boeven.”

Van Hoek ging alle eenheden langs om leidinggevenden uit te leggen dat ze de Wob niet als extra werk moesten zien. „Het hoort bij het verantwoording afleggen over de politietaak. Het is ónderdeel van ons werk.” De politie wordt er ook beter van, zegt Van Hoek. Zo kwam pas na een Wob-verzoek zicht op de hoge kosten van afscheidsrecepties, waarna er een limiet aan werd gesteld. „Het scheelt de politie tienduizenden euro’s.”

Als medewerkers bleven weigeren om Wob-documenten te verstrekken, ging Van Hoek over op een andere methode. Hij vroeg de medewerkers een brief te ondertekenen, waarin ze verklaarden dat de opgevraagde informatie niet in hun bezit was. „Dan zaten die documenten dezelfde dag nog in mijn mailbox.”

Terwijl de korpsleiding hem steunde, ervoer Van Hoek búiten de politieorganisatie juist weerstand. Met name bij ministeries of gemeenten werd tot zijn verbazing openlijk gesproken over het frustreren van Wob-verzoeken en het ‘kwijtraken’ van gevoelige documenten.

De eerste keer dat hij dat meemaakte, was tijdens een overleg op het ministerie van Justitie en Veiligheid. RTL Nieuws diende in 2018 een Wob-verzoek in verband met de uit de lucht geschoten MH17. „Het ging om documenten die aanwezig waren bij verschillende ministeries en de politie – daarom zat ik bij dat overleg. Het was duidelijk dat veel documenten niet waren verstrekt. Een topambtenaar van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat liet tijdens het overleg merken dat we niet naar meer stukken moesten zoeken. ‘Dit blijft alles’, zei hij. Iedereen aan tafel wist: we worden belazerd.”

Toch greep niemand in, zegt Van Hoek. Waarom deed hij zelf niets? „De politie had alles aangeleverd. Over de ministeries had ik niets te zeggen.”

Vreugdevuren

Een ander voorbeeld speelde zich af in Den Haag. In 2019 lag er een Wob-verzoek van RTL bij de Haagse politie over de uit de hand gelopen vreugdevuren in Scheveningen. De eenheid vond een document dat belastend was voor toenmalig burgemeester Pauline Krikke: zij had kunnen weten dat het vreugdevuur uit de hand kon lopen.

Van Hoek, inmiddels landelijk Wob-coördinator, moest de situatie oplossen. Hij overlegde met ambtenaren van de gemeente Den Haag. „Tijdens dat overleg stelde een van de ambtenaren voor om te doen alsof het stuk niet bestond. ‘Je hóéft toch niet te zeggen dat jullie dat document hebben?’, zei hij. Ik heb hem toen duidelijk gemaakt dat wij niet zo werken. Dat een hoge ambtenaar dit voorstelt, zegt veel over de cultuur daar.”

Van Hoek adviseerde de politie-eenheid het betreffende document naar buiten te brengen. Hij had geen bemoeienis met de verdere afhandeling van het Wob-verzoek. Achteraf bleek dat de eenheidschef al zijn appjes over de vreugdevuren had verwijderd. In het najaar van 2019 trad Krikke af vanwege haar rol bij de vreugdevuren.

Meer recent hoorde Van Hoek, vanuit zijn laatste positie als functionaris gegevensbescherming, over een gemeente die informatie achterhield. Tijdens de lockdown in de coronapandemie reden er in Rotterdam camerawagens rond die inwoners filmden die zich niet aan de coronaregels hielden, zoals de anderhalvemeterregel. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) stelde een onderzoek in en concludeerde dat de filmende gemeentewagens in strijd waren met de wet: de inbreuk op de privacy was te groot.

De AP wilde de uitkomst van het onderzoek eind vorig jaar naar buiten brengen om andere gemeenten, die hetzelfde van plan waren, te waarschuwen. Na overleg met burgemeester Ahmed Aboutaleb (PvdA) gaf de politie geen toestemming voor vervroegde publicatie. Hierdoor moest de toezichthouder eerst een langdurig traject in, waarbij onder meer de hoogte van de boete zal worden vastgesteld. Het rapport is daardoor nog altijd niet openbaar, maar werd wel ingezien door NRC.

„Aboutaleb probeerde het onderzoek te vertragen”, zegt Van Hoek. „In een overleg met de politie heeft hij gezegd dat de publicatie van het rapport over de verkiezingen heen moest worden getild.”

Intern mailverkeer bevestigt zijn verhaal. „Burgemeester stelt voor om het over de verkiezingen te tillen”, staat in een verslag van het driehoeksoverleg over de vraag of de politie moet instemmen met de publicatie van het rapport.

Dit verslag is door de politie achtergehouden bij een eerder Wob-verzoek van NRC. Hierbij is een „onjuiste afweging” gemaakt, stelt de Rotterdamse politie-eenheid nu. Volgens de politie klopt de inhoud van haar eigen verslag niet. Niet Aboutaleb, maar de politiechef zou tijdens het overleg hebben gezegd dat uitstel betekent dat het rapport pas door de nieuwe gemeenteraad kan worden besproken – na de verkiezingen dus. Aboutaleb wil zelf niet reageren op vragen.

De gebeurtenis laat volgens Van Hoek zien hoe gemeentebesturen omgaan met transparantie. „Een publicatie verhinderen omdat het niet goed uitkomt voor de verkiezingen, is geen motief dat past binnen een goed werkende democratie.”

De overheid leeft zijn eigen regels over transparantie niet na, zegt hij. Dat doet afbreuk aan het gezag en de betrouwbaarheid van het openbaar bestuur. „Waarom zouden burgers zich nog aan de wet houden als de overheid het zelf niet doet?”

Neem de recente opmerkingen van premier Rutte over het wissen van zijn sms’jes, zegt Van Hoek. „Een deel was wellicht privé, maar er zaten gegarandeerd berichten tussen die gingen over politieke besluitvorming. Al blijkt uit zo’n sms’je alleen maar dat de minister-president over een kwestie was geïnformeerd, dan moet die informatie volgens de wet worden bewaard.” Rutte geeft zo een verkeerd signaal af, vindt hij. Als de premier te veel weggooit, zullen ambtenaren voortaan bij een gevoelig Wob-verzoek ook eerder informatie vernietigen. „De obstructie van de wet wordt zo verder genormaliseerd. Het is funest voor het vertrouwen in de overheid.”