Pixar keert terug uit de ballingschap van Disney+

Studio Pixar Eerst was er de #MeToo-affaire rond artistiek leider John Lasseter, daarna veroordeelde de pandemie drie films van Pixar tot streamingdienst Disney+. Hoe staat ‘s werelds leidende animatiestudio er anno 2022 voor?

In Lightyear komt Buzz zichzelf tegen, ontdekt hij dat zijn solistische heldendom gemakkelijk omslaat in dwingelandij.
In Lightyear komt Buzz zichzelf tegen, ontdekt hij dat zijn solistische heldendom gemakkelijk omslaat in dwingelandij.

Wat studio Pixar zelf betreft is er nooit enige twijfel geweest. „Alle films die wij maken, zijn voor het grote doek”, beklemtoonde producent Galyn Susman, verantwoordelijk voor hits als Ratatouille en Toy Story 4, eerder dit jaar. „Als fans niet naar het theater kunnen is Disney+ een goed alternatief. Maar wij willen dat fans naar de bioscoop gaan. In een grote zaal kun je onze films ervaren zoals wij ze bedoeld hebben.”

Tot maart 2020 bracht moederbedrijf Disney standaard alle Pixar-titels in de bioscoop uit. Maar tot groot ongenoegen van makers én fans werden sinds het begin van de pandemie drie films direct op Disney+ gezet: de muzikale hiernamaalsfabel Soul, de zomerse monstervertelling Luca en coming of age-meesterwerk Turning Red. Vooral de slotscène van die laatste film, die zich afspeelt tijdens een popconcert in een enorm stadion, kwam op een klein scherm niet echt tot zijn recht.

Dat steekt: andere studio’s stelden hun films uit tot ná de pandemie. Van Disney Animation, de zusterstudio van Pixar, werd maar één film naar het kleine scherm verbannen. Terwijl Pixar inmiddels toch de goudstandaard is in animatie.

Studio Pixar ontstond uit de grafische afdeling van George Lucas die Steve Jobs in 1985 voor 5 miljoen dollar op de kop tikte. Jobs wilde grafische computers verkopen, dat liep matig, waarna medewerker John Lasseter hem overtuigde in 1995 de speelfilm Toy Story te maken, in feite als een duur soort promotiefilm. De rest is geschiedenis: 3D-computeranimatie werd de standaard en Pixar artistiek en commercieel de meest succesvolle animatiestudio, aanvankelijk in samenwerking met Disney, na 2006 als dochterbedrijf van Disney. De 21 films die Pixar sinds 1995 uitbracht leverden samen 14 miljard dollar op – gemiddeld zo’n 600 miljoen dollar per productie.

Tien miljard kijkminuten

De coronapandemie veranderde alle regels. Disney concentreerde zich volledig op het optuigen van zijn in november 2019 gelanceerde streamingdienst Disney+. Waar het resultaat van bioscoopreleases openbaar wordt gemaakt, is succes op streaming een ondefinieerbare schemerzone. Disney+ maakt nooit bekend hoeveel mensen nieuwe films zagen, al weten we wel dat Luca met wereldwijd 10 miljard kijkminuten (het aantal minuten dat abonnees keken) de best bekeken Disney+-titel van 2021 was. Zo leverde Pixar een belangrijke bijdrage aan de ‘streamingoorlog’ tegen Netflix en HBO Max. Maar bevredigend is het niet.

In artistiek opzicht boetten Pixars films de afgelopen jaren niet aan kracht in. De studio ligt onder een vergrootglas sinds John Lasseter eind 2017 met stille trom het pand verliet. Lasseter mocht op ‘sabbatical’ na interne klachten over seksueel wangedrag. Pete Docter nam in de zomer van 2018 zijn positie over. De man achter successen als Monsters Inc, Up en Inside Out moest de studio het volgende decennium inleiden. Docter (inmiddels 53) was als regisseur een pionier: zijn films zijn de meest innovatieve titels in Pixars catalogus. Hij maakte deel uit van de harde kern die in de jaren negentig het fundament legde voor de studio. Volgens intimi was Docter al vanaf de eerste dag voorbestemd om grote roerganger Lasseter (nu 65) op te volgen.

Lasseters vertrek leek voor de buitenwereld een enorme klap voor de studio. Finding Nemo-regisseur Andrew Stanton, ook lid van de harde kern, stelde in 2021 echter dat het bedrijf zich al jaren had voorbereid op deze transitie. „We hebben gezien wat er met de Walt Disney-studio gebeurde toen Walt plotseling overleed”, aldus Stanton. Het duurde jaren voordat de studio na deze aderlating halverwege de jaren zestig de juiste koers hervond.

Walt Disney

Toen Lasseter in 2006 de grote baas werd van én Pixar én Disney Animation ontwikkelde de rest van de top een systeem waarin zij zelf minder belangrijk werden. Niemand aan de top van het bedrijf blijft voor eeuwig”, legde Stanton uit in The Hollywood Reporter. „Dus we hebben onszelf minder essentieel gemaakt.”

Lees ook de recensie van ‘Lightyear’: Astronaut Buzz Lightyear kan het ook niet alleen

Beide studio’s lijken hun blik inhoudelijk de afgelopen jaren bewust verder verbreed te hebben. Pete Docter was verantwoordelijk voor mijlpaal Soul, na een kwart eeuw de eerste Pixar-film met een Afro-Amerikaans hoofdpersonage. In Lightyear wordt het feit dat Alisha, de beste vriendin van held Buzz, een partner van hetzelfde geslacht heeft als een vanzelfsprekendheid gepresenteerd. Na de affaire-Lasseter zagen de andere mannen van het eerste uur in hoe weinig vrouwen er eigenlijk in de top van het bedrijf zaten. Het terecht bejubelde Turning Red – over een Chinees-Canadese puber die in een panda verandert – was de eerste Pixar in ruim tien jaar die door een vrouw werd geregisseerd, Domee Shi.

Op de achtergrond lijkt de studio de koerswijziging naar meer diversitieit al jaren geleden te hebben ingezet. De productietijd van een animatiefilm is gemiddeld vijf jaar; de drie laatste titels werden allemaal nog in productie genomen onder John Lasseter. De komende jaren moet duidelijk worden hoe de studio zich verder ontwikkelt onder leiding van de zachtmoedige Docter.

Safe spelen

Met Lightyear, een spin-off van hitserie Toy Story, lijken Pixar en moederbedrijf Disney op safe te spelen; een film rond astronaut Buzz Lightyear zal naar alle verwachting meer kaartjes verkopen dan een onbekend nieuw verhaal. Docter was hier recent heel eerlijk over: „Ik word persoonlijk enthousiaster van originele verhalen. Maar we moeten ook denken aan onze financiële zekerheid. Om die reden zullen we in de toekomst zeker nog een paar vervolgen gaan maken.”

Zolang een nieuwe pandemie-piek geen roet in het eten gooit, lijkt Disneys beleid om Pixar naar streamingdienst Disney+ te verbannen tijdelijk te zijn geweest. Pixar zelf ziet streaming liefst als proeftuin voor jong talent. Het productiehuis presenteert volgend jaar zijn eerste animatieserie voor Disney+: Win or Lose, dat door verschillende ogen naar een kampioenswedstrijd van een jong softbalteam kijkt. In mei kondigde Pixar een bioscoopfilm aan die in 2023 een zomerhit moet worden. Elemental speelt zich af in een wereld waarin de vier elementen – vuur, water, aarde en lucht – vreedzaam samen proberen te leven. Het is nu wel de vraag of ouders nog tientallen euro’s willen neertellen voor vier of meer bioscoopkaartjes. Wie even geduld heeft, kan dezelfde film immers al vrij snel voor een paar euro via Disney+ zien. Mogelijk geeft Lightyear daarvoor een indicatie.