Iedereen in de auto heeft grotere of kleinere geheimen voor elkaar, of zaken waar simpelweg niet over gesproken wordt omdat hardop denken misschien al te gevaarlijk kan zijn.

Interview

‘Iraniër is in de auto vrijer dan thuis’

Regisseur Panah Panahi Zijn debuut speelt zich als zoveel Iraanse films af in een auto, Iraanse films hebben daar iets mee. ‘Het gaat om de wil om de wereld en jezelf te ontdekken.’

Eén ding hebben de 38-jarige Iraanse filmmaker Panah Panahi gemeen met die van zijn beroemde vader Jafar: hun films spelen zich af in auto’s. Of althans: Hit the Road, de eerste speelfilm van Panah, speelt zich óók in een auto af. Net zoals seniors doorbraakfilm The Circle (2000), een serie vrouwenportretten in een taxi in Teheran, en later Taxi (2015) en 3 Faces (2018). En zoals zoveel Iraanse films trouwens. Iraanse cinema heeft iets met auto’s. Om dan te spreken van roadmovie vindt Panah Panahi veel te beperkend.

Het gesprek vindt plaats met een tolk erbij en het is de eerste keer dat ik een Iraanse filmmaker telefonisch interview, dus zonder hem te zien. Geen blikken van verstandhouding, geen lichaamstaal, geen non-verbale communicatie. Dat is nog veel ingewikkelder dan de eerste keer dat ik zijn vader interviewde op het filmfestival van Venetië, vlak voordat diens film The Circle met een Gouden Leeuw werd bekroond. Daar zat toen niet alleen een officiële tolk, maar ook iemand van de ambassade bij.

Panahi junior leerde het vak bij zijn vader, als diens assistent en editor. Bij hem wordt vast en zeker ook meegeluisterd. Zijn vader heeft al ruim tien jaar een filmverbod, wat hem er niet van weerhoudt om films te blijven maken. Zijn hele familie ligt continu onder een loep.

Het raadselachtige narratief van Hit the Road, waarin een vader, moeder, een oudere en een jongere zoon op weg zijn naar de Turkse grens, is een schatkamer voor diepduiding. Zijn ze op de vlucht? En waarom dan? Iedereen in de auto heeft grotere of kleinere geheimen voor elkaar, of zaken waar simpelweg niet over gesproken wordt omdat hardop denken misschien al te gevaarlijk kan zijn. Net als zijn vader heeft Panahi een virtuoze manier gevonden om melancholie en mildheid te verweven met humor. Net zoals zijn film gaat ons gesprek tussen de regels door ook over vaders en zonen. Wat hem echt een van de nieuwe stemmen van de Iraanse cinema maakt is echter de manier waarop hij daar ook (Amerikaanse) popcultuur en surrealistische elementen doorheen vlecht. Ontmoetingen met een wielrenner, een mysterieuze motorrijder, en een schaapherder leveren vervreemdende gesprekken op waarin elke vorm van communicatie ook een manier van onderhandelen is. Is de werkelijkheid een transactie? Tussen mensen, maar ook tussen film en publiek? En dan is er nog die geweldige 2001: A Space Odyssey-hommage die het geheel een mythisch tintje geeft.

De auto is eerder een socio-politieke of geografische dan een artistieke of filmische keuze

Tweede huis

Maar goed. De auto dus. Het stelt me gerust dat Panahi in elk geval mijn vragen verstaat, omdat hij soms niet wacht met antwoorden totdat de tolk klaar is met de vertaling. „Wat je als niet-Iraanse filmkijker goed moet begrijpen is dat de auto voor Iraanse filmmakers en publiek geen puur filmisch element is. De auto is een tweede huis, een privé-ruimte, een plek waar je misschien nog wel vrijer bent dan thuis, een toevluchtsoord. Je voelt je er minder bekeken. Zelfs als de hoofddoek van je moeder, of je zuster, of je dochter in de auto misschien wat losser zit dan gepast zou zijn op straat, dan is dat toegestaan. De auto is eerder een socio-politieke of geografische dan een artistieke of filmische keuze. Als je dat begrijpt, dan begrijp je hoe de films die zich in een auto afspelen een reflectie zijn van ons echte leven.”

Dat de auto een vrijplaats is, en dat dat dankzij de ruime distributie van Iraanse films in Nederland inmiddels ook voor ons geen geheim meer is, verhoudt zich goed tot wat misschien wel het hoofdthema is van Hit the Road: vertrouwen. De familie praat over van alles, behalve over het doel van hun reis. Weten ze het eigenlijk zelf wel? „Waar zijn we?” vraagt de moeder aan het begin. „We zijn dood”, antwoordt haar jongste zoon.

Misschien zijn ze wel onderweg om weer tot leven te komen. Om op z’n minst elkaar weer te leren vertrouwen. Het kind heeft stiekem een mobiele telefoon meegesmokkeld, net als zijn vader. Vader en moeder ruziën voortdurend over wat ze hem kunnen vertellen – het knaapje is nogal mondig, grappig en assertief, en lijkt soms meer van de wereld te begrijpen dan de volwassenen. Ondertussen zit de oudste zoon, om wie het allemaal lijkt te draaien, stuurs achter het stuur. „Naarmate de reis vordert beginnen ze elkaar meer te vertrouwen”, zegt Panahi. „Ook omdat ze niet zo goed zijn in het bewaren van geheimen.”

Vrouwelijke kant

De film weerspiegelt hoe hij zich voelde toen hij begon met schrijven. „Ik hou van de tegenstelling tussen geslotenheid en openheid. Van de spanning tussen het onbespreekbare en het onuitgesprokene. Ik herken me in alle vier de personages. Mensen die me goed kennen, vrienden en familie zeggen dat ik het meest op de jongste zoon lijk. Maar ik kan me ook identificeren met de wanhoop van de oudste zoon, en met de bitterheid van de vader. Ik kan me voorstellen dat ik zo zou zijn geworden als ik niet een manier had gevonden om om te gaan met de somberheid, het gebrek aan perspectief dat ik voelde toen ik jonger was.” De moeder is voor hem misschien nog wel het belangrijkste personage: „Dat is mijn vrouwelijke kant. Alle emoties waar ze doorheen gaat, alle gevoelens die je op haar gezicht kunt lezen, zijn wat ik voel voor de mensen om mij heen.”

Dezelfde vertrouwensband die de hoofdpersonen weer terug moeten vinden, hoopt hij ook met het publiek in de bioscoop te smeden. „De bioscoop is een vergelijkbaar toevluchtsoord als de auto. Er wordt altijd gezegd dat de weg belangrijker is dan het doel, maar voor mij is de impuls om op weg te gaan, ‘hitting the road’, misschien nog wel belangrijker dan die weg. Het gaat om de wil om jezelf en de wereld om je heen te ontdekken. Ik hoop dat die communicatiekanalen met het publiek in de bioscoop ook een vorm van tweerichtingsverkeer zijn. En ook daar speelt vertrouwen, spelen geheimen, speelt datgene waar niet over gesproken wordt. Dat moeten we decoderen en begrijpen, wat er wel en niet gezegd wordt.”