Economen: Rutte IV maakt er een potje van

Debat Voorjaarsnota Kabinet-Rutte IV zocht bij de start de grenzen op met ongekende uitgaven. Sindsdien loopt de teller nóg verder op. Geen econoom kan het nog volgen. „We geven ontzettend veel ongericht uit en schuiven de rekening door.”

Gert-Jan Segers (ChristenUnie), Sigrid Kaag (D66), Mark Rutte (VVD) en Wopke Hoekstra (CDA) eind vorig jaar bij de persconferentie over het coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’.
Gert-Jan Segers (ChristenUnie), Sigrid Kaag (D66), Mark Rutte (VVD) en Wopke Hoekstra (CDA) eind vorig jaar bij de persconferentie over het coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’. Foto Bart Maat/ANP

Economen zijn er in alle soorten en maten. Van strenge economen die stellen dat goed begrotingsbeleid begint met een lage staatsschuld tot vakgenoten die vinden dat de overheid zich vaker in de markt mag mengen. De ene groep draait de geldkraan het liefst dicht, van de andere groep mogen de miljarden vloeien – zolang het maar een goede bestemming heeft.

Nu zijn al die economen verrassend eensgezind: het kabinet-Rutte IV lijkt wel een losgeschoten tuinslang die lukraak in het rond sproeit. Ongericht. Onverantwoord. Onhoudbaar.

„Ik maak mij grote zorgen”, zegt Bas Jacobs. „Dit begrotingsbeleid is onbeheerst.”

„Politici zijn hun kompas kwijt”, zegt Marieke Blom.

„Er wordt veel te makkelijk op de geldknop gedrukt”, zegt Pierre Koning.

„Men denkt: als we maar een bak geld klaarzetten, dan lossen we het wel op”, zegt Lex Hoogduin.

Sinds zijn aantreden in januari heeft het kabinet miljarden euro’s extra uitgetrokken. Drie miljard om huishoudens te compenseren voor de hoge energierekening, naast de drie miljard compensatie die afgelopen najaar al was beloofd. Een verhoging van de AOW: 2,4 miljard euro erbij, ieder jaar. Extra miljarden, ook ieder jaar, voor defensie en jeugdzorg. Dat komt bovenop een coalitieakkoord dat al opviel door de vele extra uitgaven: in totaal 75 miljard euro, in één kabinetsperiode.

Woensdag debatteert het kabinet met de Tweede Kamer over al die nieuwe verschuivingen in het debat over de Voorjaarsnota. „Het kabinet onderkent dat de grenzen van wat budgettair verantwoord is met het coalitieakkoord zijn bereikt”, schreef minister Sigrid Kaag (Financiën, D66) in het voorwoord van die nota. Toch is het de vraag of het daarbij blijft, nu door de almaar stijgende energieprijzen en inflatiecijfers de roep om verdere compensatie alweer aanzwelt.

Lees ook: Rutte en Kaag zoeken de achterkamertjes op

Veel geld voor rijke huishoudens

Geen econoom ontkent dat de hoge energieprijzen voor grote problemen kunnen zorgen. „Die zorg is helemaal terecht als het gaat over de inkomenspositie van de mensen aan de onderkant” zegt Jacobs, hoogleraar economie en overheidsfinanciën aan de Vrije Universiteit. „Maar als je die groep tegemoet wil komen, moet iemand dat betalen. Als land worden we door de gestegen energieprijzen armer, we hebben collectief minder geld. Maar nu geven we ontzettend veel ongericht uit en schuiven we de rekening door.”

Een deel van de energiecompensatie is gericht: de meest kwetsbare huishoudens kregen 800 euro. Maar het grootste deel van de 6 miljard euro compensatie bestond uit een generieke belastingkorting op brandstof en energie.

Het lijkt wel alsof de geest van corona de kabinetsreactie bepaalde, zegt Blom, hoofdeconoom voor ING. „Het duurt even voordat energietarieven daadwerkelijk doorsijpelen in de economie, maar in Den Haag werd gereageerd alsof het maart 2020 was. Snel en generiek. De houding leek te zijn: als we de afgelopen jaren zoveel geld hebben uitgegeven en dat is goed uitgepakt, waarom zouden we dat dan niet weer doen?”

In werkelijkheid is de huidige situatie volgens Blom onvergelijkbaar met de coronacrisis. De economische impact van de huidige hoge energieprijzen is vele malen kleiner dan die van de pandemie. Energie is bovendien een kostenpost die enorm verschilt per huishouden. Niet iedereen wordt even hard geraakt nu de prijzen omhoog knallen.

Blom: „Bij de laagste inkomens gaat ongeveer 4 à 5 procent van hun uitgaven naar gas, bij de hoogste inkomens is dat 2,5 tot 3 procent. Voor hen valt een verdubbeling van de gasprijzen dus heel anders uit. Maar de bulk van het geld dat het kabinet uitgaf, ging naar de rijkste huishoudens.”

In 2010 rende iedereen als lemmingen achter de bezuinigingen aan. Nu lijkt het alsof de hele politiek als lemmingen de andere kant op rent en onbeperkt uitgeeft

Van de 2,1 miljard euro die het kabinet dit voorjaar uittrok om de energie- en brandstofbelasting te verlagen profiteerde de rijkste 20 procent van de bevolking het meest, becijferde onderzoeksplatform Investico. Dat kon gebeuren omdat de korting voor iedereen geldt en rijke huishoudens meer energie verbruiken dan arme huishoudens.

„Je bent mensen die het niet nodig hebben aan het compenseren”, concludeert Lex Hoogduin, hoogleraar monetaire economie, complexiteit en onzekerheid in financiële markten aan de Rijksuniversiteit Groningen en oud-bestuurder van De Nederlandsche Bank. „Je bent hen zelfs de grootste bedragen aan het toesturen.”

Niet alleen vergroot het kabinet zo de ongelijkheid, zegt Blom, het is ook slecht voor het klimaat. „Het is doorgaan met het aantrekkelijk maken van vervuilende energie. Dat maak je immers goedkoper. Als je arme mensen wil helpen, zou je gewoon armoedebeleid moeten voeren.”

Ook Bas Jacobs ziet een overheid die het economische tij niet goed begrijpt. Hij was tien jaar geleden kritisch over de bezuinigingsdrift van Rutte I en II, maar ziet even bezorgd hoe de pendule nu de andere kant op is geslingerd. „In 2010 rende iedereen als lemmingen achter de bezuinigingen aan. En nu lijkt het alsof de hele politiek als lemmingen de andere kant op rent en onbeperkt uitgeeft.”

Arme ouderen betalen voor rijke ouderen

Als er één uitgave is die op nog meer onbegrip bij de economen kan rekenen, is het de verhoging van de AOW. Oorspronkelijk wilde het kabinet alleen het minimumloon een extra zetje geven. Normaal klimt de AOW mee met elke minimumloonstijging, maar dat werd vanwege de hoge kosten – 2,4 miljard euro per jaar – voor één keer achterwege gelaten. Totdat de linkse en rechtse oppositie in het verweer kwam, waarna het kabinet alsnog besloot de AOW te verhogen.

„De inkomenspositie van arme ouderen kun je prima verbeteren door ze minder belasting te laten betalen via de ouderenkorting, of ze via die korting zelfs geld uit te keren”, zegt Bas Jacobs. „Nu ga je alle 3,5 miljoen gepensioneerden meer geld geven. Niet alleen volgend jaar, maar tot in de eeuwigheid!”

Onbegrijpelijk, zegt ook Pierre Koning, hoogleraar arbeidsmarkt en sociale zekerheid en net als Jacobs verbonden aan de Vrije Universiteit. „Helemaal nu duidelijk is hoe het kabinet de hogere AOW wil financieren: door aanvullingen te schrappen voor mensen met een onvolledige AOW en door een voorgenomen verhoging van de ouderenkorting terug te draaien.”

Zo leidt de druk van de oppositie – machtig in de Eerste Kamer – en de ommezwaai van het kabinet ertoe dat de meest arme ouderen nu inleveren zodat er een algemene AOW-stijging voor alle ouderen kan komen. En er is nog een gek gevolg. Koning: „In het vervolg denkt een kabinet wel drie keer na voordat ze het minimumloon verhoogt. Want je weet: dat gaat miljarden extra kosten.”

Lees ook: Fundamentele keuzes: het kabinet gaat opnieuw onderhandelen met de coalitiepartijen

Fondsen worden verschoven

Er wordt op meer fronten scheutig uitgegeven, constateert Koning. Hij wijst ook op de extra uitgaven aan defensie en jeugdzorg, bovenop de miljarden die het kabinet beschikbaar stelde om het stikstofprogramma, de woningbouw en de energietransitie te financieren en om de kinderopvang gratis te maken. „Bij defensie kan ik me nog voorstellen dat je zegt: dit is urgent, dit moet nú. Maar bij andere sectoren moet je je wel afvragen: hebben we de mensen wel? Jaag je de personeelstekorten zo niet alleen maar verder op?”

Koning werkte als ambtenaar in het tijdperk van de bezuinigende kabinetten Rutte I en II. „Toen heb ik meegemaakt dat elk dubbeltje moest worden omgekeerd. Dan is het zonde dat je nu bij heel veel uitgaven dat soort vragen niet meer stelt. Ook omdat je weet hoeveel pijn het kan doen om dat terug te draaien.”

Het kabinet tuigde de stikstof- en klimaatfondsen op om zo tientallen miljarden euro’s voor langjarige plannen te reserveren, buiten de gewone begroting om. Daar komt het kabinet in de Voorjaarsnota deels op terug: er is meer dan 2 miljard uit de fondsen gehaald om de gaten op de korte termijn te dichten.

„Daarmee dreigen uitgaven voor uitdagingen voor de lange termijn te worden verdrongen”, concludeerde de Raad van State in een uiterst kritische evaluatie van de Voorjaarsnota, waarbij ook wordt gewaarschuwd voor oplopende rentedruk. „Een begrotingstruc”, noemt Jacobs het.

Uitgeven als het mee zit, bezuinigen als het tegen zit. Het is een riskante aanpak, zegt Hoogduin. „Het grote risico is dat als het tij keert, dat je dan moet ingrijpen door te bezuinigen. En dan versterk je de neergang alleen maar verder.”

De opstapeling van uitgaven ondergraaft volgens Hoogduin ook de Nederlandse positie in Europa. „Nederland is nu zelf bezig zich niet aan de Europese begrotingsregels te houden. Met wat voor gezag spreek je dan in de Europese Unie nog tegen anderen die het ook niet doen?” Zo loopt het begrotingstekort dit jaar op tot boven de 3 procent.

Lees ook dit opiniestuk uit januari 2022: Rutte IV dreigt miljarden te verspillen

Hoogduins ideeën wijken doorgaans sterk af van die van Jacobs, maar hun analyses lijken nu verrassend veel op elkaar. „De vier partijen die de coalitie zijn gaan vormen konden eigenlijk niet tot keuzes komen”, zegt Hoogduin. „Dus hebben ze alles maar gehonoreerd. En dat is nog steeds niet anders. De afrekening schuiven ze zo ver mogelijk naar achteren.”

Jacobs zegt het zo. „Wat je ziet is dat sinds corona politieke tegenstellingen met miljarden worden afgekocht. Coalitiedeelname wordt gezien als electoraal gevaar. Geen van de deelnemers wil politieke pijn lijden. Maar met het beleid dat daaruit voortkomt, bevestigen deze partijen wel het wantrouwen van burgers in de politiek.”

„Wat er eigenlijk moet gebeuren”, zegt Marieke Blom, „is dat de overheid zegt: die hoge energieprijzen, dat is een fikse tegenvaller. Die moeten we samen opvangen en dat betekent dat er herverdeeld moet worden. Er zijn ook mensen die meer moeten betalen. Er zijn huishoudens die het heel moeilijk hebben, maar de bovenste helft van Nederland is de coronacrisis, hoe heftig ook, financieel eigenlijk heel goed doorgekomen. Wanneer durft de politiek weer te zeggen: ja, we hebben wensen, maar daar moeten we ook voor betalen?”