Interview

Striptekenaar Typex: ‘Fantasie is mijn eerste levensbehoefte’

Wat maakt het leven de moeite waard Als hij klaar is met het werk-in-opdracht, leeft striptekenaar Typex (59) zich uit met houtskool op groot formaat. Voor het eerst laat hij dat vrije werk nu zien. „Ik geloof niet in absolute booswichten.”

IJdelheid is een paradijsvogel. Wellust een olifant die met een giraffe paart, zo te zien niet helemaal tot beider genoegen. Gierigheid is natuurlijk een gier. En onmatigheid een grizzlybeer die op een grote berg vissen zit. Jaloezie, boosheid en luiheid zie je ook tussen het gebladerte.

Striptekenaar en illustrator Typex heeft de zeven hoofdzonden als dieren verbeeld, maar in een techniek en een formaat die je nog niet van hem kende: in Siberisch krijt – geperste houtskool – en vierkante meters groot. Aan zijn „houtskoolschilderijen” werkt hij al jaren elke vrijdag, als zijn werk-in-opdracht van die week klaar is. Zoals zijn illustraties voor de boekenbijlage van de Volkskrant. In de marge van de Stripdagen Haarlem stelde hij dat vrije werk vorig weekend voor het eerst kort tentoon.

Zijn schilderij van de hoofdzonden, dat wel iets van een oude schoolplaat heeft, heet ‘Artis Natura Magister’ – de natuur is de leermeester van de kunst – en is ook „een ode aan de natuur”, zegt Typex (59), die is geboren als Raymond Koot. „Want dieren hebben natuurlijk geen slechtheid. Ze eten elkaar of jou wel op, maar daar bedoelen ze niks mee.”

Zo’n vrijdag betekent „een zee van tijd, een feestdag”: ongestoord doorwerken in zijn atelier op het terrein van het voormalige Wilhelminagasthuis in Amsterdam, harde muziek erbij en later op de dag een biertje. „Als ik aan een kleinere tekening werk, kan ik geen druppel drinken, want dat vergt veel te veel precisie. Zulke tekeningen maak ik uit de pols, maar ik verlangde ernaar om weer te werken als vroeger op de academie, vanuit mijn schouder, met mijn lichaam.”

Voordat het zover is, moet hij vechten met het papier. Hij snijdt een stuk af van de rol die in een hoek van zijn atelier staat, legt het op de grond en maakt het aan twee kanten kletsnat met een spons. „Dan smijt ik het tegen een houten bord zodat het even blijft hangen en plak ik als de sodemieter de randen vast met gegomd aquareltape.” Na een dag is het droog en keihard. En soms kapot, als de spanning bij het drogen te groot is geworden. Dan moet hij opnieuw beginnen.

In zijn atelier hangen een paar schilderijen die hij niet naar Haarlem heeft gebracht. Een kop van een mandril. Twee vriendelijke gorillagezichten. Ze zullen ooit een plek krijgen in de expositie die hoort bij het nieuwe boek waaraan hij werkt, waarover later meer.

Typex werd bij het grote publiek bekend met zijn ‘stripbiografieën’ van Rembrandt (2013) en Andy Warhol (2018). Dit jaar volgde een boek over het leven van de achttiende-eeuwse filosoof Moses Mendelssohn, voor het Joods Museum in Berlijn. De reizende expositie bij Andy kwam achteraf tot stand, niet zonder moeite. „Dit keer dacht ik: ik begin alvast voordat het boek klaar is.”

Expositiezaaltje in Haarlem, twee dagen eerder. Houtskoolschilderij van een vogel die als een pijl uit het water schiet. Is het een roerdomp? Onder de waterlelies een visachtig wezen. Op de kant, tja, wat?

Typex: „Het heet ‘Duck rising from a pond’. Pond – mooi woord met die dikke d aan het eind, die klank hebben wij niet. Het is een eend dus, die geplukt en gebraden opstijgt uit een vijver. Het is ook een ode aan M.C. Eschers litho ‘Drie werelden’, van een stil water waarop bladeren liggen, een karper eronder. En een ode aan een andere favo kunstenaar: dat wezen linksboven is het stalen konijn van Jeff Koons.”

En wat is dit?

„Dit schilderij heet ‘King Baby’, ‘Koning kind’. In een wereld met verschillende perspectieven en verdwijnpunten en die grote baby in het midden. Het gaat over ouderschap.”

Ben jij zelf vader?

„Van een dochter, ze is al dertig. Ik heb vrienden van vijftig die nu pas beginnen aan kinderen. Sorry vrienden, maar dat zijn opa’s voor mij. Wij waren twintigers en in onze vriendengroep toen de enigen met kinderen. Veel striptekenaars. Onze dochter heeft bij alle oude rotten op schoot gezeten. Scheetjes gelaten in de nek van Erik Kriek.

„Kinderen worden nu in wagens door de stad gereden terwijl ze naar het volk wuiven, ze hebben overal inspraak, alles wordt gedoogd. De beste stuurlui staan aan wal, natuurlijk, maar ik zie het met lede ogen aan. Ook het zuchten en steunen van de ouders, want ze zijn toch een beetje te oud om al die dingen te doen. Ik kan nu lekker met mijn dochter naar bandjes gaan kijken en met haar in de kroeg hangen. Zij pas als ze tachtig zijn.”

Dieren zijn niet slecht. Ze eten elkaar of jou wel op maar ze bedoelen er niks mee

En hier zien we?

„‘De Madonna met de pegel’. Ze is een verpleegster en er loopt een snottebel uit haar neus. Ik moest denken aan Vermeers ‘Meisje met de parel’. Heb ik gemaakt voor een groepsexpositie van kunstenaars op het WG-terrein die nooit is doorgegaan. Een oud ziekenhuis, vandaar. En mijn vader was niet lang daarvoor overleden. Op de achtergrond zie je een man, Fred Flintstone, aan allerlei infusen. Ik ben zelf ook een keer heel ziek geweest, vroeger, toen lag ik er ook zo bij. Dat zit er allemaal in. Als je goed kijkt, zie je ook nog een Spongebob Squarepants-ballon.”

Veel mannen hebben fantasieën bij verpleegsters.

„Jij niet?”

Nu je het zegt.

„Het is ook wel een sexy verpleegster. Zeker als je in het ziekenhuis ligt en op je bare essentials bent teruggeworpen, en dan komt er zo’n engeltje. Ze is een goed mens. Ik heb haar uniform velasquiaanse plooien gegeven. Met houtskool kun je echt schilderen, dat is er zo prettig aan, heel anders dan pen of penseel. En je haalt het zo weer weg, door te gummen, en begint opnieuw. Dat geeft ruimte, je kunt er onbeperkt mee doorgaan. Vaak zet ik gewoon wat op, maar gaandeweg kan het iets compleet anders worden.”

Lees ook een eerder interview met Typex (2018) over zijn Warholstripbiografie: ‘Andy behelst alles waar ik van hou’

Schilderen als een ‘stream of consciousness’?

„Ja, ik probeer dat ook steeds meer in mijn strips te brengen, om mezelf te verrassen. Een beetje als filmmaker David Lynch: je begint met een beeld dat spontaan bij je is opgekomen en dan probeer ik te verzinnen wat er in godsnaam gebeurd kan zijn. En terwijl je bezig bent, komt er iemand om de hoek en denk je: wat heeft die er nu weer mee te maken? En zo verder.”

Die eend kon zomaar door een andere tekenaar gemaakt zijn dan de verpleegster.

„Dat klopt. Steeds als ik aan iets begin, ben ik daar helemaal vol van en denk ik dat er maar één manier is om het te doen. En het volgende schilderij doe ik weer helemaal anders. Door de oude techniek van houtskool komen ze toch samen, houtskool is zo een manier om mezelf te beperken.”

En wie is deze huilende Jan Klaassen?

„Dat is Punch, van het victoriaanse poppenkastduo Punch & Judy. Hij is wreed en slecht, hij slaat iedereen met zijn stok, ook zijn vrouw Judy. Maar hij heeft elke keer ook weergaloos verdriet om wat hij aanricht. Ik vind hem een deerniswekkende figuur en daarom dacht ik: ik maak een monument voor hem.”

Waarom dat mobieltje aan zijn oor?

„Hij wil het goedmaken, waarschijnlijk. Hij heeft die stok nog in zijn hand en ik weet niet wat er allemaal is gebeurd, er liggen scherven van cocktailglazen en ijsblokjes op de grond. Het heet ‘Jammer, Punch!’ Degene die die titel heeft bedacht, heeft de hoop verloren dat het ooit nog iets met hem wordt. Maar Punch staat toch weer te bellen, in tranen. Judy, als ze al opneemt, weet ook al lang hoe laat het is. Zie je dat hij zo’n ouderwetse gezondheidsarmband om heeft? Daar is hij ook weer ingestonken.”

Ingestonken?

„Ken je Nico Haak nog?”

Natuurlijk, van de tophit ‘Foxie Foxtrot’.

„Toen zijn hits met de Paniekzaaiers in de jaren 80 opdroogden, begon hij op tv reclame te maken voor gezondheidsarmbanden die het eeuwige leven beloofden, maar kort erna ging hij plotseling dood en moesten alle advertenties worden ingetrokken. Maar Punch kocht er natuurlijk nog eentje.”

Verdriet over wat je aanricht, maar het toch doen; zit dat ook in jou?

„Ik vind empathie een van de belangrijkste eigenschappen die je kunt hebben. Ik geloof niet in absolute booswichten. Ik ben niet tevreden met: die of die is gewoon heel erg slecht. Zelfs een Hitler. Iedereen is een baby en een kind geweest. Die zijn toch onschuldig. En dieren. Wat moet je jezelf niet aandoen om zo’n plaats te gaan innemen in de wereld, en in je eigen leven? Dat is voor mij onvoorstelbaar, maar daardoor ook onvoorstelbaar interessant.”

Iets verzinnen kan je dichter bij de waarheid brengen dan feiten proberen na te vertellen

Gaat daar je nieuwe boek over?

„Pas na twee jaar eraan werken begon het thema me helder te worden. Opwindend: iets ontdekken dat er altijd al was. Het heeft te maken met subjectieve waarheid: never let truth get in the way of a good story, net als bij mijn stripbio’s. Dat je door iets te verzinnen dichter bij de waarheid komt dan door feiten proberen na te vertellen. Nu ben ik uitgekomen bij het Peter Pan-complex, dat gaat ook over ‘je eigen waarheid’.”

Weigeren volwassen te worden.

„Precies, met Michael Jackson als sleutelfiguur. En diens aap dus.

Worstel je er zelf mee?

„We worstelen allemaal met ouder worden. Ik heb het altijd een spannend idee gevonden als fictieve figuren uit je jeugd met je mee groeien. Ik zit nog steeds met mijn popmuziek en mijn strips, maar ik probeer ze wel mee te laten groeien. Ik ben slecht in ballast afwerpen, maar ik vorm het om zodat ik alles kan meenemen.”

Ben je een hoarder?

„Van mijn herinneringen, ja. Maar ik hou juist niet van nostalgie. Ik spaar geen Star Wars-poppetjes.”

Naar welke muziek luister je op die vrijdagen in je atelier?

„Van alles: The Undisputed Truth, een soort poor man’s Temptations. Heavy metal, Roxy Music, rock-’n-roll van Gene Vincent. D’Angelo, dat is r&b.”

Eclectisch.

„Dat eclectische heb ik altijd gehad. Ik kom uit een heel liefdevol gezin, maar het was niet cultureel. Op dat vlak moest ik alles zelf ontdekken, wat trouwens wel werd aangemoedigd en daar ben ik heel dankbaar voor. Toen ik op de kunstacademie kwam, was ik piepjong, net achttien. Ik wist niets van de wereld van de kunst. Strips waren mijn wereld. Ik hou nog steeds én van André van Duin én, noem maar iets intellectueels, de romans van David Mitchell. En ik zie wat ze gemeen hebben. André van Duin is voor mij geen camp geworden.”

Fantasie lijkt misschien weglopen van het leven. Maar het is ook de verrijking ervan.

Kun je eigenlijk ironisch tekenen?

„Neem deze houtskooltekening van Barbabapa, daar moeten mensen in eerste instantie om lachen, maar het is eigenlijk het meest vertwijfelde wat ik heb gemaakt. Barbapapa vlucht voor een horde honden. Een klassiek Engels jachttafereel, en het gaat niet goed aflopen. Barbapapa heeft Barbabob als een pluizig vaatdoekje over zijn arm hangen.

„Barbabob is de kunstenaar van de familie, hij ís de kunst. Barbapapa probeert hem te beschermen, maar het is gruwelijk wat er gaat gebeuren. Dit schilderij heet ‘Meat’. Want ongeacht hoeveel leuke bagage je opdoet in het leven, op een dag ben je alleen maar vlees. Dat zit in al mijn werk: ik probeer het zo leuk mogelijk te brengen, maar mooier kunnen we het niet maken.”

En wat maakt het leven de moeite waard?

„Toch wel de fantasie. Fantasie lijkt misschien weglopen van het leven. Maar het is ook de verrijking ervan. De buitenwereld is prachtig en geweldig, maar je begrijpt er geen fuck van zonder die binnenwereld, zonder dat je er een interpretatie aan geeft, routes maakt. Als je je intuïtie volgt, ontdek je die paden vanzelf. Fantasie is mijn eerste levensbehoefte.”

Is een werk ooit klaar?

„Ja, en na maanden, soms jaren, aan iets te hebben gewerkt snak ik daar ook naar.”