Recensie

Recensie Theater

In de duinen van Oerol gaan mensen en aliens een relatie aan

Theaterfestival Na twee online jaren vindt Oerol weer gewoon op Terschelling plaats. Het programma loopt uiteen van een westernspektakel tot ingetogen muziektheater over een zeventiende-eeuwse novelle. Moeizaam samenleven blijkt een terugkerend thema.

In ‘The promised land’ van YoungGangsters belanden aardbewoners als vluchtelingen op een andere planeet.
In ‘The promised land’ van YoungGangsters belanden aardbewoners als vluchtelingen op een andere planeet. Foto Bart Grietens

Als je over de dijk langs de Waddenzee fietst en vogels boven je door de lucht zeilen, melodieën tsjirpend, is de overweldigende natuur op Terschelling zelf net theater. Dat eilanddecor geeft de voorstellingen op Oerol een extra dimensie.

Tijdens de 41ste editie van dit theaterfestival wordt het gehele Waddeneiland eindelijk weer omgetoverd tot een groot festivalterrein. Tussen 10 en 19 juni zijn op allerlei plekken performances in de adembenemende landschappen die het eiland te bieden heeft. Al het natuurschoon kán een meesterlijk decor zijn, maar als festivalbezoeker is het soms ook je grootste vijand. Als je anderhalf uur in de brandende zon op een houten tribune zit bijvoorbeeld. Of wanneer grijze wolken zich samenpakken boven de tot voorstellingslocatie omgebouwde motorcrossbaan, of talloze muggen ’s avonds door het publiek buitel-duiken. Op het eiland is het doortrappen en schuilen voor een bui, maar na twee online edities biedt het live programma weer de ervaring waarnaar de Oerol-bezoeker lang heeft uitgekeken.

Lees ook over Oerol 2021: Ook online is de directheid van theater voelbaar

In het bos bij West-Terschelling, het grootste dorp van het eiland, speelt ’s avonds Grace van Theater Rast. Fans van BBC-hitserie Killing Eve kunnen hier hun hart ophalen, want Oerol heeft nu z’n eigen seriemoordenaar, die even charismatisch als gestoord is: Grace, gespeeld door Charlie Chan Dagelet. Zij is ontsnapt aan de gruwelen van een plantage waar ze gedwongen werkte, maar haar geliefde (een intrigerende rol van Michiel Blankwaardt) bleef achter. Grace gaat over lijken om hem terug te vinden.

Tussen de dennen creëert regisseur en schrijver Ada Ozdogan, in samenwerking met co-auteur Momo Samwel, een bizarre westernwereld. Twee premiejagers worden meegesleept in Grace’ plannen: een bangige wannabe-schrijver (Sidar Toksöz) en een hyperprofessionele ‘bounty hunter’ (Denzel Goudmijn). Ook hun baas (een heerlijk spelende Mattias Van de Vijver) raakt erbij betrokken. De makers lieten zich inspireren door de film Django unchained van Quentin Tarantino, en dat zie je. De dialogen zijn snel en komisch, nepbloed spat in het rond.

Gedoe over grenzen

In het bosrijke gebied rondom West spelen twee voorstellingen die op het eerste gezicht totaal verschillend lijken: Acts of citizenship en The promised land. Toch is er een parallel: in beide performances gaat samenleven gepaard met gedoe over grenzen en trekt iemand een wapen, als wanhoopsactie om de boel op te lossen.

Bij Acts of citizenship van Via Berlin heeft Vlaanderen zich van Wallonië afgescheiden, in een dystopisch scenario van Rachida Lamrabet. Voor ‘niet-etnische Vlamingen’ is geen ruimte meer, waardoor een – steeds grotere – groep asielzoekers zich aan de Nederlandse grens verzamelt. Lamrabet focust op drie grenswachters, die moeten voorkomen dat de vluchtelingen het land in komen. Zij hebben zeer verschillende perspectieven: eentje volgt het kabinetsbeleid blind; een ander vindt dat de grens direct open moet. In het glooiende duinlandschap duiken, tegenover de wachters, steeds meer figuren op. Op de plek van hun gezicht prijkt een wit vlak: het zijn anonieme zielen, hopend op hulp. De nerveuze situatie aan de grens wordt kracht bijgezet door de blazers van het Berlage Saxophone Quartet, die de spanning opvoeren met stemmige composities.

Sommige scènes zijn nogal schematisch, omdat wel heel veel perspectieven op het vluchtelingenvraagstuk aan bod komen én randverschijnselen die bij een crisis komen kijken: politiek gewin, influencers of bemoeizuchtige BN’ers. Dit sluit aan bij de context van de performance: het stuk werd ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam en maakt deel uit van wetenschappelijk onderzoek, waaraan de toeschouwers worden onderworpen. Je volgt een speciale route en vult vragenlijsten in – over de precieze toedracht van het onderzoek mag gedurende het festival nog niets bekend gemaakt worden om toekomstige bezoekers niet te beïnvloeden.

Vluchtelingen

Ook in The promised land van YoungGangsters botsen twee bevolkingsgroepen. In dit stuk belanden aardbewoners als vluchtelingen op een andere planeet. Al zien zij dat zelf niet zo: zij zijn ‘kolonisten’, die direct de onderhandeling aangaan met de lokale bevolking. Deze boomachtige wezens zuigen met hun tentakels ‘nectar’ uit de bodem en spreken een prachtig taaltje, uit de pen van schrijver Jibbe Willems. In eerste instantie worden de mensen nog gedoogd, maar dit stopt als zij een heel plan blijken te hebben om alle nectar uit de bodem (de ‘sapwieg’) te halen. In de omgang met de ‘nieuwe’ planeet klinkt ons koloniale verleden door en de menselijke neiging om zich grondstoffen toe te eigenen. Het verhaal wordt uitzinnig uitgevoerd door de spelers, die de lachers op hun hand hebben, terwijl ze door het mulle zand hollen, samen met het publiek een lint spannen of een liefdesrelatie tussen mens en alien verbeelden.

In de tuin van café De Groene Weide staat een al even excentrieke performance: Niemand heet Rozenhart van de Veenfabriek. Als er een festival-award zou bestaan voor meest hysterische vormgeving, zou deze voorstelling hem absoluut winnen. Tussen een met goudpapier ingepakte rollator, attributen uit een fastfoodrestaurant en fluorescerende outfits ontvouwt zich het verhaal rond een meisje, Rozenhart, geschreven door Koos Terpstra. Rozenhart wordt zomaar weggegeven aan een oude rijkaard. Als de oude man sterft, erft zij alles – tot grote onvrede van zijn omgeving. Er wordt een rechtszaak aangespannen en vrijers proberen ondertussen haar hart te stelen.

Er zijn volop catchy muzikale acts en extravagante personages, zoals een vlezige ‘oermoeder’ (Phi Nguyen), een dominante jager (Sharlee Daantje) of principiële boer (Jacobien Elffers). Terpstra lijkt iets te willen zeggen over eerlijk- en rechtvaardigheid, maar die boodschap raakt wat ondergesneeuwd in de overdadige regie van Joeri Vos.

Nieuwkomers

Tegenover het spectaculaire festivalgeweld van de voorstellingen van bijvoorbeeld YoungGangsters en de Veenfabriek staan ingetogenere stukken, zoals twee producties van Orkater. Onder de vleugels van talentontwikkelingstraject Nieuwkomers maakte solist Gery Mendes de voorstelling Borboletas. Mendes speelt hierin een zoon wiens vader uit Kaapverdië naar Nederland is gekomen. In de monoloog, geregisseerd door Benji Reid, vult Mendes gesproken scènes aan met gezongen momenten, waarbij hij zichzelf begeleidt op gitaar of ritmisch met een mes langs metaal schraapt. Centraal staat een bouwval: het huis in vaders thuisland, dat een paleis had moeten zijn, dat generatie op generatie doorgegeven zou worden. In het decor van Zico Lopes rusten wat balken op palen, die twee bankstellen doorboren. Deze meubels lijken in de grond weg te zinken – de tijd heeft vaders dromen ingehaald.

Net als Mendes duikt Nieuwkomers-collectief Uma in het Europese koloniale verleden met de voorstelling Oroonoko over het levensverhaal van een Ghanese prins zoals beschreven in een zeventiende-eeuwse novelle. De prins werd tot slaaf gemaakt en aan het werk gezet op een plantage, maar raakte bevriend met de plantagehouder, zo beschreef de Britse schrijfster Aphra Behn. Spelers Carmen van Mulier, Jamie Grant en Cripta Scheepers brengen deze vertelling in mooie, afgemeten scènes. Gestileerde momenten worden soms stilgezet en dan zouden die beelden zo illustraties uit de novelle kunnen zijn. Tussen witte decorstukken – een trap en een bogenrij – in een dal in het Hoornse bos, spelen zij de protagonist, zijn geliefde of de plantagehouder. De actrices hebben geen vaste personages, nemen de rollen steeds van elkaar over. Hun spel is krachtig en loepzuiver.

Daarbij zorgt percussionist Jimmi Jo Hueting voor een afwisselende soundtrack, waarin klanken uit de zeventiende eeuw opklinken tussen elektronische beats. Oroonoko is een lust voor het oog en overtuigt door commentaar op het oorspronkelijke verhaal, zozeer dat je de talloze prikgrage muggen helemaal vergeet.