Een jaar inflatie: populaire B-merken, duurdere energie en goedkopere e-readers

Inflatie Na een jaar maakt NRC de balans op. Budgetsupermarkten werden populairder, de energieprijs schoot omhoog, maar hoofdtelefoons en e-readers werden goedkoper.

Inflatie Na een jaar maakt NRC de balans op. Budgetsupermarkten werden populairder, de energieprijs schoot omhoog, maar hoofdtelefoons en e-readers werden goedkoper.

Wees op de hoede voor hoge inflatie, waarschuwde president van De Nederlandsche Bank Klaas Knot vorige zomer nog in een gesprek met NRC. De toenemende prijzen die kwamen met het openen van veel economieën na coronalockdowns, hadden volgens sommigen, waaronder de Europese Centrale Bank, vooral tijdelijke oorzaken. De prijzen zouden zich dus binnen afzienbare tijd weer stabiliseren.

Dat gebeurde echter niet. De gemiddelde inflatie tikte in mei 8,8 procent aan, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek donderdag. Iets lager dan in maart en april, maar toch een niveau waar de meeste ramingen een jaar geleden nog geen rekening mee hielden. En hoewel het nieuwe energiecontracten voor huishoudens zijn die het grootste aandeel hebben in die stijging, sijpelen de hogere prijzen al maandenlang door naar andere goederen en diensten. Zo zijn groenten inmiddels 8,9 procent duurder ten opzichte van een jaar eerder, vlees zelfs 13,9 procent.

In de laatste aflevering van deze inflatierubriek blikt NRC terug op de prijsontwikkelingen en de oorzaken daarvan van het afgelopen jaar. En welke producten of diensten stegen (of daalden) het meeste in prijs sinds begin vorige zomer?

Een jaar terugblikken

De oorzaken van de prijsontwaarding zijn talrijk. Na de lockdowns van vorig jaar gaven veel consumenten massaal weer geld uit, terwijl de energieprijzen al stegen en er volop logistieke problemen speelden in de internationale aanvoerlijnen. Daarbij kwam dat vooral de Amerikaanse consumptie naar recordhoogtes steeg: in plaats van banen te behouden door regelingen zoals de NOW in Nederland, kregen Amerikaanse burgers tijdens de coronalockdowns rechtstreeks geld van de overheid gestort. De daaropvolgende overconsumptie zorgde voor meer vraag naar goederen op de wereldmarkten – met tot gevolg dat ook hier in Europa bedrijven hun kosten zagen stijgen.

Veel ramingen gingen er vorig jaar van uit dat de inflatie zo onderhand wel zou zijn gaan dalen. Maar met name de oorlog in Oekraïne gooide roet in het eten, zegt ABN Amro-econoom Jan-Paul van de Kerke. De energieprijzen zijn nu constant hoog in plaats van dat ze weer dalen naar een ‘normaler’ prijsniveau. In combinatie met de door de oorlog verstoorde voedseltransporten én lockdowns in China, staat Nederland en veel andere landen dus nog een langere tijd van hogere prijsstijgingen te wachten.

„We zijn zo met elkaar geïntegreerd, dat als er ergens een kink in de kabel komt, daar allerlei problemen uit voortkomen, waaronder dus inflatie”, aldus Van de Kerke. „En je ziet dat er toch langzamerhand andere opvattingen zijn gaan heersen over dat systeem. Veel bedrijven proberen nu bijvoorbeeld grotere voorraden aan te leggen.”

B-merken

In tijden van hoge inflatie gaat een prijsbewuste consument op zoek naar goedkopere alternatieven. Niet meer naar de Albert Heijn, Plus, of Jumbo, maar naar de discounter of de markt. En in plaats van duurdere A-merken koopt hij of zij net wat vaker de pasta, kaas en koffie van het voordelige huismerk.

Ook de laatste maanden gebeurde dat volop. Zo is het marktaandeel van goedkope supermarktketens in de eerste vier maanden van dit jaar 3 procent gestegen, constateerde marktonderzoeker GfK onlangs. De verkoop van huismerken nam in die periode met 6 procent toe, terwijl Nederlanders A-merken juist 5 procent minder vaak in de winkelmand legden.

Maar wat als héél Nederland van de ene op de andere dag massaal zou overstappen op goedkopere huismerkproducten? Zou het totale inflatiecijfer van het CBS volgende maand dan ineens een stukje lager zijn? Volgens Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het statistiekbureau, ligt dat net iets anders.

Bij het berekenen van de inflatie houdt het CBS weliswaar rekening met een ‘substitution bias’, maar dat is geen correctie die maandelijks plaatsvindt. Dat gebeurt volgens Van Mulligen via de mate waarin een product meeweegt in het totale inflatiecijfer. Hoe zwaar een product meetelt, is afhankelijk van hoe zwaar het drukt op de totale jaarlijkse bestedingen.

Die wegingen past het CBS een keer per jaar aan, in januari. Dus stel dat Nederland collectief van A-merk-boodschappen overstapt naar de huismerkvariant, maar bij andere uitgaven niet, dan zullen boodschappen volgend jaar minder zwaar meewegen in het totale prijspeil.

Daar zit ook een keerzijde aan: voor de groep die wél A-merken blijft kopen, zal het inflatiecijfer dan een onderschatting zijn. Bij hen zal het aandeel van boodschappen in de totale bestedingen namelijk niet dalen, maar gelijk blijven. “Maar dat gewicht is een gemiddelde: het is precies voor niémand exact van toepassing”, aldus Van Mulligen. “Hoe inflatie eruitziet, is voor iedereen anders.”

Mandjes en categorieën

Of je nu B-merken koopt of niet, onder de prijsstijgingen van veel producten kan men niet uit komen. Van alle productcategorieën steeg elektriciteit met 118 procent in een jaar het meest in prijs, gevolgd door voornamelijk andere vormen van energie, zoals aard- en stadsgas (109,5 procent), lpg (45,2 procent) en diesel (41,7 procent). Verder valt het schapen- en geitenvlees op, dat bijna 38 procent duurder is dan een jaar geleden. Onder meer de gestegen kosten voor grondstoffen maken dat mengvoer ook in prijs stijgt. Dat moeten boeren uiteindelijk doorberekenen in de prijs.

Onder de categorieën die in prijs daalden, vallen onder meer hoofdtelefoons en e-readers (-13,8 procent), mobiele telefoondiensten (-7,4) en verzekeringen voor in het vervoer (-8,3 en -6,8 procent). In het rijtje staat opvallend veel elektronica. Een mogelijke verklaring is een al langer aanhoudende trend: mobiele telefoons bijvoorbeeld nemen een jaar na introductie op de markt snel in prijs af omdat er een nieuw model verschijnt. Daardoor is een product met dezelfde specificaties dus goedkoper.

Wat betreft de activiteiten die deze rubriek de afgelopen maanden heeft gevolgd, zijn ook grote verschillen in prijsstijging te zien. De kampeervakantie kost momenteel ruim 17 procent meer dan een jaar geleden, terwijl de prijs van het avondje uit maar met 5 procent steeg. Boosdoener van de grote prijsstijging van de kampeervakantie is het vliegticket: de prijs van een internationale vlucht lag in mei maar liefst 45 procent hoger dan een jaar geleden. Niet gek, gezien er vorige zomer nog niet veel gevlogen kon worden vanwege de reisrestricties, en nog lang niet iedereen gevaccineerd was.

Illustraties Stella Smienk.
Infographics Stella Smienk, 10 juni 2022. Bron CBS.