Eén fout en de klok tikt of slaat niet meer

Klokkenmaker Na jaren een klokkenzaak gerund te hebben in Amsterdam repareert Jaap Meijer de uurwerken tegenwoordig in zijn Haarlemse atelier. „Dit is het mooiste beroep dat er is.”

Jaap Meijer (66) restaureert al 38 jaar klokken, het liefst antieke.
Jaap Meijer (66) restaureert al 38 jaar klokken, het liefst antieke. Foto Olivier Middendorp

In een klein zolderatelier op een industrieterrein in Haarlem is klokkenmaker Jaap Meijer (66) druk in de weer met schroefjes, boutjes en gewichtjes. Elk halfuur klinkt er geklingel van klokken die tegelijkertijd slaan: tik, tok, kling. Of de klokkenmaker niet gek wordt van het lawaai? „Nee, hoor”, lacht hij. „Aan het getik kan ik precies horen of een klok lekker loopt.” En de tijd, daar is hij altijd van op de hoogte. „Een horloge draag ik niet.”

Meijer, een charismatische man met grijs haar en een snor, is gekleed in een blauwe trui en spijkerbroek. Hij restaureert al 38 jaar klokken. Vooral antieke klokken: om het geld kan hij niet „te kieskeurig zijn”, maar de moderne klokken probeert hij zo veel mogelijk buiten de deur te houden. Tot 2021 had de klokkenmaker een winkel op de Overtoom in Amsterdam: Meijer Antieke Klokken. De huurprijs van de winkel steeg alleen sneller dan de omzet van de klokkenmaker. Nu heeft hij slechts een kleine werkruimte in Haarlem. Klagen doet hij niet: de meeste klokken hangen toch aan de muur en nemen dus weinig plek in.

‘Een goede niche’

De klokkenmaker leerde het vak van uurwerktechnicus aan de Vakschool in Schoonhoven. Hij ging naar de Vakschool om goudsmid te worden, maar kwam de opleiding uurwerktechniek tegen. „Ik dacht: hé, dat is veel leuker!” En zo geschiedde. Restaurateurs van antieke klokken waren er weinig, dus dat werd zijn specialisatie. „Een goede niche, dacht ik zo.”

Antieke klokkenmakers zoals Meijer zijn er in Nederland bijna niet meer. Volgens de branchevereniging Federatie Goud en Zilver zijn er nog maar vijfentwintig bedrijven ingeschreven bij het specialisme ‘Grootwerk oud’. In de uurwerkbranche wordt gesproken van groot en klein werk: groot voor klokken en klein voor horloges. In de totale branche zijn nog 540 personen actief volgens MKB Nederland, maar de meeste zijn horlogemakers. Logisch, vindt Meijer, in de horlogebranche gaat meer geld om. Immers, er zijn meer horloges dan er antieke klokken zijn. En er komen nog elke dag nieuwe horloges bij. Maar antieke klokkenmakers zijn ook „hard nodig”.


Olivier Middendorp

Antieke klokken zijn vaak eeuwenoud en zonder klokkenrestaurateurs gaat een stuk geschiedenis verloren. Horlogemakers hebben veel vaardigheden die een antieke klokkenmaker ook bezit. Zo is de kennis over hoe een uurwerk in elkaar zit enigszins vergelijkbaar. Meijer: „Maar voor het restaureren van antieke klokken heb je een veelzijdiger kennispalet nodig.” Antieke klokken bevatten algauw honderden verschillende onderdelen. En onderdelen die kapot gaan, zijn nergens meer te koop. Nieuwe onderdelen voor de klok maakt Meijer dus zelf. „Het vereist veel techniek en creativiteit.” Recent maakte hij een eigen zilverpasta voor het inkleuren van wijzerplaten. In de winkel was zilverpasta niet mooi genoeg van kleur.

Franse pendules

In de kleine werkplaats in Haarlem staat en hangt het vol met antieke klokken. Op het moment restaureert Meijer vooral veel Franse pendules; een Franse schoorsteenklok, met ronde vormen en veeropwinding, die afkomstig is uit de negentiende eeuw. Waarom de klokkenmaker nu veel pendules binnenkrijgt, weet hij niet. „Het lijkt wel alsof het in golven komt. Nu is het de pendule en straks is het weer een andere klok.” Over de restauratie van een pendule doet Meijer gemiddeld een dag. Hij streeft naar een uurtarief van 70 euro exclusief btw. Het is minder dan het uurtarief van een autogaragewerkplaats, al is het wel een beetje afhankelijk van de klok. „Sommige klokken zijn zo oud dat bijna alle onderdelen vervangen moeten worden. Dan ben ik duurder”, lacht hij.

In de werkplaats in Haarlem staat en hangt het vol met antieke klokken

De oudste klok in het atelier is een Engelse tafelklok uit het begin van de achttiende eeuw. Kennis over geschiedenis is belangrijk als klokkenmaker, vertelt Meijer. „Je moet de klok in de tijd kunnen plaatsen om hem goed te restaureren. Een klok uit de zestiende eeuw heeft andere kenmerken dan een uit de zeventiende eeuw.” En dat niet alleen. Meijer loopt naar zijn werktafel en pakt er een groot bruinkleurig boek vanaf. Hij bladert door het boek heen en wijst naar de inhoud. „Kijk! Frans. Alle vakliteratuur is in het Frans, Engels of Duits, dus het is ook wel belangrijk dat je wat talen spreekt.”

In de ideale situatie heeft Meijer een antieke klok binnen een paar uur weer aan de praat, maar vaker is hij er wel een paar weken mee bezig. „Je kan niet ongeduldig zijn als klokkenmaker”, zegt hij. Alles wordt met de hand gedaan: lagers vervangen, zilverpasta maken, schroefjes draaien en onderdelen schoonmaken in een ultrasoon bad [een reinigingsmethode die ook wel gebruikt wordt voor ziekenhuismateriaal]. Op zijn werkblad ligt een vergrootglas. „Het werk luistert erg nauw. Eén fout en je klok tikt of slaat niet meer.”

Je moet alles zelf betalen: huur, gereedschap, apparatuur, verzekeringen. Het houdt niet op

Jaap Meijer (66) klokkenmaker

Voor het behoud van de antieke klok zijn er meer oudeklokkenliefhebbers zoals Meijer nodig, maar jonge aanstroom is er te weinig. In zijn oude atelier had Meijer nog stagiairs van de Vakschool in Schoonhoven, maar die komen al een tijd niet meer. Hij heeft geen ruimte om ze op te leiden. En zonder praktijkopleiding word je geen klokkenmaker, want klokken restaureren leer je alleen door het te doen. Zelf deed Meijer er jaren over voordat hij volleerd klokkenmaker was, „en nog steeds leer ik iedere dag nieuwe dingen”.

De meeste van Meijers collega’s zijn midden vijftig of ouder, en hebben net als hij geen tijd, geen geld of geen ruimte om mensen op te leiden. Zou een cursus klokken restaureren de oplossing kunnen zijn? „Dat lijkt mij niet zuiver. Klokken restaureren is geen knutselwerk”, zegt Meijer. Jarenlange training is nodig. „Anders hebben we straks geen antieke klokken meer over.”

Geen vetpot

Financieel is het vak „ook niet zo aantrekkelijk voor jonge mensen”. De meeste klokkenmakers zijn werkzaam als zzp’er. Om als beginnend klokkenmaker te starten met een bedrijf moet je forse investeringskosten neerleggen. Een grote draaibank kost algauw 5.000 euro, een kleine 2.000 euro. „En de huur van een pand, daar wil ik het niet eens over hebben”, zegt Meijer. Een klokkenmaker kan rekenen op een omzet van tussen de 1.600 en de 2.600 euro per maand, afhankelijk van specialisaties, ervaring en leeftijd. Geen vetpot dus, en zeker niet met alles wat er afgaat. „Je moet alles zelf betalen: huur, gereedschap, apparatuur, verzekeringen. Het houdt niet op.” Een pensioen heeft de klokkenmaker niet.

Opvolging voor Meijers bedrijf is er niet. Zijn twee zoons gaf hij ooit een antieke klok cadeau, maar ze hebben nooit dezelfde liefde voor het uurwerk ontwikkeld als hij. Maar zolang er vraag is, blijft Meijer werken. „Het is het mooiste beroep dat er is. Wie kan er nou zeggen dat hij elke dag eeuwenoude klokken weer aan de praat krijgt?”

Foto’s Olivier Middendorp