Recensie

Recensie Uit eten

Een beetje nouvelle vague, een beetje nouvelle knaag: een eigenwijs Zuid-Frans eetcafé in Rotterdam

Foto Walter Herfst

Een van mijn lievelings verzuchtingen als enthousiaste eter in Rotterdam is: waar kan je nou toch terecht voor een goede biefstuk-frites? Ja, er zijn biefjes-friet genoeg in de stad, maar ik bedoel een goede. Met knapperige frieten. Een frisse salade met vinaigrette. Het klinkt zo eenvoudig, in de praktijk valt het niet mee.

En toen, als een oase in de woestijn, verscheen aan mij de menukaart van Café Marseille, „een ruig Zuid-Frans eetcafé op de kade in Rotterdam, sedert december 2020” (voor niet-ingewijden: ‘de kade’ is de West-Kruiskade). Daarvoor baatten de eigenaren, chef Derk Jan Wooldrik en Kris Barman, er een hippig, eigenwijs Indiaas restaurant uit, maar dat werkte niet helemaal. Er werd overgestapt naar Frans, het eigenwijze bleef. De hele dag serveren ze klassieke Zuid-Franse en mediterrane gerechten in een ongedwongen sfeer. Je kunt er een croissantje eten, borrelen met een kaasje of een oester. Er zijn crudités, elegante fruits de mer of gewoon een simpele puree met braadworst. En dus ook mijn innig gewenste steak frites.

De wild bestickerde voordeur zet de ruige toon. Half Rotterdam heeft hier zijn plakkende handtekening achtergelaten. Binnen is het wat lieflijker, met geruite tafelkleedjes waar ook nog een papieren kleed met hip Marseille-logo overheen gaat. Er hangen, schijnbaar lukraak, kitscherige schilderijtjes en oude foto’s. In een hoek staan dozen natuurwijn opgestapeld. De leuke, losse bediening past naadloos bij dit alles.

Boven het luik naar de keuken hangt een tv waarop (zonder geluid) oude Franse films te zien zijn. Als we binnenkomen is dat Cléo de 5 à 7 van Agnès Varda, een schitterende film waar je zo mogelijk nog meer naar verlangt dan naar steak frites: Café Marseille is nouvelle vague en nouvelle knaag ineen.

We kiezen vissoep en kippenleverpaté vooraf. Maar eerst: oeufs mayo.

Een eitje met mayo is altijd een veelbelovend begin. Hoe je het halve ei, tussen duim en wijsvinger geklemd, naar je mond brengt heeft een rituele feestelijkheid, net als bij oesters. Tik ze zachtjes tegen elkaar aan voor een toost: „Deze avond wordt fantastisch.”

De vissoep is vol en zacht van smaak. Een frisse kruidenolie geeft een anijsachtig accent aan de romigheid. Erbij twee stukjes stokbrood en rouille met die kenmerkende paprika-knoflooksmaak. In de soep een paar mosseltjes en kokkels als vulling (ik moet zeggen dat de soep er op de social media van Marseille er royaler uitziet).

Mijn gezelschap wordt niet teleurgesteld met haar paté. Wederom zacht van smaak, maar goed gekruid. Ook hier kruidenolie voor extra frisheid, en wat goedgemikt zelfgemaakt zuurgoed.

De tendresse gaat nog even door met een zalvende aardappelpuree bij de doradefilet. Om vervolgens overstemd te worden door de salsa van ui en rode pepers, die heftig om zich heen slaat met zuren en pit. Het filmaanbod heeft zich inmiddels navenant aangepast: we kijken nu naar Pierrot le fou van Jean-Luc Godard. In felle kleuren en botsend beeld wordt de mediterrane idylle van Jean-Paul Belmondo en Anna Karina ook ruw verstoord.

En die steak frites-droom? Die komt uit! De steak is goed (rare is hier ook echt rare), de bearnaisesaus fantastisch. Dunne frietjes erbij, knetterverse kropsla. Alleen: het bakje van de vinaigrette heeft vieze vlekjes en een chip uit de rand. Hm. De vinaigrette zelf is nét niet zuur genoeg. Even overwegen we er ons glas Rotterdamse perencider bij te mengen, want die proberen we al sinds het aperitief weg te nippen, zo bektrekkend zuur is zij.

Rest ons nog een dessert: de tarte au citron. Die is een beetje slordig, met een erg ongelijk laagje gebrande suiker, maar dat is ook wel schattig en rustiek. Een Frans slagje met een ruig, maar gouden randje.

Lot Piscaer is culinair recensent