Recensie

Recensie Boeken

De fenomenen in deze bundel lijken vreemd, maar bestaan echt (●●●●●)

Poëzie Maxime Garcia Diaz maakt kans op de Buddingh’-prijs met een debuut dat onder constante spanning staat, over een collectief bewustzijn dat eng én aanlokkelijk is. We zien hier het leven in de huidige wereld – als we tenminste niet wegkijken.

Foto Yuichiro Chino
Foto Yuichiro Chino

De debuutbundel van Maxime Garcia Diaz viel op mijn mat in een roze én in een lichtblauwe uitvoering. Ik sluit niet uit dat de bundel in nog meer kleuren is verschenen. Een digitaal, iets te perfect ogend meisje met ruw uitgeknipte ogen siert het omslag. Snel bladerend door de bundel zag ik zoet-roze tekeningen van stukjes taart die worden gebruikt als tekstverdelers. Leuk? Schattig? Irritant? Ik had nieuwsgierig kunnen worden van een mij onbekend woord als ‘hivemind’ (waarover later meer), maar ik moet bekennen dat ik pas met de nominatie voor de C. Buddingh’-prijs Het is warm in de hivemind ben gaan lezen.

Vier sterke bundels zijn geselecteerd voor de bekroning, die komend weekend zal plaatsvinden, met de prijs voor het beste debuut van 2021. Naast Tussentaal van Esohe Weyden, een klankrijke onderzoeking van existentiële vragen, Oeverloos van Nisrine Mbarki, een meeslepende familiegeschiedenis en confronterende verkenning van wat het betekent een vrouw en moeder te zijn in een prachtige, helderheid zoekende taal en Het Firmament Tussendoor van Ferdy Karto, een barokke en oorspronkelijke taaloefening waarin de tijd opgeheven lijkt, valt de bundel van Maxime Garcia Diaz (1993) op door zijn extremiteit.

De dichteres zet een wereld neer die vreemd verleidelijk en dreigend is. Utopie of dystopie? In meanderende gedichten en meesterlijk gecomponeerde cycli geeft de dichteres ruimte aan een onvoorspelbare, baldadige verbeeldingskracht waarbij het fysieke wordt afgezet tegen het mentale, het analoge tegen het digitale. Wanneer een ik-figuur aan het woord komt, blijkt er vaak een moeizame verhouding tot het eigen lichaam, iets wat veel vrouwen zullen herkennen. Het lichaam is af te pellen als een huid:

de mooie meisjes
liggen als slangenhuiden
de schillen van gepeld fruit
op het universiteitstoilet

In andere delen lijkt het lichamelijke juist een plek op te eisen in een door computers beheerste wereld:

ze zweven over steden in elektrische korsetten
met kapotte hersenkwabben
ze zwerven door de lange gangen van het internet

transformeren in hypersex zoeken veilige verbinding
via Frankrijk, soms Duitsland algoritme fluistert in haar oor
als ze haar eigen tepels aanraakt dit is kapitaal en het is een wapen
en het kan je steken en kan alleen maar tegen je

De gedichten getuigen ervan wat het is te leven in de huidige wereld, tonen hoe deze er nu en in de toekomst uitziet – als we tenminste niet wegkijken. Niet wegkijken van weilanden onder de zeespiegel. Niet wegkijken van meisjes die eetstoornisgrapjes maken en mythische meisjes die geen vanzelfsprekende plek hebben in deze wereld (‘er is altijd een meisje dat bij de h&m werkt/ en zij is altijd eigenlijk een mythisch wezen’). Niet wegkijken van meisjes die kotsen op het strand bij een schooluitje. Niet wegkijken als de geschiedenis in huilen uitbarst.

Niet wegkijken als gedichten alles wat je meende te weten over poëzie overboord gooien en oprekken, met webpagina-adressen als citaten en emoji’s als een hartje of een maan (waarvan ik niet weet hoe ik ze moet overtikken). En ja: niet wegkijken bij woorden die in eerste instantie vreemd aandoen.

‘Hivemind’ is een collectief bewustzijn of collectieve intelligentie. Ik stel me voor dat het internet een afspiegeling is van een hivemind. Ook een Amerikaans programma als Darpa van het Pentagon, waarin wordt toegewerkt naar een superbrein dat uiteindelijk ieders gedachten en alle op aarde beschikbare informatie zou moeten bevatten, is een hivemind.

Doodgeboren eeuw

Wat stelt het individu nog voor wanneer de hivemind niet langer een schrikbeeld uit de toekomst is? Met citaten uit uiteenlopende bronnen lijkt Garcia Diaz de hivemind aan het woord te laten. Individuele ervaringen worden altijd naast andere ervaringen gepresenteerd en gerelativeerd in een netwerk van informatie.

Door gebruik te maken van een filmische parallelle montage laat de dichteres fragmenten uit verschillende delen en lagen van de werkelijkheid zodanig langs elkaar schuiven dat ze een nieuw begrip van het geheel opleveren. Zo worden in ‘Original Innocence’ observaties van de geschiedenis als entiteit versneden met informatie over een ‘chimera’ ofwel hersenschim, net zolang tot de geschiedenis geïnfiltreerd wordt door iets lichaamsvreemds, dat na het lezen over een haperende machine, een verwrongen tweelingzusje en een doodgeboren eeuw méér dan dreigend is. De geschiedenis zelf lijkt de moed op te geven:

de geschiedenis pulkt aan zijn wondkorstjes
met elke seconde die wegtikt wordt hij verdrietiger ☾ het lichtroze
van zijn nagelriemen en de huidschilfers onder zijn nagelrandjes
een afbrokkelend heden ☾ als zijn psychiater de thee inschenkt
begint de geschiedenis kinderlijk
en schokkerig te huilen

een haperende machine
een verwrongen tweelingzusje
aaseter, dwaallichtje, herrijst uit de ruïne
van een doodgeboren eeuw
het kwik verdampt

op een dag wordt de geschiedenis wakker
zacht en angstig
en niet langer alleen in zijn lichaam

Dit is een bundel die constant onder spanning staat, met fenomenen die vreemd kunnen lijken, maar die bestáán, zoals ‘xenofeministen’, die radicaal en duidelijk zijn in wat we nodig hebben om de vrouw een stevige positie te geven: ‘we want neither clean hands/ nor beautiful souls,/ neither virtue nor terror./ we want superior forms/ of corruption’.

Zoekterm

Wanneer ik ‘xenofeminisme’ google, merk ik dat ik aansluiting lijk te vinden bij een hivemind, die met elk nieuw woord dat ik erbij leer, zijn tentakels verder en steviger uitspreidt. Ik weet niet meer of ik verder wil lezen in de bundel of meer wil opzoeken over technomaterialism, anti-naturalism, en gender abolitionism die bij de zoekterm verschijnen. Dit is, denk ik, waar de dichteres me wil hebben. Niet op een enkele plek, maar verbonden aan verschillende invalshoeken en kennisdatabanken. Hier wordt de variëteit en gelaagdheid van een collectief bewustzijn ervaarbaar gemaakt. Ik wil er wel en niet deel van uitmaken, maar heb al geen keuze meer.

In de voorlaatste cyclus ‘Sunshine Cynernetics’ (met de prachtige openingszin ‘hoe informatie haar lichaam verloor’) lijkt de hivemind het vertellersperspectief te hebben overgenomen. Wie of wat aan het woord is, is vloeibaar geworden - met een echo van de xenofeministen die geen schone handen willen: ‘een zeer wild dier uit de bossen zuiverheid en genade en ik wil geen/ schone handen water het liefst vergiftigd en ik wil geen schone/ handen iets maagdelijks maar ik wil geen schone handen en ik wil/ geen lichaam meer’.

Misschien is het meest verontrustende en geestverruimende van deze bundel dat er een zekere gulzigheid wordt aangesproken om je te verliezen in een door machines aangestuurde wereld, waarin een gedeelde geest zegeviert en het individuele er niet meer toe doet.

De vraag of Het is warm in de hivemind een utopie of dystopie voorstelt, blijkt irrelevant. In deze gedichten gaan uitersten hand in hand, glimmend en schrijnend, juichend en huilend:

Mijn handen zijn zacht. Uit mijn ruggengraat groeien ragfijne
draden. Ragfijn en ijzersterk. Ik wikkel ze om bleke nekken. Ik kerf
mijn naam in witte vacht.

Bij wat de transformatie tot een cyborg lijkt, klinkt de stem van de dichteres zo overtuigend dat het verlies van het lichaam pijn doet. Wie of wat zingt er nog, als het lichaam er niet meer is?

Ik wikkel een web
als korset
om aardevlees

:/