Topruiters denken stiekem: ik zou ook wel zo’n sabbatical willen als Edward Gal

Paardensport Het besluit van dressuurruiter Edward Gal (52) om rust te nemen, veroorzaakte weinig ophef. De paardensport is een slopende sport, zeggen ruiters, coaches en fokkers. „Om eerlijk te zijn miste ik de wedstrijdsport niet.”

Total US, het paard van Edward Gal, vorig jaar tijdens de finale van de olympische landenwedstrijd in Tokio.
Total US, het paard van Edward Gal, vorig jaar tijdens de finale van de olympische landenwedstrijd in Tokio. Foto’s Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het was een kort Instagram-bericht op 22 april. „Ik rijd al zo lang wedstrijden en ik heb er altijd heel veel plezier aan beleefd”, schreef dressuurruiter Edward Gal. „Maar na de Olympische Spelen in Tokio voelde ik dat ik even rust nodig had. Ik houd er enorm van om thuis te rijden en mijn paarden te trainen. Ik wil dat graag dit jaar in alle rust blijven doen.”

Edward Gal (52) staat al jaren aan de internationale dressuurtop. Hij won NK’s, WK’s en EK’s, individueel en met de nationale equipe. Met wonderpaard Totilas reeg hij in 2009 en 2010 de successen aaneen. En toch veroorzaakte zijn aankondiging weinig ophef. Wat bracht Gal ertoe en wat betekent zijn besluit voor de Nederlandse dressuursport?

Voor Alex van Silfhout, bondscoach van de Nederlandse dressuurploeg, kwam het besluit niet als een verrassing. „Ik zag het al een poos aankomen”, vertelt hij. „Het werd steeds moeilijker Edward mee te krijgen naar wedstrijden. Het plezier ontbrak, de motivatie.” Hoe lang al? „Twee of drie jaar.” Natuurlijk heeft hij Gal er wel eens naar gevraagd, zegt Van Silfhout, „maar ja, wat zeg je als iemand geen zin heeft? Dat-ie zin moet maken?”

Iris Boelhouwer, directeur topsport van paardensportbond KNHS, was voor Gals aankondiging op de hoogte gesteld. Op de vraag of het haar verraste, zegt zij: „Verrassen, verrassen ... Laat ik zeggen dat ik het van grote kwaliteit vind getuigen als een topsporter in de spiegel kijkt en concludeert dat hij het even niet meer kan opbrengen om fysiek en mentaal de perfectie te leveren die nodig zijn om op topniveau te presteren.” Er is bijna geen paardensporter die „zó lang, zó consistent heeft meegedraaid in de absolute wereldtop”, zegt Boelhouwer. „Alleen een menner als IJsbrand Chardon komt in zijn buurt.”

NRC sprak met ruiters, coaches, paardenfokkers en een jurylid. Bijna allemaal vinden ze: de paardensport laat zich moeilijk vergelijken met andere sporten. Waar we ervan zouden opkijken als Rafael Nadal een jaar uit het tennis stapt, of Frenkie de Jong uit het voetbal, is het niet gek als een ruiter met sabbatical gaat, hoe jammer ook voor de sport. De paardensport is een slopende sport, zeggen ze, om meerdere redenen.

„Ik denk dat heel wat ruiters stiekem denken: kon ik maar doen wat Edward doet”, zegt voormalig topamazone Imke Schellekens-Bartels, nu bondscoach voor de pony’s en kinderdressuur. Ze heeft zelf nooit een sabbatical genomen, maar toen ze in 2015 zwanger werd, en in het jaar erop beviel van haar zoon Joep, ging ze er automatisch een aantal maanden uit. „Dat luchtte ontzettend op”, bekent zij. „Om eerlijk te zijn miste ik de wedstrijdsport niet.”

„In de paardensport spreken we niet van een burnout”, zegt fokker en trainer Leunus van Lieren, die tientallen paarden tot Grand Prix-niveau opleidde en onder anderen amazones Dinja van Liere en Thamar Zweistra heeft begeleid. „We zeggen alleen: ik ben moe. Heel veel mensen in de paardensport zijn moe. Dan kan het helpen iets anders te gaan doen. Zelf heb ik om die reden een tijd bouwwerkzaamheden gedaan. Dan ging ik drie dagen timmeren en kon ik er weer tegenaan.”

Lange werkdagen

Waar de meeste andere topsporters hun carrière halverwege de dertig beëindigen, of, in het uiterste geval, rond de veertig, gaan hippische ruiters veel langer door. De Japanner Hiroshi Hoketsu (80) bijvoorbeeld, nam in 44 jaar tijd deel aan drie Olympische Spelen. Hij stond op de longlist om te worden afgevaardigd naar de Spelen van vorig jaar in Tokio. „De paardensport beoefen je vaak voor het leven”, zegt dressuuramazone Zweistra. „Sportkoepel NOC-NSF stuurt mij wel eens mailtjes met de vraag of ik nadenk over een tweede carrière. Daar moet ik om lachen, want dat kennen paardensporters niet. Als ze klaar zijn met wedstrijdrijden gaan ze lesgeven of in de handel. In principe blijven ze hun sport beoefenen.”

„Onze sport is een levensstijl”, zegt oud-bondscoach dressuur Rien van der Schaft. „Een Formule 1-coureur hoeft niet zijn eigen auto bij te stellen en een tennisser niet zijn racket. Maar paarden zijn levende wezens. Dat gaat veel verder. Ruiters zijn de hele dag met hun paarden bezig, op allerlei manieren. Eigenlijk zijn ze veel meer dan atleten.”

De sport wordt niet alleen lang (in jaren) beoefend, maar ruiters maken ook lange dagen. „Ze staan ’s morgens vroeg op en trainen acht tot tien paarden op een dag”, zegt Maarten van der Heijden, oud-technisch directeur van de KNHS, nu coach en jurylid. Dat moet wel, zegt hij, omdat ze niet alleen hun beste paard trainen voor concoursen nu, maar ook paarden met wie ze in de toekomst een topcombinatie hopen te vormen. In de meeste gevallen zijn ruiters bovendien geen eigenaar van de paarden die ze berijden. „Dat levert druk op, omdat eigenaren willen dat hun paarden regelmatig op wedstrijden uitkomen.”

Omdat de paardensport een dure sport is doen ruiters er in de avonduren andere dingen naast, zoals lesgeven en handel. Om een succesvol ruiter te zijn, is een veel gehoorde uitspraak, moet je een succesvol ondernemer zijn. Van der Heijden: „Uit KNHS-onderzoek onder kaderleden blijkt dat ruiters te weinig rust nemen. Ik ken geen ruiter die langer dan een week met vakantie gaat. Topruiters met goed personeel kunnen zich een langere vakantie permitteren, maar ook die kiezen er vaak voor snel naar hun paarden terug te keren.”

Wat ook niet meehelpt, zeggen ruiters, is dat hun sport geen winter- of zomerstop kent. De paardensport wordt het hele jaar door beoefend. Zweistra: „Ik kan me voorstellen dat je op een gegeven moment denkt: ik heb het even gezien, ik wil een keer iets anders.”

Total US, het paard van Edward Gal. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Torenhoge verwachtingen

Het Instagram-bericht van Gal roept veel vragen op. Vragen die hij, zijn partner Hans Peter Minderhoud en zijn trainster Nicole Werner niet willen beantwoorden. Het statement dat eerder is uitgegaan volstaat. „Spannender is het niet”, schrijft Werner.

Mensen die Gal van nabij kennen wijzen er op dat hij de laatste jaren onder druk heeft gestaan. Steeds vaker krijgt hij (en met hem vele andere ruiters) op social media kritiek vanwege vermeende dierenmishandeling. Dierenrechtenorganisatie PETA spande twee keer een rechtszaak tegen hem aan, omdat hij zijn paard in de controversiële ‘roll kür’ zou hebben gereden. Beide keren werd Gal vrijgesproken.

„Je hoeft geen rocket scientist te zijn om te begrijpen dat die rechtszaken Edward niet in de koude kleren zijn gaan zitten”, zegt KNHS-directeur Boelhouwer. Maar of het de druppel was? „Daar ga ik mij niet aan wagen.” Paardenhandelaar Nico Witte, een goede kennis van Gal: „Ik denk dat hij dat soort kritiek naast zich kan neerleggen, omdat hij weet dat het geen hout snijdt.”

Naast de druk van de publieke opinie is er ook de druk die ontstond door Gals succes met Totilas. Schellekens-Bartels: „Als je het beste paard van de wereld onder je kont hebt gehad, en een poosje de mondiale nummer één bent geweest, dan blijven de verwachtingen hoog. Er zijn ruiters die met een minder paard van wedstrijden kunnen genieten. Edward niet. Hij wil de beste zijn. Altijd.”

„Met Totilas heeft hij alles gewonnen wat er te winnen is”, zegt ook bondscoach Van Silfhout. „Om daarna op hetzelfde niveau te komen, is niet simpel. Je hebt het hoogst haalbare bereikt en als je een perfectionist bent, iemand die graag wil winnen, dan wil je dat opnieuw ervaren. Edward is al die jaren de kartrekker voor het Nederlandse team geweest, maar het was moeilijk voor hem te verteren dat zo’n nieuwe ervaring er net even niet inzit.”

Op de Olympische Spelen in Tokio, afgelopen zomer, eindigde Gal in de kürfinale als zesde met Total US, een nakomeling van Totilas. Hij toonde zich na afloop tevreden met het resultaat en zei dat hij niet de illusie had gehad dat hij kon winnen. „De sport was in Tokio van een heel hoog niveau”, zegt Francis Verbeek, een van de juryleden. „Een zesde plaats is een goede prestatie. Gal reed met een jong paard met bijna geen wedstrijdervaring.”

Verbeek noemt het „een groot gemis” dat Gal in augustus ontbreekt op het WK in het Deense Herning. Hij heeft „gigaveel ervaring” en bewees dat hij op de juiste momenten kan pieken. „Zo breed is de Nederlandse dressuurtop niet”, zegt Verbeek. „Als Edward wegvalt en een paar paarden licht geblesseerd zijn, wordt de spoeling dun.”

Bondscoach Van Silfhout kan niet ontkennen dat er zorgen zijn nu zijn vaste waarde en „ideale teamlid” ontbreekt. Hij gaat er niet vanuit dat Gal niet meer terugkomt, omdat hij te veel geniet van het leven dat hij nu leidt. „En als dat wel zo is, wordt het uithuilen”, zegt hij.